Stenen gooien in een vijver van kennis

Wetenschap beoefenen is als stenen gooien in een vijver. De stenen zijn onze hypotheses. De werkelijkheid is de vijver. Sommige stenen veroorzaken nog geen rimpeling, maar zinken roemloos naar de bodem – kennelijk waren deze hypotheses onjuist. Andere veroorzaken golven van kennis, die zich door de vijver uitbreiden. De meeste wetenschappers specialiseren zich, en proberen zo te mikken dat hun stenen terecht komen in de buurt van een golf die ze goed hebben bestudeerd.

En zo vermeerderen we onze kennis: door aan te sluiten op bestaande kennis, en in alle bescheidenheid met Isaac Newton te kunnen zeggen: “Als ik verder heb gezien dan anderen, komt dat doordat ik op de schouders van reuzen stond.” Hoe ver zijn we al gevorderd met onze kennisvergaring?, kun je je afvragen. Wat weten we eigenlijk nog niet? En hoe lang moeten we nog voordat we alles weten? Hoeveel stenen moeten we nog gooien?

Wanneer het gaat om zaken die we niet weten, wordt er wel eens onderscheid gemaakt tussen ‘zaken waarvan we weten dat we ze niet weten’ en ‘zaken waarvan we niet weten dat we ze niet weten’ – de ‘known unknowns’ en de ‘unknown unkowns’. Wetenschappers zijn vooral bezig met vragen die samenhangen met de ‘known unknowns’. Ze kijken niet veel verder dan de concentrische cirkels in het water van de vijver van de kennis. Waarbij ze zich, paradoxaal genoeg, steeds meer vragen gaan stellen naarmate ze meer weten: de cirkels worden groter, de omtrek breidt zich uit, het gebied dat er aan grenst ook. Maar dat is voor hen geen reden om hun geloof in de wetenschappelijke methode maar op te geven. “Als we gewoon doorgaan met stenen gooien, komt er een moment dat de hele vijver golft en de golven niet hoger kunnen”, zo redeneren zij. “Het is slechts een kwestie van tijd voordat onze kennis compleet is.”

Maar zo werkt het misschien toch niet helemaal. Het probleem is dat we geen overzicht hebben over die vijver van kennis. We zien alleen de golven die we zelf hebben veroorzaakt. We kunnen met enige trots constateren dat we meer weten dan generaties voor ons. Steeds meer. Maar we hebben geen idee hoe alles wat we weten zich verhoudt tot alles wat er valt te weten, geen idee welk gedeelte van de vijver we in beweging hebben gebracht. We weten niet eens of we alle kennis kunnen opdoen; wellicht dat we op deze manier slechts een gedeelte kunnen achterhalen van alles wat we niet weten? Dat het water in een gedeelte van de vijver blijft stilstaan, buiten bereik van onze stenen, onaangeraakt door onze golven?

Het braakliggende gebied in de vijver van kennis bestaat grotendeels uit ‘unknown unknowns’. Zaken die zich buiten ons blikveld bevinden. Waarvan we het bestaan niet of nauwelijks vermoeden, die zich buiten het terrein van onze gespecialiseerde kennis bevinden. We kunnen daar ook maar moeilijk hypotheses over formuleren. Of het kan misschien wel, maar dan moeten we originaliteit en verbeeldingskracht aan de dag leggen. We moeten vragen stellen die werkelijk nieuw zijn, die niet nauw aansluiten op de literatuur uit ons vakgebied, die niet vrijwel automatisch volgen op onderzoeken uit het verleden. Natuurlijk moeten we de bestaande kennis tot ons nemen. We moeten ons alleen niet opsluiten in ons eigen specialisme. We moeten ‘out of the box’ kunnen denken nadat we de ‘box’ uit en te na hebben bestudeerd.

Denk aan de mythe van hoe Newton de zwaartekracht ontdekte. Of de mythe waar is of niet, doet er nu even niet toe. Het gaat erom wat we ervan kunnen leren. Namelijk: Dat een kind dat onder een boom zit en een appel op zijn kop krijgt, niet op het idee zal komen om een wet voor de zwaartekracht op te stellen. Iemand als Newton wel, omdat hij én voldoende natuurkundig onderlegd was én over de onbevangenheid van een kind beschikte.

Ook vandaag de dag zijn er wetenschappers zoals Isaac Newton nodig. Die zich op de schouders van reuzen bevinden, maar op eigen benen staan. En stenen gooien waar niemand dat voor hen heeft gedaan.

(Inzending voor de Robbert Dijkgraaf Essayprijs 2018. Opdracht: schrijf een essay over ‘wat we niet weten’.  Niet gewonnen, en nu ik het teruglees vind ik het een onorigineel pleidooi voor originaliteit. En – wat mij betreft minder bezwaarlijk – niet zo persoonlijk als het essay dat wel heeft gewonnen).

Beeld: Flickr.com, Justin Mier

Deel:

Geef een reactie