Na de Amerikaanse droom (Over de Europese verkiezingen)

Na de Amerikaanse droom (Over de Europese verkiezingen)

Een ruime meerderheid (60 procent? 70 procent?) van de Nederlandse stemgerechtigden gaat niet stemmen bij de Europese verkiezingen. Als goed democraat – de meerderheid heeft gelijk, en daar pas ik me bij aan – zou ik dus ook niet moeten stemmen. Maar ik aarzel nog.

Wie stemt, doet dit in het algemeen op de partij waarvan hij denkt dat deze het meeste zal bijdragen aan de verwezenlijking van zijn dromen en idealen. En hoewel die partijen best zullen verschillen, hebben ze altijd een groot aantal overeenkomsten. Democratie, vrijheid, solidariteit met de zwakkeren – zo’n beetje elke partij is daar wel voor. Waarop je ook stemt, je stemt dus ook voor die gemeenschappelijke idealen. Je zou kunnen zeggen: die idealen geven aan waar Europa voor staat, ze vormen samen de Europese droom. De ellende is alleen: wat behelzen die idealen dan precies?

Iedereen weet wat de Amerikaanse droom is: je kunt je van krantenjongen tot miljonair opwerken, als je maar voldoende talent en doorzettingsvermogen hebt. Of die droom waar is of niet? Waarschijnlijk niet; in elk geval wordt ‘The American Dream’ steeds minder realistisch. De achterstand van de armen wordt bij geboorte steeds groter, en is nu al zo groot dat ze al blij mogen zijn als ze het tot krantenjongen schoppen. Maar wat zou het? Zo lang de Amerikanen maar in die droom geloven, geeft deze richting aan hun leven, een ideaal dat hen bindt. Heel de Amerikaanse samenleving is doordrongen van deze droom, of het nu gaat om het bedrijfsleven of daarbuiten. Excelleer, presteer – dat is het devies van de Amerikaan.

Nee, dan Europa. Bestaat er zoiets als een ‘Europese droom’? Niet bepaald, hooguit een Europese angstdroom: Europa dat achterloopt op de VS, Europa dat wordt ingehaald door het Verre Oosten, Europa dat politiek verdeeld is, Europa dat dit niet goed doet en dat niet goed doet – kortom, er bestaat een beeld van ‘Europa als kop van jut’, dat nationale politici maar al te graag gebruiken als ze moeilijke hervormingen willen doorvoeren.

Gemeenschappelijk idealen ontbreken. Het is heel prettig toeven in Europa. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het hier bijzonder vreedzaam en dat voor een continent dat tweeduizend jaar is gekenmerkt door bloedige twisten. De welvaart is toegenomen en Europa mag zich verheugen in een ongeëvenaarde culturele rijkdom en diversiteit. Ik zou niet weten waar ik liever zou wonen dan hier, maar ‘the stuff that dreams are made of’ zijn al die verworvenheden niet.

Tot voor kort, tot de huidige financiële crisis, leek het erop dat de Amerikaanse droom ook wel zo’n beetje de onze zou worden. Meer marktwerking, meer ondernemerschap, minder bemoeizucht van de overheid was de teneur: allemaal Amerikaanse waarden, allemaal afgeleid van de Amerikaanse droom. Nu lijkt het tij gekeerd, en zien we een trend naar meer overheid, minder marktwerking etc. Maar dat is meer uit praktische overwegingen dan dat iemand in Europa er werkelijk enthouisast over is.

De Amerikaanse droom is niet vervangen door een Europese, eerder zijn we ontwaakt uit de slaap. En dan ook nog Europese verkiezingen – ik kan me goed voorstellen dat de meeste mensen daar hun bed niet voor uitkomen.

Deel:

Geef een reactie