Kantelmomentje (Een nieuwe mening)

Er lijkt – zo lees ik in Het Parool – een ‘kantelmoment’ bereikt in de discussie of Zwarte Pieten altijd zwart moeten zijn, Zwarte Pieten mogen heten en of ze zich als Zwarte Pieten mogen gedragen. Zelf ben ik het kantelmoment al lang en breed voorbij. Natuurlijk schotelen we onze kinderen een verkeerd, discriminatoir beeld voor, vind ik nu. Natuurlijk is het verkeerd als we laten zien hoe een blanke man de baas speelt over een stel Pieten die zwart en niet helemaal bij de pinken zijn. Weg met Zwarte Piet!

Hoe het kan dat ik er vroeger anders over dacht? Of liever gezegd, dat ik geen verklaard tegenstander was van zwarte Zwarte Pieten? Dat zit ongeveer zo. Voeger dacht ik er niet zo over na. Als je me toen – mes op de keel, vuur aan de schenen – had gevraagd wat ik ervan vond, had ik bekend dat ik dat ik Zwarte Piet een symbool van bedenkelijke blanke overheersing vond. Als je me had gedwongen er over na te denken, met andere woorden. Dan had ik me zeker van politiek correcte kant laten zien. maar ik vond het de moeite niet waard om dat zelf te doen, laat staan me te mengen in een overtrokken discussie. Nogal wiedes dat Zwarte Piet een verderfelijk, koloniaal relict was, vond ik toen. Bovendien: waarom mijn denkkracht verspillen aan iets futiels en onbenulligs als zwarte piet, waren er geen belangrijkere zaken in de wereld?

Omdat het (wat mij betreft dan, hè) nog steeds nogal wiedes en nogal onbelangrijk is, heeft het me ook weinig moeite gekost om te kantelen. Ik was om na lezing van columns met eenzelfde strekking strekking – weg met zwarte piet, discriminatie! – van Arendo Joustra (Elsevier) en Asha ten Broeke (De Volkskrant). Als ik het onderwerp voor mij ook maar ietsje meer gewicht had gehad, was ik niet zo snel overstag gegaan.

Zo gaat dat denk ik met de meeste kantelmomenten. Kantelen gebeurt niet zoals Malcom Gladbury in The Tipping Point stelt doordat kleine ideeën zich verspreiden en groot worden, zoals één zieke een griepepidemie kan starten. Niet altijd tenminste. Althans in mijn geval niet. Zolang mijn mening er niet toe doet, ben ik inderdaad snel besmet en waai ik gerust met alle winden mee. Als het echt ergens om gaat, ben ik daarentegen bijna immuun voor de kracht van ideeën. Niet omdat ik zo geestelijk gezond ben, integendeel. Ik wik en weeg en aarzel, onmachtig om een beslissing te nemen. Ik kantel ik alleen als het niet anders kan.

Een nieuwe mening inzake een onbeduidend vraagstuk is als een nieuw kledingstuk: vandaag aangeschaft, morgen gedragen, en overmorgen ingeruild voor wat anders. Ik doe met de mode mee, zonder me af te vragen of ik er werkelijk goed uitzie. Maar hoe belangrijker het wordt, hoe minder snel ik van garderobe wissel – hoe belachelijk en ouderwets ik misschien ook lijk.

Dus als ik morgen iets anders beweer dan vandaag, zal het waarschijnlijk niet zo belangrijk zijn. Besteed niet te veel aandacht aan mijn kantelmoment, het is niet meer dan een opportunistisch kantelmomentje. Ik ben helaas niet echt veranderd.

Deel:

Geef een reactie