De beste journalist met wie ik nooit heb samengewerkt (Eerbetoon aan Stefan Nieuwenhuis)

De beste journalist met wie ik ooit heb samengewerkt had een prijs gewonnen voor een scriptie over een onderwerp waar eigenlijk niets over te melden viel. De scriptie ging over de Franse experimentele schrijver Alain Robbe Grillet en het serialisme (naar ik meen twaalftoonsmuziek). Het verband tussen de twee? Geen enkel, of het moest zijn dat Alain Robbe Grillet wilde schrijven volgens de regels van het serialisme maar daar nooit in slaagde.

Wie van zo’n onmogelijk onderwerp nog iets weet te maken, moet wel briljant zijn, zo dacht ik. En toen bleek dat ze ook nog voor de Groene Amsterdammer werkte – goed geschreven, slecht betaald – mocht ze meteen aan de slag.

Ik heb daar nooit spijt van gehad. Hoewel ze de schijn tegen had – alleen opgeleid om van muziek verstand te hebben, geen enkele belangstelling voor het bedrijfsleven – kon ze overal over schrijven. Een achtergrondverhaal over ‘zelfsturende teams’ of over ‘empowerment’, een boekje over de euro – geen probleem. Ze was stuurs en moeilijk in de omgang, maar ze haalde haar deadlines altijd en op haar artikelen viel niets aan te merken.

Ze kreeg van mij de ene na de andere opdracht. Ondertussen werkte ze voor de eer (lees: zonder dat ze er een cent voor kreeg) voor De Filmkrant en andere blaadjes over film, haar ware passie. Zo heeft ze een jaar of wat een journalistiek dubbelleven geleid, tot ze door De Volkskrant werd gevraagd om daar te komen werken. Nu lees ik nog wel eens een goed geschreven en iets beter betaald artikel van haar.

Ik vertelde dit verhaal enkele jaren terug aan een freelance journalist die bij mij had aangeklopt. Hij had een prima CV, zat goed in zijn opdrachten en was een en al charme en wellevendheid. Hij maakte zelfs een eigen tijdschrift, Van Speijk, vol superieure absurdistische meligheid waarvan ik dacht dat die was uitgestorven met de dood van Monty Python. Ik legde hem uit dat ik in zijn geval geen ‘toegevoegde waarde’ kon leveren. Oftewel: hij had geen handicap die ik kon compenseren – in tegenstelling tot mijn lichtelijk contactgestoorde ster met haar gebrek aan ervaring in de bedrijfsjournalistiek. “Je bent te goed voor mij”, wees ik hem af.

Nu hoor ik dat hij een eigen cabaretprogramma heeft. En dat hij op de radio bij ‘Stenders Vroeg’ een item verzorgt waarbij luisteraars telefonisch kunnen doorgeven wat ‘nooit grappig’ is (ook te raadplegen op www.nooitgrappig.com): “Een zwaargewicht ergens van af laten vallen is nooit grappig.”

Aan mij is deze humor niet helemaal besteed, maar reken maar dat ik trots ben. En reken maar dat ik me verbeeld dat ik heb bijgedragen aan het succes van Stefan Nieuwenhuis, de beste journalist met wie ik nooit heb samengewerkt.

Deel:

Geef een reactie