Tand des tijds (Over de Lennon-kloon)

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat we klungelaars zijn als het aankomt op klonen. Dat we – niettegenstaande de geruchten dat er sinds jaar en dag pogingen worden ondernomen om Adolf Hitler te reanimeren – nog net de genen van schaap Dolly en stier Herman en wat primitieve levensvormen kunnen copy/pasten, maar dat het daar dan ook wel bij blijft. Maar nu schijnen er toch echt serieuze, vergevorderde plannen te zijn om John Lennon uit de dood te laten herrijzen via het DNA van een van zijn tanden – een tand die door het bederf ernstig is aangetast nog wel, zo valt te zien op www.johnlennontooth.com.

Waarom een tand, kun je je afvragen – wat van zijn spuug van de achterkant van een postzegel had ook wel volstaan, of anders een plukje haar van een verzamelaar. Maar goed, degene die de Lennon-kloon wil produceren is nu eenmaal tandarts, misschien wel logisch dat hij een tand heeft uitgekozen om zijn experiment uit te voeren.

Interessanter is de vraag hoe de Lennon-kloon zich gaat gedragen. Zijn twee mensen met hetzelfde genetisch materiaal ook dezelfde mensen – hebben ze dezelfde talenten, dezelfde karaktereigenschappen, dezelfde (on)hebbelijkheden? Veel (alle?) mensen van de ‘wij zijn ons brein’-school (misschien moet ik zeggen: de ‘wij zijn ons gebit-school’;-)), die geloven dat ons karakter voornamelijk aangeboren is zullen geneigd zijn te denken dat de Lennon-kloon een niet van de echte Lennon te onderscheiden kopie zal worden. Die misschien zelfs nummers kan schrijven en zo de wereld kennis kan laten maken met muziek die nog niet eens in Lennon was opgekomen toen hij om het leven kwam. Waarom niet? Uit onderzoek onder eeneiige tweelingen blijkt toch ook dat genetisch identieke mensen die onder verschillende omstandigheden opgroeien ook in gedrag enorm op elkaar lijken – dus is het toch heel waarschijnlijk dat de Lennon-kloon ook aan het componeren en zingen slaat?

Wie weet. Alleen zijn de omstandigheden waaronder de Lennon kloon zou moeten opgroeien wel heel verschillend van die waaronder de ‘echte’ Lennon moest opgroeien. De tand des tijds heeft de afgelopen decennia flink om zich heen gebeten. Het armetierige Engeland van vlak na de oorlog is niet meer. Zijn moeder van wie hij zijn eerste muzieklesen kreeg evenmin. De toevallige ontmoeting met Paul McCartney heeft al eens plaatsgevonden, en kan niet meer worden herhaal – ja, je zou de jonge Lennon-kloon in contact kunnen brengen met de bejaarde (echte) McCartney of desnoods met een McCartney-kloon – maar of de jonge en de oude man elkaar zouden vinden in de liefde voor de rock-‘n’-roll is twijfelachtig.

Het waarschijnlijkst is het dat deze poging om in te grijpen in de muziekgeschiedenis weinig effect zal sorteren. Ga maar na. Stel dat het lukt om Lennon te klonen. Wat voor een leven zal de jonge Lennon-lookalike hebben? Een leven als Truman in The Truman Story, lijkt me, het leven van iemand die onder het oog van het publiek moet opgroeien. Ik denk dat zijn ‘vader’ (Michael Zuk, bedoel ik, de tandarts) hem vroeg op muziekles zal sturen, hem een gitaar in handen zal duwen, hem zal dwingen naar de muziek van The Beatles te luisteren. En ik kan me voorstellen dat de Lennon-kloon met de hem kenmerkende, van zijn andere vader – John Lennon, bedoel ik – geërfde opstandige aard zich flink zal verzetten tegen zijn opvoeding. De kans is groot dat hij weigert muzikant te worden.

Of, als hij wel muzikant wordt (gekloond bloed kruipt nu eenmaal ook waar het niet kan gaan), dat hij probeert heel andere muziek te maken dan zijn vader. Zonder daarin te slagen natuurlijk. Want hij heeft nu eenmaal zijn vaders genen, zijn uiterlijk en zijn stem, zodat het bijna niet anders kan dan dat hij zal klinken als een modern aftreksel van zijn vader. Maar waarom zou je dan nog de moeite nemen om John Lennon te klonen – als die kloon precies klinkt als Julian Lennon?!

 

Deel:

Geef een reactie