In den beginne (Scheiden versus scheppen)

In den beginne (Scheiden versus scheppen)

Hoe luidt de eerste zin van het Oude Testament ook al weer? “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”, hebben we eeuwenlang gedacht. Maar dat is verkeerd vertaald, in de Hebreeuwse oertekst staat: “In den beginne scheidde God de hemel en de aarde”, zegt Ellen van Wolde, hoogleraar exegese van het Oude Testament aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Met andere woorden: God schiep niet, hij scheidde. Het traditionele beeld van God de Schepper is dus onhoudbaar, stelt ze in Trouw.

Maakt het iets uit, of god een schepper is of een scheider? Vermoedelijk zullen vele gelovigen vinden van niet. Zie bijvoorbeeld de reactie van Fokkelien Oosterwijk, predikant van de Westerkerk op parool.tv. Scheppen doe je door te scheiden, zegt ze. Zoals je je haar kunt fatsoeneren door een scheiding aan te brengen, zo kon God orde scheppen in de chaos door licht van de duisternis te scheiden, water van hemel etc. Wat maakt het uit of je dat aanduidt als scheppen of als scheiden – het komt op hetzelfde neer.

Met deze sussende woorden is lang niet iedereen het eens, lees de reacties op de pagina van Trouw maar eens na. Scheppen is wel degelijk iets anders dan scheiden, vinden veel mensen. Terecht. Nog afgezien van het feit dat scheiden nogal eens destructief kan uitpakken (en dus juist het tegendeel is van scheppen), hóef je niet te scheiden om te scheppen.

Er zijn verschillende manieren om te scheppen:

– Door te scheiden – inderdaad – op de manier waarop een beeldhouwer een beeld uit een stuk steen hakt (het beeld bevrijdt door de steen te splijten, à la Michelangelo).

– Maar om te scheiden, heb je op z’n minst twee zaken nodig. Je kunt ook scheppen door uit ‘niets’ ‘iets’ te maken. En in de bijbel staat misschien niet dat God de aarde uit niets schiep, maar veel christenen veronderstellen wel dat er een soort godgegeven big bang moet zijn geweest in den beginne. Een heel ander soort scheppen dan scheppen door scheiden. Dit lijkt nog het meeste op het scheppen zoals een componist doet: uit wat losse noten – (bijna) niets, dus – een hele compositie maken.

– Scheppen kun je ook op een derde manier: door chaos te ordenen op de manier waarop een beeldhouwer een beeld kneedt uit een vormeloze bonk klei (het beeld opbouwt, bijna laat groeien, à la Henry Moore). Ook nu wordt er bepaald niet veel gescheiden; eerder wordt vormeloze materie aan een gedaantewisseling onderworpen.

– Tot slot kun je ook scheppen door bestaande zaken samen te voegen. Niet door hemel en aarde uit elkaar te trekken, maar ze juist samen te voegen, op de manier waarop een kunstenaar werkt als hij collage maakt, en zaken in een nieuw verband tot elkaar brengt.

Of het er iets toe doet, of we god als scheider zien (variant 1) of als schepper (variant 2, 3 of 4)? Toch wel. De meeste filosofen slaan vooral scheppen volgens variant twee hoog aan, ze zien scheppen uit het niet als het summum van creativiteit (een activiteit die nog het beste wordt benaderd door een componist die uit eenvoudige noten – bijna niets – hele symfonieën in het leven kan roepen). Een scheider is toch een mindere god dan een schepper.

Deel:

Geef een reactie