Dringen in de boardroom

CEO en CFO moeten zich zorgen maken. Niet dat hun positie ter discussie staat. Maar hun invloed dreigt drastisch te worden beperkt. Als iedereen die ook plaats wil nemen in de boardroom zijn zin krijgt tenminste.

We luisteren te weinig naar elkaar, meldde NRC Handelsblad onlangs. “Op sociale media venten we ons persoonlijke verhaal uit. Op feestjes overschreeuwen we onszelf, over onszelf.” In het artikel kwam ene Corine Jansen aan het woord, een begenadigd spreker die mensen in het bedrijven als ‘chief listening officer’ adviseert hoe ze moeten luisteren. Want: “Luisteren is onterecht synoniem geworden voor gehoorzamen”, zegt zij tegen iedereen die het horen wil.

Waarschijnlijk zijn dat niet al te veel mensen, maar haar boodschap snijdt natuurlijk hout. Want in menig bedrijf kloppen ‘indians’ aan de deur die ‘chief’ willen worden.

De CEO is natuurlijk al lang geen alleenheerser meer, die in stilte zijn werk kan doen, alleen zijn mond hoeft open te doen als hij marsorders moet uitdelen – waarbij hij zijn oren gerust gesloten kan houden. De CEO heeft sinds jaar en dag de CFO naast zich. Jarenlang konden ze langs elkaar heen praten. In betrekkelijke rust. Met die rust lijkt het gedaan. Er dreigt een pandemonium in de boardroom.

CEO en CFO moeten zich zorgen maken. Niet dat hun positie ter discussie staat. Maar hun invloed dreigt drastisch te worden beperkt. Met het gevolg dat er nog minder naar hen zal worden geluisterd. Als iedereen die ook plaats wil nemen in de boardroom zijn zin krijgt tenminste.

De Chief Purchasing Officer, bijvoorbeeld. Menig CPO – voorheen: hoofd inkoop – heeft er nog eens over nagedacht en is tot de slotsom gekomen dat hij toch echt hogerop moet. Zo blijkt ook uit een verslag van CFO Magazine van een verslag waarop CPO’s elkaar moed inpraatten: “Dat de CPO eigenlijk in de bestuurskamer thuishoort, daar waren de aanwezige CPO’s het wel over eens.”

Het is een vast ritueel op ieder congres. Of het nu om een zaal vol marketing managers, controllers, credit managers of sales managers gaat, het is ze iedere keer weer een raadsel waarom ze nog niet zijn gevraagd om hun talenten te ontplooien als lid van de raad van bestuur. Om nog maar te zwijgen van de Chief Customer Officer, de Chief Creativity Officer en de Chief Inspiration Officer. Bovendien dringt wiskunde de boardroom binnen, constateren Sander Klous en Nart Wielaard in hun boek Wij zijn Big Data. Ook dat nog.

Zeker de CHRO (voorheen: hoofdpersoneelszaken) is vol onbegrip. HR staat toch hoog op het prioriteitenlijstje van de board? Zo bleek onlangs weer eens uit een onderzoek van de CFO en CHRO Communities van Alex van Groningen. “Op hun prioriteitenlijstje prijkt HR op de derde plaats, alleen voorafgegaan door de business en IT”, was de conclusie. Om af te sluiten met het advies: “Genoeg reden dus voor een plek in de boardroom. Maar om ‘boardroomwaardig’ te zijn, moet je als CHRO wel de strategische rol oppakken.”

Nu en dan lukt het vertegenwoordigers van een beroepsgroep inderdaad door te dringen tot de top. Zeker de CIO (voorheen: hoofd automatisering) heeft door de voortgaande digitalisering hier en daar zijn kruk in het bezemhok kunnen verruilen voor het pluche van de boardroom, meldde het blad CIO al weer een kleine 15 jaar geleden. Al blijkt dat niet altijd een onverdeeld genoegen. Wat gebeurt er namelijk als iemand in de boardroom plaatsneemt? Dan komt er ‘druk op zijn schouders te liggen’: “Als de return on investment niet is uitgerekend of er simpelweg niet is, dan krijgt de CIO de handen niet op elkaar. Zo simpel werkt het.”

Dat had hij natuurlijk kunnen weten voordat hij toetrad tot de boardroom. Maar hij wilde weer eens niet luisteren.  

 

Deel:

Geef een reactie