Louis d’Or van Gaal (Europese gedachten)

Soms staar je je blind op een probleem, terwijl de oplossing zo voor de hand ligt. Je ziet het antwoord op een vraag volledig over het hoofd, doordat alle details je afleiden. Je stat met je neus ergens bovenop, maar zie je het niet omdat je veel te dichtbij bent. Een beetje afstand nemen, de grote lijnen zien, de essentie te pakken krijgen: dat helpt. Ik wil maar zeggen: eigenlijk is het heel eenvoudig om de grote problemen waarmee Europa nu worstelt op te lossen. Stom dat we dat we dat niet eerder in de gaten hadden. Terwijl het toch zo simpel is.

Ga maar na. De economische crisis die Europa nog steeds in haar geep houdt, komt voort uit allerlei onderliggende culturele tegenstellingen tussen de Europese landen, vooral die tussen het meer protestantse Noorden en het sterk katholieke Zuiden. Gemeenschappelijk idealen ontbreken. Tegelijkertijd leven er wel nationalistische gevoelens binnen Europa. Soms sterk anti-Europees, vooral tijdens de Europese verkiezingen, wanneer de haat voor Europa mensen bindt (opmerkelijk genoeg zowel in Noord- als in Zuid-Europa, van de Deense Volkspartij tot de Griekse Gouden Dageraad). Maar soms zijn die nationalistische gevoelens juist positief gericht, er spreekt er eerder een gedeelde liefde voor het eigen land uit dan een anti-Europees sentiment. Wanneer het eigen voetbalelftal goed presteert op het WK, bijvoorbeeld. Wat zeg ik: zeker wanneer het eigen voetbalelftal goed presteert op het WK bloeit de vaderlandsliefde op. Voetbal is een afrodisiacum.

Dan ligt het toch voor de hand om een Europees voetbalelftal samen te stellen, zou je zeggen? Een elftal waarin het liefdesopwekkende vermogen van voetbal volledig in dienst van de pan-Europese gedachte wordt gesteld? Een elftal waarmee de Europeanen zich volledig kunnen vereenzelvigen, zoals ze dat nu doen met hun nationale elftal? Een elftal waar wij – zeker wanneer het wint – ons als één man achter kunnen scharen?

Moet te doen zijn, want als we in Europa ergens in uit blinken, is het wel in voetbal. Het Europese elftal zou het in een wereldcompetitie van continenten gegarandeerd goed doen. Zuid-Amerika zou een geduchte tegenstander zijn, en – zeker in de nabije toekomst – Azië en Afrika wellicht ook. Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Misschien is het zelfs wel goed. Want zoals de beroemde filmregisseur Alfred Hitchcock zegt, kan een held beter uit de verf komen naarmate de tegenstander indrukwekkender is. Het Europese elftal hoeft de wereldcompetitie ook niet elke keer te winnen, als ‘we’ maar geregeld bovenaan eindigen in de strijd der werelddelen. En het in elk geval beter doen dan Noord-Amerika (de VS dus, Canada doet voor spek en bonen mee), toch het continent waar we ons het liefste van onderscheiden – en dat kan bijna niet anders.

De vraag is natuurlijk wel wie er mogen meespelen in zo’n super-elftal. Het ligt voor de hand om elke Europese lidstaat één of twee spelers te laten afvaardigen, maar dan krijg je waarschijnlijk een sub-optimaal presterend elftal. Want de kans is klein dat het voetbaltalent eerlijk verdeeld is over Europa. Bovendien moeten de spelers samen een team vormen, en dat zit er bij deze vertegenwoordiging volgens het landenstelsel niet in. Misschien moet je de Europese burgers dan laten stemmen op wie ze willen afvaardigen? Democratisch is dat verantwoord, maar slim is het niet. Want dan krijg je dat de grootste landen (lees: Duitsland) de meeste spelers krijgen toebedeeld, en wie zegt dat dat ook de beste zijn?

Nee, het beste is toch om mensen die er verstand van hebben het Europese elftal te laten samenstellen. of liever nog één man, een deskundige toptrainer die het aandurft om uit te stijgen boven nationalistische gevoelens en oneigenlijke argumenten naast zich neer durft te leggen? Een leider, kortom, die een schier onverslaanbaar Europees elftal kan smeden en daarmee de weg tot een breed gedragen verdere Europese eenwording kan wijzen.

Ik zeg: Louis van Gaal. Al is dat misschien een eng nationalistische gedachte.

Deel:

Geef een reactie