Toen en nu (Afscheid van de basisschool)

Dinsdag een musical, woensdag een afscheidsfeest, gisteren een nazit en vandaag was er ook weer wat. Vooral woensdag ging het er heftig aan toe. Om zeven uur schijnt M. te hebben uitgeroepen dat ze kapot veel van iedereen hield, waarna haar BFF H. het te kwaad kreeg. En toen A. ook, en W. en B. ook. Net zo lang totdat bijna alle kinderen in tranen waren. Alleen J. en Q. hielden het droog. Niet zo vreemd, de ouders van J. liggen in scheiding, dus zij was met haar gedachten elders. En Q. is hoogbegaafd, dus die had belangrijkere zaken aan zijn hoofd.

Maar als wij ouders binnenkomen omhelzen ook J. en Q. hun klasgenoten en fotograferen ook zij driftig hun beste vrienden (en vanavond is iedereen een beste vriend) met hun smartphones om deze avond voor de eeuwigheid moeten vastleggen. Wel opmerkelijk dat de kinderen er goed in slagen hun tranen in te houden als ze voor de camera moeten poseren, en dat ze als volleerde mannequins en fotomodellen in de houding weten te springen.

“Massahysterie”, vertrouwt de juf de ouders toe. “Elk jaar hetzelfde.” En als ze de groep moet toespreken: “Straks mogen jullie verder huilen, nu ben ik even het woord.” Waarop de kinderen direct droogvallen en haar nuchtere woorden (‘over een paar jaar weten jullie niet meer wie ik ben’) afwachten om – inderdaad – meteen daarna weer verder te balken. De zelfgemaakte gehaktballen die ik heb meegenomen blijven onaangeroerd, net als de kippenpootjes en zelfs de chips, de kinderen hebben het te druk met elkaar.

Zoals zo vaak tijdens plechtigheden waar ik niet helemaal bij hoor, dwaal ik af. Heb ik vroeger ooit zo’n afscheidsfeest gehad? Heb ik toen ook iedereen de liefde verklaard? Moest ik ook zo huilen? Volgens mij niet. Ik kan me er in elk geval werkelijk niets van herinneren. Evenmin als ik me kan herinneren dat mijn ouders met mij een ronde maakten langs middelbare scholen om een verantwoorde schoolkeuze te maken of dat ik ooit op de middelbare school van mijn keuze een ‘wendag’ heb gehad. De lagere , pardon basisschool stopte gewoon, en na de grote vakantie ging je naar een andere school. Een emotie-arme overgang, zonder enige ‘rite de passage’.

Vroeger – heb ik met kunstgeschiedenis geleerd – had je een samenleving waarin kinderen werden gezien als een kleine en minderwaardige volwassenen. In schilderijen uit de 17e eeuw zie je kinderen die in onze beleving oud voor hun leeftijd zijn, in dezelfde sombere kleding als hun ouders en in ernstige houdingen verzonken. Sindsdien (vanaf Rousseau of zo, vanaf de Romantiek in elk geval) wordt de kindertijd steeds vaker ge├»dealiseerd, als een soort paradijselijke toestand waarvan we met elke stap op weg naar volwassenheid verder verwijderd raken. Deze ontwikkeling heeft zich echter niet rechtlijnig voltrokken. Tot aan de jaren vijftig van vorig eeuw was het pre-romantische beeld van de kindertijd nog heel gewoon – zeur niet, eerbied voor je ouders, doe wat ik zeg – en pas in de loop van de jaren vijftig, zestig kwam hier verandering in, en kreeg de verheerlijking van het kind – je bent een kanjer, zo bijzonder, zo lief, kind voor en kind na – de overhand.

In een periode die ergens tussen deze twee uitersten ligt, ben ik grootgebracht. Of misschien moet ik zeggen: ben ik groot geworden. Een betere omschrijving, want ik geloof niet dat iemand (ouders, onderwijzers) er erg hard achteraan heeft gezeten om te zorgen dat ik wat van mijn toekomst zou maken. Geen dwang, geen betutteling, geen hardhandige terechtwijzingen, maar ook geen liefkozende en bewonderende woorden; geen lijfstraffen of belerende preken maar ook geen afscheidsfeestjes en musicals of wendagen.

Ik zeg niet dat het erg is, maar van de week vroeg ik me wel weer eens af wat er van me zou zijn geworden als me vroeger was ingeprent dat ik een kanjer was, dat niemand op de hele wereld zo uniek en zo lief was als ik en dat ik nog mijn hele leven voor me had en niet meer hoefde te huilen.

Deel:

Geef een reactie