Nee, ik kan het niet (Bij de inauguratie van Barack Obama)

Nee, ik kan het niet (Bij de inauguratie van Barack Obama)

Spreken in het openbaar: ook iets wat ik wel nooit zal kunnen.

Ik denk wel dat ik weet hoe het moet. Het is zoiets als acteren. Je leert je tekst van buiten, en die dreun je dan op. Vertragen, versnellen en zelfs afwijken van je tekst kan, maar dat doe je alleen als de reactie van het publiek daar aanleiding toe geeft (de obligate pauze als de mensen het niet meer hebben het lachen, de stemverheffing als hun aandacht dreigt te verslappen). Maar in grote lijnen houd je je toch aan het script. Je stelt je als acteur dienstbaar op, je bent ondergeschikt aan je tekst, aan je regie en aan de wetten van het theater.

Tegelijkertijd moet je als goede spreker/acteur echter een zekere eerlijkheid tentoonspreiden. Je moet menen wat je zegt, anders ben je niet geloofwaardig. De beste acteurs putten uit eigen ervaring, ze leggen hun ziel bloot voor hun publiek.

Acteren is dus enerzijds verhullend (je doet alsof), anderzijds onthullend (je laat zien wat er in je omgaat). Meer verhullend dan onthullend, kunnen we overigens stellen. Wie helemaal eerlijk is, zal het er voor een publiek slecht afbrengen – niet eens zozeer omdat hij zenuwachtig is (niet iedereen heeft podiumangst), maar eerder omdat hij niet steeds dezelfde woorden, gebaren en intonatie zal maken: niemand is avond aan avond dezelfde, terwijl hij als acteur wel moet doen alsof. Omgekeerd zal iemand die oneerlijk is best avond aan avond dezelfde rol kunnen spelen, zij het dat hij wellicht wat onwaarachtig en afstandelijk overkomt.

De juiste balans tussen eerlijkheid en oneerlijkheid heb ik als spreker nooit kunnen vinden. Sterker nog, ik ben er in het geheel nooit toe gekomen de juiste balans te zoeken, want ik heb altijd de grootste moeite gehad een tekst erin te stampen – met als gevolg dat ik op het podium stond te stuntelen, zonder dat er veel zinnigs uitkwam (eerlijk of oneerlijk, onthullend of verhullend).

Hoe dan ook, ik benijd mensen die schijnbaar moeiteloos het publiek kunnen toespreken, verbaas me er vooral over dat ze zichzelf zo kunnen wegcijferen. Ik kan me levendig voorstellen dat iemand die keer op keer dezelfde frases uit z’n mond moet laten rollen te veel afstand tot z’n tekst krijgt, dat hij te zeer op de automatische piloot gaat sturen of juist gaat improviseren of, nog erger, balorig wordt en gaat zieken – zoals Robert Redford in de film The Candidate, waarin hij een presidentskandidaat speelt die in de loop van de lange campagnestrijd steeds meer moeite krijgt met de doorgekookte zinnen die hij telkens weer in de mond moet nemen. Goede sprekers trappen niet in deze valkuilen. Sommige mensen slagen er zelfs in zinnen te verhaspelen en dan toch een overtuigende speech te houden – maar dat is alleen aan de allergrootste redenaars voorbehouden.

Deel:

Geef een reactie