Gelukkig oud jaar (Wensgedachten)

“Er was veel kritiek op mijn kersttoespraak. Ik was zelf ook allerminst tevreden. Het valt sowieso niet mee een tweederangstekst van een derderangstekstschrijver voor te lezen. En als die derderangstekstschrijver ook nog eens onzeker is wat hij eigenlijk wil zeggen, zijn de rapen helemaal gaar. Een groot stylist kan zich altijd verschuilen achter zijn welbespraaktheid, bij minder getalenteerde schrijvers valt verhullend taalgebruik meteen op. Wie zijn taal niet beheerst, wordt erdoor beheerst. Taal als anti-communicatiemiddel werkt tegen degene die niet kan communiceren.

Wie de moeite neemt om door te dringen tot de kern van mijn toespraak en erin slaagt om – ondanks alle pogingen van de schrijver een betekenisloze en hermetische tekst op papier te zetten – de wollige zinnen te ontrafelen en clichématige beelden te interpreteren, zal ontdekken dat ik een heel eenvoudige boodschap uitdroeg: mensen wees toch eens verdraagzaam. Dat is op zich een sympathieke boodschap, maar of ik nu de aangewezen persoon ben om deze uit te dragen?

Ik kan me de worsteling van mijn onbeholpen tekstschrijver wel indenken: op elk terrein is wel een autoriteit te vinden, maar het ontbreekt ons aan iemand die de rol van ‘geweten der natie’ kan vervullen. Ik vind eerlijk gezegd dat de premier dit zou moeten doen; hij vindt ‘normen en waarden’ toch zo belangrijk? Maar kennelijk durft hij dat niet aan – begrijpelijk overigens, een pragmatisch politicus moet waken voor te veel idealisme – vandaar dat ik nu wat moest prevelen tegen egoïsme en normvervaging. Ik had het liever anders gezien.

Mijn rol is voornamelijk symbolisch, laten we dat vooropstellen. En als ik, zoals sommige mensen willen (ik noem geen namen), een louter symbolische rol moet spelen? Dat vind ik het ook best. Mij gaat het erom dat ik op mijn plaats ben als symbool, dat ik niet iets symboliseer waarin ik me niet kan vinden. Toegegeven, ieder publiek personage speelt een rol, maar de ene rol staat verder van je af dan de andere. En ik zie dat ‘geweten van de natie’ niet zo zitten. Ik ben een nette vrouw, dat wel, maar wat heb ik ooit gedaan om voor uw geweten te spelen?

Nee, eerder zie ik een vrolijker en luchtiger rol voor mezelf weggelegd. In onze samenleving heerst in toenemende mate de gedachte dat je alleen door je best te doen wat bereikt in het leven. We vergeten de rol van het toeval nogal eens: onze afkomst, ons uiterlijk, onze aangeboren gaven, de toevallige ontmoetingen met mensen die ons verder helpen. Succes kun je niet helemaal afdwingen, het is ook een kwestie van geluk. Wij Nederlanders staan zelden stil bij dit geluk – het geluk dat ertoe heeft bijgedragen dat we dit jaar zijn uitgegroeid tot het op twee na welvarendste land van Europa, en dat we voor het eerst de Verenigde Staten (de prestatiemaatschappij bij uitstek!) in welvaart zijn voorbijgestreefd.

Nederland heeft geluk gehad, en we staan er zelden bij stil, maar Nederlanders zijn gelukkige mensen. En als er één Nederlander is die geluk heeft gehad, ben ik het wel. Herken uzelf in mij: iemand zonder bijzondere gaven of verdiensten die het toch zeer goed voor elkaar heeft.”

Deel:

Geef een reactie