Het N-woord en The Boondocks (Uren met Netflix – 2)

Enkele weken geleden schreef ik een artikel over de serie Nashville, met als subtitel Uren met Netflix – 1. Inmiddels heb ik lang genoeg gedraald en is het hoog tijd voor een deel 2, over de serie The Boondocks. Maar ik aarzel.

Dat zit zo. Het is lastig over The Boondocks te schrijven zonder het N-woord te gebruiken. We leven niet in de VS, waar je jezelf als – hoe zeg je dat netjes – Kaukasische man tot een sociaal isolement veroordeelt als je het N-woord gebruikt. Maar vrienden maak er je niet mee, althans niet het soort vrienden dat je als – hoe zeg je dat netjes – politiek correcte, semi-intellectuele quasi-bovenmodaal verdienende wereldburger wilt maken, niet als je iemand bent die in woord staat voor een slap aftreksel van de idealen van de Verlichting en in daad voor een nog slappere variant van het Christendom tenminste, kortom niet het soort vrienden waarmee je als gewone Nederlandse burger geassocieerd wilt worden. Je gebruikt het N-woord niet omdat je niet wilt dat mensen denken dat je een racist bent.

Alleen wordt in The Boondocks het N-woord wel om de haverklap gebruikt. Bedenker Aaron McGruder komt ermee weg omdat hij – hoe zeg je dat netjes – een Afro-Amerikaan is, en zijn Afro-Amerikaans personages elkaar ‘dus’ voor ‘nigger’ (sorry eerste en laatste keer!) kan laten uitmaken. En dat doet hij niet zomaar. De serie is ongelofelijk kritisch over Afro-Amerikanen – het lijkt wel alsof ze in de ogen van McGruder hen alle onprettige eigenschappen toeschrijft die in het N-woord besloten liggen. Afro-Amerikanen zijn dom, ze zijn lui, ze zijn egoïstisch – dat is zo’n beetje de strekking van The Boondocks. Als een blanke The Boondocks had gemaakt, was hij zeker voor racisme aangeklaagd. Aaron McGruder wordt daarentegen behoorlijk serieus genomen als cultuurcriticus die zijn boodschap slim in geestige cartoons verpakt en animatiefilms (vooral zo slim, omdat in cartoons en animatiefilms karikaturen gebruikelijk zijn en overdrijving en grove humor er nu eenmaal bij horen).

Terecht, want McGruder heeft heel wat te melden. Hij slaat wild om zich heen in The Boondocks (zijn alter-ego Huey Freeman is niet voor niets een terrorist in de dop) en het is niet altijd even duidelijk waar hij zich zo boos om maakt, maar waar het vooral op neerkomt is dit: McGruder verwijt zijn mede-Afro-Amerikanen vooral dat ze zo ongelofelijk onbeschaafd zijn – zo plat, zo materialistisch, zo seksistisch, zo dom en kortzichtig. Rappers, pooiers, criminelen, hebberige zakenmensen en ijdele beroemdheden: hij maakt ze allemaal belachelijk.

Hij vindt dat ze de principes van mensen als Martin Luther King hebben verraden, zo blijkt bijvoorbeeld uit de aflevering in serie 1 waarin niemand minder dan King elf figureert. King blijkt niet dood te zijn, maar is in 2000 ontwaakt uit een coma en is verbijsterd over de wereld die hij aantreft. Heeft hij zichzelf opgeofferd zodat iedereen een ghettoblaster kon kopen? Zodat ze een gouden ketting dragen? Vrijwel niemand luistert naar King (“Yeah, whatever, man”) en wie wel luistert maakt hem uit voor communist (te meer daar King tegen de inval in Irak pleit). En van iedereen moet King zijn mond houden, want hij heeft ongevraagd het woord genomen. Er staat een feest gepland, en wat kan er nu belangrijker zijn dan dat?

Tijdens het kijken van de serie vraag je je wel af en toe af of McGruder niet meer te bieden heeft dan snedige cultuurkritiek. In één aflevering lijkt er even op, als hij een episode wijdt aan de kortdurende singer-songwriterscarrière van de onverholen racistische Rufus (zie illustratie).

Rufus is iemand die eruit ziet als een Afro-Amerikaan maar volgens hem zelf eigenlijk een lelieblanke huid heeft. Alleen lijdt hij naar eigen zeggen aan re-vitiligo, een ziekte waardoor zijn huid steeds donkerder wordt – precies omgekeerd als bij Michael Jackson, zoals hij zelf maar al te graag uitlegt. Rufus wordt als een van de sympathiekste personages geschetst – type ruwe bolster, blanke pit, had ik bijna geschreven – en je krijgt volop begrip voor zijn pogingen om zijn huidskleur te eh.. verdonkeremanen. Je leeft ook volop met hem mee wanneer hij een plaat opneemt met de (werkelijk bestaande) racistisch zanger Johnny Rebel (auteur van nummers als Move Them Niggers North en Who Likes a Nigger). En even geloof je dat de twee mannen zich met elkaar kunnen verzoenen en eendrachtig werken aan een wereld zonder allerlei vooroordelen, en de idealen uit het ‘I have a dream’ van Martin Luther King te verwezenlijken.

Maar ‘eind goed, al goed’ is niet de stiel van The Boondocks. Drie keer raden wat er gebeurt als Johnny Rebel zijn maatjes van de Ku Klux Klan bekent dat hij bevriend is geworden met iemand die nooit door hun ballotage zou komen.

Een hint: het N-woord valt herhaaldelijk, en deze keer zijn het blanken die het gebruiken.

Jan Bletz

Het 4e en laatste seizoen is in de VS net van start gegaan. Aaron Mc Gruder heeft zijn medewerking aan de serie opgezegd. Zie hier voor de trailer:

Deel:

Geef een reactie