Het kunstje dat wetenschap heet (Poppers plagiaat)

Ik geloof dat NRC Handelsblad de enige krant van Nederland was die de moeite had genomen erover te berichten. Maar het was natuurlijk wereldnieuws: Karl Popper heeft de ‘falsificatietheorie’ ontleend aan het werk van Otto Selz, een of andere onbekende Duitse psycholoog. Dit blijkt uit archiefonderzoek van de Nederlandse filosoof en psycholoog Ter Hark. Popper zelf heeft altijd verkondigd dat hij de de falsificatietheorie op eigen houtje had bedacht. Selz – het boek waarin hij de oer-falsificatie theorie uitwerkt verkocht slechts 250 exemplaren – wordt in het werk van Popper niet eens genoemd.

Popper! Sir Karl Popper! De bekendste wetenschapsfilosoof van de 20e eeuw! Wat werd hij geprezen om zijn idee dat een theorie pas wetenschappelijk is als deze weerlegd kan worden! Wat werd hij geroemd om zijn idee dat wetenschap een kwestie is van ‘trial and error’: theorieën opstellen, die testen en – als ze onjuist zijn – betere theorieën bedenken!

Popper! Niet iemand van wie je zou verwachten dat hij leentjebuur zou spelen bij een wetenschappelijke nono. Alhoewel … achteraf gezien is het misschien niet zo vreemd dat juist hij juist deze theorie zich toe-eigende.

De falsificatietheorie is weinig meer dan een kunstje om te bepalen of een theorie wetenschappelijk is. Popper vertelt ons echter niets over hoe theorieën tot stand komen. Terwijl je er natuurlijk niet bent als je een bepaalde theorie hebt verworpen. Stel, ik kan aantonen dat de hypothese dat god hemel en aarde schiep niet klopt. Daarmee heb ik nog geen vervangende theorie. Er zijn best alternatieven denkbaar – het Darwinisme, bijvoorbeeld. Maar zo’n Darwinistisch bouwwerk verrijst niet vanzelf op de puinhopen van het verworpen godsgeloof.

Hoe zo’n alternatieve theorie tot stand komt? Het heeft waarschijnlijk te maken met nieuwe zienswijzen (paradigma’s, zoals wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn ze bestempelt), die vaak helemaal buiten het wetenschappelijke proces van trial and error totstandkomen. Zo liet Darwin zich eerder inspireren door de concurrentiestrijd uit het werk van de klassieke economen dan door een of andere weerlegging van de bijbelse hypothese dat god hemel en aarde in zes dagen schiep. De totstandkoming van nieuwe theorieën heeft ook te maken creativiteit, met scheppend vermogen. En daar laat de falsificatietheorie zich niet over uit – daarvoor zou je een ‘creatietheorie’ moeten hebben.

Popper heeft de bekende falsificatetheorie niet bedacht, laat staan een aanvullende ‘creatietheorie’ . Hoe dat komt? Nogal wiedes. In die man zat natuurlijk geen greintje creativiteit. Hij kon kritiek leveren en falsificeren als de beste, daarom onderkende hij ook de kracht van de oer-theorie van Selz. Maar creëren was hem niet gegeven. En wat doet iemand die toch naar buiten wil treden met originele gedachten? Die pronkt maar al te vaak met andermans veren. Vandaar het plagiaat van Popper.

Nee, dat is geen wetenschappelijke uitspraak. Nou en? Ik heb ‘m tenminste zelf bedacht.

Deel:

Geef een reactie