Ik vind/ik ben (Over het commentaar van Arjen Foruin op Esther Perel in Zomergasten)

“Aan het eind wisten we wat Esther Perel vindt, maar niet goed wie ze is”, schreef recensent Arjen Fortuin in NRC Handelsblad over de laatste aflevering van Zomergasten. Een opmerking waar ik dagen over na kan denken.

Want:

Wie iemand is en wat iemand vindt: zijn dat tegengestelde en/of complementaire begrippen? En is het wel zo’n bezwaar dat we wel te weten komen wat iemand vindt, maar niet wie hij is? Zijn iemands meningen niet vaak interessanter dan wie iemand is? Kun je tijdens een interview trouwens wel achterhalen ‘wie iemand is’ zonder kennis te nemen van ‘wat iemand vindt’? Als iemand over zichzelf vertelt, dan sluipen er toch altijd interpretaties en – gaan we weer – meningen binnen? En hij zal toch ook altijd informatie achterhouden? En al doet hij dat niet, wie ‘is ‘ iemand werkelijk? Wie hij zegt dat hij is, is hij zoals dat heet ‘de som van zijn daden’? Of zit het anders? Vragen, vragen, vragen.

Ik ben zelf geneigd te denken dat wat iemand vindt (en voelt, vreest en gelooft – kortom, wat iemand ervaart) vrij veel zegt over wie iemand is. Niet alles, maar meer dan wat iemand meemaakt. Wat iemand vindt is iemands eigen verdienste: hij heeft ergens over nagedacht, en dit heeft geleid tot een bepaalde mening. Wat iemand heeft meegemaakt hangt eerder van allerlei toevalligheden af. Dit geldt zeker voor iemands jeugdervaringen. Daar heeft iemand amper invloed op gehad – wat hem is overkomen kwam door zijn ouders, hoe de politieke wind woei in zijn jeugd etc. – en je kunt moeilijk volhouden dat wat iemand overkomt veel zegt over wie iemand is. Hoe heeft hij die ervaringen beleefd en verwerkt, dat zegt veel meer over iemand. Wat iemand vindt is meer wie iemand is dan wie iemand is!

Al is de ene soort mening de andere niet. Ik heb de indruk dat meningen van het type dat Esther Perel in Zomergasten ten beste gaf vaak als onpersoonlijk worden gezien. Dat bedachtzame, zorgvuldig geformuleerde standpunten zoals zij die ten beste gaf veel mensen te academisch en bloedeloos voorkomen. Te rationeel, te genuanceerd, te overdacht naar hun smaak. Te onpersoonlijk, kortom. “Wie ‘is’ die vrouw werkelijk?”, vragen zij zich af. Vermoedelijk geloven ze dat vertoon van emoties en spontane/ongecontroleerde gevoelserupties wel wat zeggen over wie iemand ‘is’. Dat soort meningen hadden ze wellicht liever gezien. Geen idee waarom, want gaat het er niet vooral om dat iemand iets interessants te melden heeft? Een mening kan oersaai of inspirerend zijn, een persoonlijk relaas eveneens. Wat doet het er toe of iemand iets van zichzelf laat zien of een mening verkondigt? Is het niet veel belangrijker hoe iemand iets verwoordt? Of het een goede verteller is? Of hij zijn al dan niet persoonlijke verhalen en meningen goed weet uit te venten? En, in het geval van Zomergasten, boeiende fragmenten toont?

Als je het belangrijk zo belangrijk vindt te weten ‘wie iemand is’, zijn er andere, betere manieren dan het iemand tijdens een interview recht op de man af te vragen. Vraag het anderen. Observeer degene die je wilt leren kennen. Inderdaad, dat past niet in de formule van Zomergasten. Als je wilt weten wie iemand is en niet wat iemand vindt, kun daar dus maar beter niet naar kijken.

Deel:

2 gedachten over “Ik vind/ik ben (Over het commentaar van Arjen Foruin op Esther Perel in Zomergasten)”

  1. Heel juist Jan! Mooi geformuleerd. Ik erger me ook altijd aan die vaak nogal impertinente dwang tot publieke zelfreflectie. De goede verstaander kan zich uit iemands opvattingen en voorkeuren toch een beeld vormen van de spreker in kwestie? Dat is bovendien veel interessanter dan de nogal oppervlakkige vraag ‘wie iemand is’, want wie weet nu wie hij zelf is?

Geef een reactie