Makkers staakt uw wild geraas (Sinterklaasvertelling over geloofsafval)

Makkers staakt uw wild geraas (Sinterklaasvertelling over geloofsafval)

“Waarom geloven al die kinderen niet meer in mij? Wanneer raak je je geloof kwijt? En waardoor?

Vragen die zich aan mij opdrongen terwijl ik vanmiddag op het Museumplein rondliep, en links van me autoruiten sneuvelden, rechts van mij de omheinde Amerikaanse ambassade werd bestormd, achter me het concertgebouw vlam vatte en voor me de laatste meesterwerken uit het Rijksmuseum werden geroofd om te worden geveild op eBay. Zo’n dag, waarop de Amsterdamse binnenstad in een slagveld verandert omdat ‘alles mag, dus alles kan’, zoals Nietzsche (of Dostojewski?, of allebei?) al zei. Het geloof in ‘wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’ was in elk geval ver te zoeken.

Zijn al die nihilistische kinderen te vroeg voorgelicht door hun ouders? (Van wie een groot aantal me overigens van niet-Westerse afkomst lijken te zijn. Ik ben al vaak genoeg van racisme beticht en heb het altijd overleefd, dus ik zeg gewoon waar het op staat). Jammer dat die ouders hen dan geen alternatief waardenstelsel hebben meegegeven, geen plaatsvervangende moraal, geen besef van goed en kwaad, geen ethische reflectie of hoe je dat noemt, geen besef van ‘dat doe je wel, dat doe je niet’. Of misschien dat ze er wel een poging toe hebben gedaan, maar dat ze te streng zijn geweest, dat die kinderen als de ouders even niet in de buurt zijn losslaan.

Of zouden die kinderen zelfstandig tot de conclusie komen dat ik niet besta? En dat alles wat ik vertegenwoordig ‘dus’ met de kerstman, pardon vuilnisman meekan? Het is waar, kinderen zijn tegenwoordig vroegwijs, vroegrijp en vroegrot. Zij vallen eerder van hun geloof is dan ze kunnen lezen, heb ik wel eens de indruk. Wellicht dat ze onder invloed van oudere kinderen – onderschat de ´peer pressure´ niet – tot de conclusie komen dat het heel onwaarschijnlijk is dat iemand zich uit eigen vrije wil opoffert voor anderen beweging, zoals het ook heel onwaarschijnlijk is dat iemand op verschillende plaatsen tegelijk kan zijn, zeker wanneer het dichtgemetselde schoorstenen zijn.

Het ís ook onwaarschijnlijk dat ik besta. Maar volgens mij zou de jeugd die ik hier op het museumplein maar al te graag in mij geloven. Het zou in elk geval beter zijn – voor henzelf, voor hun ouders, voor de school, voor het Museumplein – ja, voor wie niet eigenlijk. Ik heb zo veel te bieden, als ik niet besta dan moest men mij maar uitvinden.”

Deel:

Geef een reactie