Modern klassiek (Over de Toppers – door de oren van J.S. Bach)

“Toen ik voor het eerst muziek van Mozart hoorde, draaide ik me om in mijn graf. Daarna heb ik eeuwenlang op mijn gemak naar muziek kunnen luisteren, tot ik mijn graf werd uitgejaagd door een aanslag op de oren van een gezelschap dat zich U2 noemt (was de U2 niet een bom in de Tweede Wereldoorlog? De naam van het gezelschap is in dat geval goed gekozen!). Waking up the dead, zongen ze, en wakker ben ik.

Sindsdien ga ik van tijd tot tijd naar een concert en zo belandde ik van de week nog bij drie ‘Toppers’. Ik hoefde voor de verandering mijn pruik niet af te zetten, alleen wat roze glitters op mijn witte pak en een blauwe boa om. Niemand die mij herkende, zodat ik eens goed om mij heen kon kijken. Wat een drukte! En dan was dit nog maar één van de 6 concerten die de Toppers gaven; in totaal trekken ze dezer dagen 360.000 toehoorders! Ik trok in mijn tijd ook een aardig publiek, maar niets vergeleken bij deze massa. Welke machtige vorst had al deze mensen op de been gebracht? C1000, zei een van mijn buren, het is doorgestoken kaart, de helft heeft niet zelf betaald, het is één grote marketingstunt.

Die C1000 moet een enorm machtig man zijn. Hij beheerst ook de pers, zie ik: hij zorgt ervoor dat de Toppers uitgebreid aan bod komen in De Telegraaf en weert recensenten van NRC Handelsblad en De Volkskrant. Ik neem tenminste aan dat NRC Handelsblad en De Volkskrant maar wat graag iemand zouden afvaardigen naar deze concertreeks om verslag uit te brengen van een evenement dat zo vele mensen belangrijk vinden. C1000 heeft deze persmuskieten kennelijk echter buitengesloten.

De muziekkeuze van de Toppers vond ik verrassend. Ik heb de indruk dat ze een avond met ‘gouden ouden’ wilden brengen, om het zoveel mogelijk mensen naar de zin te maken. Modern klassiek, met andere woorden, à la de Top 1000-achtige lijsten die tegenwoordig zo populair zijn op radio en televisie. Maar veel bekende werken ontbraken. Er werd in A whiter shade of pale even gerefereerd aan de Air uit mijn derde orkestsuite, maar verder bestaat het verre verleden voor de Toppers niet. Zelfs mijn profane cantates werden genegeerd, terwijl het toch schlagers avant la lettre zijn (‘Schlafe, mein Lieber, und Pflege der Ruh, folge der Lockung entbrannter Gedanken. Schmecke die Lust, Der lüsternen Brust. Und erkenne keine Schranken.), terwijl ook KV231 van Mozart ontbrak (het Leck mich am Arsch, een nummer waar de brullende krullebol zeker raad mee had geweten).

Het recente verleden werd wel heel selectief behandeld. Het accent lag op de jaren vijftig (rock ’n roll-medleys), op het werk van John Denver en op de tweede helft van de jaren zeventig (disco, zoals het castratenlied Staying Alive) en het Nederlandse levenslied. Waarom geen Duitse schlagers? Waarom wel John Denver maar niet Nana Mouskouri? Waarom geen Rolling Stones, geen Madonna of Michael Jackson (als je toch stadionmuziek wilt maken)? Al die succesvolle artiesten die mij de afgelopen jaren uit mijn eeuwige slaap hielden: waar waren ze? Ik begrijp de artistieke en commerciële overwegingen van de Toppers niet.

Maar goed, kennelijk voelen de Toppers goed aan wat het publiek wil, want dat bouwde vrolijk een feestje. Om me heen hoorde ik wel wat klachten over de geluidskwaliteit, maar zij waren in de minderheid. De meeste mensen hebben toch niet geluisterd.”

Deel:

Geef een reactie