Een stramme superheld (Over Star Trek – Picard)

Via Amazon Prime zijn de twee eerste afleveringen te zien van de nieuwe serie Star Trek – Picard. Hoe bevallen die?

Binnen elke geloofsgemeenschap heb je twisten tussen rekkelijken en preciezen en de Star Trek-community vormt daarop bepaald geen uitzondering.  De twee StarTrek-films van J.J. Abrams hebben zelfs geleid tot een heus schisma binnen onze gemeenschap, vooral omdat Abrams de vrijheid heeft genomen om af te wijken van de tijdlijn die in tot dan toe heilig was.

In de niet-canonieke films met spelen de avonturen van Kirk en Spock (2265-2270) zich af in een alternatief universum met de zogenoemde Kelvin-tijdlijn. De gebeurtenissen wijken soms af van die in de oorspronkelijke serie en de latere films. Belangrijkste anomalie: de vernietiging van de planeet Vulcan (2258).

Moet kunnen, zeggen de rekkelijken: uiteraard bestaat er zoiets als een divergerend ruimte-tijd continuüm, uiteraard heeft Data gelijk met zijn uitspraak dat ‘all possibilities that can happen or could happen do happen in alternate quantum realities’. Klinkklare onzin, vinden de preciezen, Vulcan bestaat gewoon nog. Je hoeft alleen naar Star Trek III – The Search for Spock te kijken om te weten dat Vulcan in 2285 ‘alive and kicking’ is!

Ook de nieuwe serie Star Trek – Picard leidt tot allerlei aanvaringen tussen rekkelijken en preciezen.

Hoewel pas twee afleveringen van Seizoen 1 te zien zijn via Amazon Prime, hebben de preciezen hun oordeel al klaar. Dit is geen Star Trek, zeggen zij. Gene Roddenberry, geestelijk vader van Star Trek, had een toekomst voor ogen waarin de mensen onderlinge conflicten achter zich hadden gelaten, en gebroederlijk de ruimte konden verkennen (‘Space… the final frontier’) en samenwerken met volkeren van andere planeten binnen de federatie Starfleet. In Star Trek – Picard is van dat utopische wereldbeeld weinig over; tussen verschillende volkeren lijkt verdeeldheid te bestaan – in elk geval tussen Romulanen en mensen*. Verder: waar we volgens Roddenberry in de toekomst alle problemen samen kunnen oplossen, lijkt het er in Star Trek – Picard sterk op dat één man het universum zal moeten redden, te weten de stramme, 79-jarige superheld Jean-Luc Picard.

Als rekkelijke Star Trek-fan onthoud ik me nog even van een oordeel over Star Trek – Picard. Wel heb ik met plezier naar de eerste twee afleveringen gekeken, voornamelijk vanwege de zoals altijd sterk acterende Patrick Stewart. Er  zaten een paar prettige, nostalgieverwekkende verwijzingen naar The Next Generation in – een gastoptreden van Data, een hond die ‘Number One’ heet en veel kopjes Earl Grey. Het verhaal moet nog op gang komen, dus daar valt weinig over te zeggen.

Ik vrees alleen het ergste.

Niet omdat de opzet van Star Trek – Picard vloekt met de visie van Gene Roddenberry, dat zal me een zorg zijn. Mij gaat het er vooral om of er een goed verhaal wordt verteld. En Star Trek – The Next Generation en en Deep Space Nine waren juist op hun best wanneer de acteurs niet de Brave Hendrikken hoefden te spelen die Roddenberry voor ogen had, en wanneer zij lieten zien dat diens utopische idealen botsen met de werkelijkheid van alledag in de 23e en 24e eeuw.

Wel maak ik me ernstige zorgen dat deze serie weer volgepakt zal  zitten met actiescènes en dat er weinig ruimte is voor de filosofische vraagstukken die in het verleden zo vaak aan de orde kwamen in Star Trek. Met andere woorden, dat de serie te veel lijkt op de veel te drukke films van J.J. Abrams en die andere nieuwe Star Trek-serie, het afgrijselijke, warrige Discovery.

Tot dusver is het verhaal iets beter dan dat van Discovery, maar het is nog erg mager. Eerlijk gezegd denk ik niet dat een terugkeer naar het oude, filosofische Star Trek erin zit. Science Fiction als ‘speculatief en daarom bij uitstek filosofisch genre’ zoals Fred Keijzer het noemt in ‘Filosofie van de toekomst’ is zo goed als dood, althans in films en series. Dit geldt zeker voor Star Trek van de laatste jaren. De huidige makers lijken te geloven dat de moderne kijker niet te veel wil nadenken, dat hij vermaakt moet worden, dat zijn concentratieboog te kort is voor uitweidingen en overpeinzingen die niet in soundbites te vatten zijn. Het is niet zozeer dat ze tegen de visie van Gene Roddenberry ingaan, maar eerder dat ze bang zijn om de kijker met een visie lastig te vallen. Een vergissing als je het mij vraagt.

* Waarom is overigens een lang verhaal, het komt er op neer dat Romulus vernietigd is – althans in de Kelvin-tijdlijn – en dat niet iedereen op aarde Romulaanse vluchtelingen wil opnemen. Niet alle Romulanen zijn overigens even betrouwbaar, zo is er een Romulaanse geheime dienst die geïnfiltreerd is in Starfleet. 

Deel:

Geef een reactie