Taalstrijd (Bij het Darwinjaar)

Taalstrijd (Bij het Darwinjaar)

‘De beste wint (nou ja, soms dan)’ – zo kun je het Darwinisme misschien het beste in één zin samenvatten. Het is een aantrekkelijke theorie, vooral omdat deze op zo veel terreinen toepasbaar is. Het Darwinisme leert ons dat het bestaan maar al te vaak een strijd is – en een strijd kent nu eenmaal winnaars en verliezers; niet voor iedereen is op het erepodium des levens een plaats.

De theorie verheldert niet alleen de evolutie van de natuur, maar ook bijvoorbeeld de concurrentie in de economie (nogal logisch, tenslotte is het Darwinisme goeddeels afgekeken van het denken van de klassieke economen) en – minder voor de hand liggend – culturele ontwikkelingen.

Neem nu, bedacht ik me laatst, de opmars van het Engels. Je kunt, Darwin indachtig, de talen zien als elkaars concurrenten, die dingen om de gunst van de gebruiker. Hoe komt het dat van de bijna 7.000 talen ter wereld (volgens www.ethnologue.com), 347 (5 procent) door 94 procent van de mensheid wordt gesproken en de rest dus door slechts 4 procent? (Nog minder eigenlijk, want gemiddeld verdwijnt elke twee weken wel een taal). Wat hebben die 347 talen dat de rest niet heeft? En hoe komt het dat het Engels van die 347 toptalen de ‘toppermost of poppermost’ is? (Neem ik aan, tenminste, denk ik, ik kan het zo gauw nergens vinden, maar wie spreekt er nu geen Engels, al is het maar als tweede taal?)

Kortom: aan welke eigenschappen dankt het Engels z’n succes? Het is denk ik vooral de combinatie van een simpele grammatica en een enorm vocabulaire. Weinig regels, veel woorden: een simpele en toch zeer rijke taal. Makkelijk te leren – je hebt het zo onder de knie, het Engels is de gitaar onder de talen – terwijl je zonder veel moeite kunt uitdrukken wat je wilt. Weet je niet hoe je je gedachten onder woorden moet brengen? Even het woordenboek erbij pakken en je kunt weer verder (als ik me niet vergis, schreef de Joseph Conrad zo z’n romans, zonder het Engels werkelijk meester te zijn – ondenkbaar in taal met ingewikkelde zinsconstructies en rare rijtjes).

Ik meen ooit te hebben gelezen (in Onze Taal? Ik kan het niet terugvinden) dat de verspreiding van het Engels wellicht ook te danken is aan z’n vele open klanken en het ontbreken van lastige gutturalen e.d. – hierdoor zou popmuziek in het Engels zo goed klinken.

En zo zullen er nog wel meer verklaringen zijn waarom het Engels zo succesvol is. Dat succes is overigens onverdiend, want het Nederlands is een veel betere taal. Maar ja, de beste wint nu eenmaal niet altijd.

P.S. Waarom de grammatica van het Engels zo simpel is? Gevolg (succes) is ook oorzaak (simpele grammatica), zo blijkt uit een Nederlands onderzoek uit 2019. Zie verder Big and Basic, The Economist 10-8-2019.    

Deel:

Geef een reactie