Nog een moment voor een ‘monument’ (Bij het afscheid van J.L. Heldring, 2)

Nog een moment voor een ‘monument’ (Bij het afscheid van J.L. Heldring, 2)

Vijfentwintig, dertig jaar geleden werd ik in de Kalverstraat aangesproken door iemand van de Scientology Kerk die me enkele vragen wilde stellen. Ik liet hem weten dat ik daar weinig voor voelde, omdat ik wist dat het de bedoeling was mij te laten geloven dat ik een veelbelovende jongeman was, maar dat ik wel aan mijn persoonlijke ontwikkeling moest werken – en dat de Scientology Kerk me daar hééél toevallig bij kon helpen. Hoe ik dat wist, vroeg de man, van horen zeggen? Inderdaad, antwoordde ik. Ha! Ik wist het dus niet uit eigen ervaring? Ik wist het dus niet zeker!, reageerde hij triomfantelijk. Ik legde hem uit dat we het vaak moeten doen met kennis uit de tweede hand, afkomstig van bronnen waarvan we redelijkerwijs mogen aannemen dat deze waar zijn. We kunnen onmogelijk alles zelf onderzoeken. “Hee, denk jij soms eh… wetenschappelijk?”, reageerde hij, met een blik van ‘dat varkentje heb ik vaker gewassen’.

Hieraan moest ik afgelopen zaterdag denken toen ik in NRC Handelsblad een afscheidsrede van columnist J.L. Heldring las. Hierin trekt hij de ‘drie rode draden’ in zijn werk: mensen tot nadenken zetten, de rol van macht in de politiek en de behoefte van mensen om zich te onderscheiden van anderen. Vooral de eerste draad vond ik interessant (en hij zelf vermoedelijk ook, althans hij ruimt er verreweg de meeste plaats voor in). Mensen tot nadenken zetten, waarom zou je eigenlijk? En als je overtuigd bent dat dit een zegenrijk doel is, welke middelen kun je dan het beste inzetten?

Heldring is helaas bepaald zuinig met informatie over het hogere doel van zijn columns. Worden mensen gelukkiger als ze zelf nadenken? Leidt het tot een betere samenleving? Heldring laat zich er niet over uit. Ik heb de indruk dat hij als zelfbenoemd ‘conservatief’ gelooft in de heilzame werking van beschaving. Dat hij het romantische ideaal van authenticiteit verafschuwt – dat hij niet vindt dat de mens ‘zijn ware aard’ moet nastreven, ‘zichzelf moet zijn’, ‘terug naar de natuur moet’ e.d., dat hij gelooft dat de mens beter af is wanneer hij werkt aan zelfvervolmaking (en daarom ook voor zelfstudie en zelf nadenken is). Alleen: zo zegt hij dat in zijn afscheid allemaal niet.

Maar goed, stel dat Heldring gelijk heeft om dit verlichtingsideaal van ‘sapere aude’ na te streven, hoe kan dat ideaal dan het beste worden gediend? “Waar het op aankomt is de mensen tot nadenken te zetten, dus niet hun met eigen meningen om de oren te slaan”, zegt hij. Dat ‘dus’ doet nogal ondoordacht aan. Wat is dat voor een schijntegenstelling? Hoezo ‘dus’? Kunnen meningen niet tot nadenken aanzetten? Volgens Heldring niet: “Er zijn al veel te veel meningen, het columnistendom tiert welig – zo welig dat de lezer, anders dan de bedoeling is, niet wijzer wordt van die baaierd aan meningen, eerder de neiging krijgt te denken: ze zoeken het zelf maar uit.” Maar denkt de lezer bij een zorgvuldig opgebouwd betoog waarin argumenten voor en tegen worden gewogen niet ook al gauw: ze zoeken het zelf maar uit? Denkt de lezer überhaupt niet al gauw: ze zoeken het maar uit?

Mensen tot nadenken zetten met argumenten: dat lukt hooguit als het een welwillend, redelijk publiek is en ‘eh… wetenschappelijk’ denkt. Iemand die niet in je redenatie mee wil gaan – iemand die vertrouwt op z’n gevoel, z’n intuïtie, z’n rechterhersenhelft, iemand die van Venus komt, alleen de bijbel of het verzamelde werk van Ron L. Hubbard als ultieme bron van kennis accepteert – zo iemand zul je nooit kunnen overtuigen met argumenten. Iemand die je niet mag vaak ook niet, hoe je ook je best doet. Of iemand die geen respect voor je heeft omdat je nooit wat hebt bereikt in je leven: het these – antithese – synthese is aan hem vermoedelijk niet besteed.

Zo iemand zul je op andere manieren moeten wakker schudden en tot nadenken bewegen. Zorg dat zo iemand je wel mag, dan luistert hij misschien. Roep vragen op, schep verwarring – een methode die Heldring overigens ook vaak toepast (laat de lezer zelf maar argumenten verzinnen, hij helpt ze alleen op weg). Of strooi met ongefundeerde meningen: “50,000,000 Elvis Fans Can’t Be Wrong”, “The road of excess leads to the palace of wisdom” of “‘Alle Kretenzers zijn leugenaars’, zei de Kretenzer.” Ha, denk daar maar eens over na!

Deel:

Geef een reactie