Allah, Ayaan Hirsi Ali en Abou Jah Jah (Of eigenlijk: Felix Rottenberg)

Ik beken: ik ben een groot bewonderaar van Abou Jah Jah. De islamitische Pim Fortuyn wordt hij wel genoemd. En als je hem op televisie ziet – zoals laatst bij het presentatieduo Matthijs van Nieuwkerk en Felix Rottenberg – begrijp je waarom. Wat je op z’n Vlaams een ‘rappe prater’ noemt: gevat, charmant en welbespraakt.

Mooi was het gemak waarmee hij de vraag pareerde wat hij vond van de uitlatingen van de bekende Nederlander/VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali dat de profeet Mohammed naar westerse maatstaven een tiran was. ‘Zielig’, was zijn commentaar. Ook trok hij haar deskundigheid op het gebied van de islam in twijfel, ook al heeft zij dan in een islamitisch land geleefd en is zij in naam van Allah en zijn profeet geestelijk onderdrukt en lichamelijk verminkt. “Een Belg die als kind is misbruikt weet toch ook niet alles van België?”, aldus Abu Jah Jah. Knap gevonden.

Ik kan me ook vaak vinden in zijn standpunten. Hij vond dat Hirsi Ali als politica haar uitspraken niet had mogen doen omdat ze daarmee afweek van het standpunt van haar partij (namelijk: over geloofszaken hebben wij geen mening). Gezien de ijver waarmee de VVD zich inderdaad heeft gedistantieerd van de uitspraken van Hirsi Ali, vind ik dat Jah Jah gelijk heeft.

En zo ben ik het wel vaker met Jah Jah eens. Voorzover ik het kan beoordelen, tenminste. Ik heb hem nu een paar keer op de Nederlandse televisie gezien, en ik heb niet bepaald goed inzicht gekregen in zijn gedachtengoed. Rottenberg declameerde tot twee keer toe ‘ZIJ-MAG-DAT-NIET-ZEGGEN’ toen Jah Jah probeerde uit te leggen waarom hij vond dat Hirsi Ali te ver was gegaan. Rottenberg betoonde zich daarmee het politiek correctste presentatortje van de Nederlandse televisie, maar ik werd niet veel wijzer.

Ik zou wel eens willen weten wat Jah Jah nu inhoudelijk vindt van de uitlatingen van Hirsi Ali. Jah Jah noemt zichzelf een democraat en tegelijkertijd een islamiet. Ik weet het niet, maar ik vermoed een verlichte variant. Want hoe kun je nu democraat zijn en tegelijkertijd fundamentalistisch aanhanger van Mohammed – iemand wiens aanhangers moorden pleegden met zijn persoonlijke goedkeuring en er niet voor terugdeinsde om pogroms aan te richten onder joodse groepen die hem niet als de profeet wensten te aanvaarden (in één geval werden zelfs zeshonderd mannen onthoofd onder het goedkeurend oog van de profeet).

Begrijp me goed: ik zeg niet dat het onmogelijk is de twee te combineren, maar ik kan me goed verplaatsen in Hirsi Ali’s standpunt dat het wringt.

Ik ben trouwens ook een groot bewonderaar van Ayaan Hirsi Ali.

Deel:

Geef een reactie