Dull Dell (Saaiheid als succesfactor)

Gezegend zijn de journalisten die over de IT-industrie mogen schrijven, de enige sector waar excentriciteit nog hoogtij viert. Het lijkt mij heerlijk te mogen verhalen over de womanizer Larry Ellison, die een jacht heeft dat zo groot is dat het maar drie havens ter wereld kan aandoen. Of over de artistieke Steve Jobs, die de nummerborden van zijn zwarte auto heeft gesloopt omdat ze zo lelijk vond staan en daarom een vermogen aan bekeuringen betaalt. Of natuurlijk Scott Mc Nealy, die kapitalen uitgaf om Microsoft kapot te concurreren en daarmee zijn eigen zakelijk ondergang heeft ingeluid. ‘Never a dull moment’, altijd smeuïge artikelen.

En dus vertrok ik van de week hoopvol naar een bijeenkomst met Michael Dell, oprichter van Dell-computers, een van rijkste mensen ter wereld, een ‘corporate hero’ zoals er maar weinigen zijn. Wie zou hij zwartmaken? Zou hij net zo woedend reageren als Bill Gates ooit deed, jaren geleden al weer, toen Scott Mc Nealy zijn befaamde kreet ‘The web is the computer’ lanceerde? (Mijn idee: waarom moeten we steeds zwaardere pc’s hebben waarop we steeds zwaardere programma’s moeten draaien? Dat kan toch allemaal via internet, zou je zeggen. Als je elektronische kunt bankieren via het web, kun je ook tekstverwerken, je agenda beheren etc. – en kun je dus volstaan met een veel eenvoudiger besturingssysteem dan Windows en heb je dus ook niet de nieuwste Dell-computer nodig, maar slechts een ‘thin client’). Eens kijken hoe hij daar op reageert, dacht ik.

Dat viel tegen.

“The thin client? It just hasn’t happened yet.”

Nee, dat de ‘thin client’ dus ‘dead’ zou zijn, zo ver wil hij nu ook weer niet gaan. Als er maar genoeg vraag naar is, zal Dell ze ook best willen produceren, want zo is het bedrijf. Dell is misschien het meest klantgerichte en risicomijdende bedrijf uit de industrie: het bouwt wat klanten willen, op het moment dat ze willen. Geen visie dus ook geen misgrepen à la Mc Nealy.

En over Michael Dell vallen ook al geen sappige verhalen te vertellen. Hij loopt ons straal voorbij op straat, niemand van ons die hem herkent. Hij schijnt van computergames te houden. Sympathieke vent, ‘een all American’ uitstraling. Hij schijnt werk en gezin te kunnen combineren. “U werkt nu al 22 jaar bij hetzelfde bedrijf, zou niet eens wat anders willen doen?”, vraagt een journalist. “Ik hoop nog 22 jaar bij dit bedrijf te werken”, antwoordt hij.

Ik moet denken aan dat grapje van Kamagurka over ‘de saaiste man van de wereld’. “Dus toch niet zo saai”, zegt de saaiste man. Michael Dell is nog veel saaier. Hij is de Pete Sampras van de IT-wereld. Saaier en succesvoller dan al die kleurrijke figuren van wie wij het moeten hebben.

Deel:

Geef een reactie