Geen gewone singer-songwriter (Over Bob Dylan)

Je hebt mensen (minister Plasterk van Cultuur o.a.) die vinden dat Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur verdient. Die mensen hebben weinig gevoel voor literatuur.

Want laten we wel wezen, die teksten van Dylan, dat is gewoon rijmelarij. Neem een van z’n bekendste nummers, All Along the Watchtower: “There’s gotta be someway out of here, said the joker to the thief. There’s too much confusion, I can’t get no relief.” Iedereen met een rijmwoordenboek kan dat soort regels schrijven. Dat is geen kunst, dat is een kunstje. Ronduit kitscherig is zijn gebruik van oud-testamentische dan wel middeleeuwse dan wel aan de Amerikaanse mid-west ontleende symboliek (al die jokers en thieves en clowns en princesses).

Dylan wordt geroemd als een groot singer-songwriter, maar wat stelt dat singen-songwriten van hem eigenlijk voor? Zijn werk komt veel minder persoonlijk over dan dat van generatiegenoten als Neil Young, Joni Mitchell of John Lennon. Mensen van wie je het gevoel hebt dat ze hun hart uitstorten, uitdrukking geven aan hun verdriet, hun vreugde, hun woede. Mensen die hun emoties in hun songs verwerken, en van wie je ook het gevoel hebt dat je ze werkelijk kent als je een paar van hun albums hebt gehoord. Mensen van wie het is alsof ze jouw gevoelens beter onder woorden kunnen brengen dan je zelf ooit zou kunnen.

Dylan is een soort zingende acteur, om niet te zeggen poseur. Nu eens speelt hij een folkzanger (zijn eerste grote voorbeeld Woody Guthrie), dan weer een eenzame countryzanger in de stijl van Johnny Cash, dan weer een soort grootstedelijke gospelzanger of een oude bluesmuzikant. Hij kiest een rol uit, en als het toneelseizoen voorbij is, studeert hij weer een ander stuk in waarin hij de hoofdrol kan spelen. Een soort Bowie of Madonna, eerder begaan met hun imago dan met de uitdrukking van hun gevoelens.

Toch ben ik een bewonderaar van Dylan. Niet alleen vanwege zijn verdiensten voor de moderne muziek. (Hij gaf de popmuziek ‘hersens’: The Beatles gingen veel betere teksten schrijven nadat ze met de ‘folkie’ Dylan in aanraking waren gekomen. En hij leerde folkmuzikanten dat ze zich niet hoefden te schamen om af en toe een elektrische gitaar ter hand te nemen). Ik bewonder hem ook niet alleen vanwege die vele geweldig pakkende klassiekers die hij op z’n naam heeft staan (vaak hoor je pas in de uitvoering van anderen hoe goed die nummers klinken. Vergelijk de originele uitvoering van All Along the Watchtower eens met de spetterende cover van Jimi Hendrix. Of You’re gonna make me lonesome when you go, bij Dylan een tussendoortje, in de uitvoering van Madeleine Peyroux een nummer dat dagen door je hoofd blijft spoken).

Ook bewonder ik hem vanwege zijn ‘one-liners’. Zijn songteksten mogen dan vol clich├ęs en stoplappen zitten, wat een regels kan die man schrijven. “You’re gonna make me lonesome when you go”. Sterk, ijzersterk. Je liefdesrelatie loopt ten einde. Je bent nog niet uit elkaar, maar je weet dat er geen redden meer aan is. Spijt, nu al spijt om wat er straks niet meer is.

En dan zijn stem. Welluidend is die nooit geweest. Maar slechts weinig zangers komen zo sarcastisch, zo bijtend, zo schamper, zo bitter, zo fel, zo hatelijk over als Dylan in zijn goede jaren (luister naar Like a Rolling Stone, mocht je nog twijfelen).

Van die stem is nog maar weinig over, en leent zich er niet meer voor om zijn snijdende teksten voor te dragen. Maar die felheid van vroeger heeft hem nog niet verlaten, zo bleek maar weer tijdens het optreden van Dylan in Amsterdam afgelopen week. We zagen dat hij moest proberen te schreeuwen om kunnen fluisteren. Dat hij te weinig lucht in zijn longen had om alle woorden van zijn woordenrijke songs uit te spreken, en daarom alleen losse flarden de zaal in slingerde. We zagen een man die tegen zichzelf vocht. Een acteur, die manhaftig probeert niet uit zijn rol te vallen. Een karakter.

Deel:

Geef een reactie