R.I.Pod (Bij de dood van de iPod)

R.I.Pod (Bij de dood van de iPod)

Het moest er ooit van komen, en nu lijkt het eindelijk zo ver: het einde van de iPod. CNN rept van geruchten dat alleen de iPod Classic zou verdwijnen, maar we mogen ervan uitgaan dat ook de Nano en de andere modellen in hun voortbestaan worden bedreigd. Want waarom nog een aparte muziekspeler met je meezeulen als je ook een paar gigabyte muziek op je telefoon kunt zetten of op internet kunt zetten en ‘streamen’ als je er naar wilt luisteren?

Zelf ben ik na 7 jaar intensief iPod-gebruik in elk geval afscheid aan het nemen. De enige reden dat ik mijn iPod nog niet heb afgedankt is dat ik er zo veel meer opslagruimte (160 Gb) op heb, meer dan zes keer zo veel als op mijn mobiel (20 Gb) en mijn ‘kluis in de cloud’ (Mijn Dropbox van 5 Gb) samen. En dus houd ik mijn iPod nog aan voor situaties waarin ik wil kunnen beschikken over ál mijn muziek (door een recente donatie van 80 Gb heb ik nu inderdaad bijna 160 Gb. Bedankt nog, Tom!). Ik zou alleen niet weten wanneer zich zo’n situatie zich voordoet. Als ik eerlijk ben, kan die iPod wel de deur uit. Een mobieltje met 20 Gb aan favoriete nummers en wat recente aanwinsten is meer dan genoeg.

Hoe ziet de opvolger van de iPod eruit? Een paar jaar geleden verwachtte ik dat de mobiele telefoon de logische opvolger van de iPod zou zijn, en daarna, ooit internet. Nu zie ik dat ietsje anders. Eerder geloof ik nu in een combinatie van mobiel en internet, althans voor de komende jaren. Zolang de verbinding met internet duur en traag is, moet de mobiel heel wat in huis hebben: een zware processor, opslagruimte voor favoriete nummers, voor downloads, voor foto’s – noem de digitale bagage voor onderweg maar op – en natuurlijk eigen programmatuur (besturingssysteem, browser, applicaties).

Aangezien we – het leven is al te kort om 160 Gb aan muziek door te ploegen – geen tijd willen verspillen met het zelf overzetten van data van het ene apparaat naar het andere, moeten we ook op andere apparaten kunnen beschikken over de data op onze mobiel en in onze kluis op internet. Zodat we met elk willekeurig apparaat kunnen doen wat/waar/wanneer we willen: aantekeningen uitwerken op de computer (met toetsenbord), gedownloade muziek afspelen op de tablet (met touchscreenbediening) of films bekijken op de televisie.

Hoe krijg je dit voor elkaar? Door ‘aansluiten’ of door ‘sychroniseren’. Aansluiten: vertoon het filmpje van je telefoon op je televisie of een op je computer gedownload mp3-tje afspelen op je audio. Synchroniseren: zorg dat computer en overige apparaten automatisch ‘in sync’ met elkaar zijn en dat de data ook nog eens online worden opgeslagen. Aansluiten verdient de voorkeur naarmate de bestanden groter zijn en synchroniseren langer duurt en we meer willen besparen op de kosten die het rondpompen van data met zich meebrengt.

We mogen verwachten dat ‘aansluiten’ op termijn zal worden verdrongen door ‘synchroniseren’. Maar zo ver is het nog niet. Een ultieme ‘verbinder’ als de Motorola Atrix maakt m.i. een goede kans om binnen komende vijf jaar (of zo, pin me er niet op vast) uit te groeien tot de iPod van de volgende generatie: een als mobieltje vermomde computer die als een soort Matroesjka in een groter scherm annex toetsenbord past. Eén apparaat (je mobiel) dat je aan verschillende schermen en toetsenborden kunt verbinden en daarnaast los kunt gebruiken.

Maar uiteindelijk is ook zo’n modulair, rond de mobiele telefoon opgebouwd systeem slechts een kleine schrede op weg naar de ultieme oplossing: direct toegang tot ‘de cloud’, zonder tussenkomst van toetsenborden, beeldschermen en andere apparatuur. Denk aan een nummer of neurie een melodietje en de muziek klinkt in je hoofd. Denk aan een film en je krijgt ‘m geprojecteerd in je hersenpan. Je lichaam is de ultieme iPod – je body, je iBod.

Beeld: Man Ray, Le violon d’Ingres (Man Ray Trust)

Deel:

Geef een reactie