Van het doel en de middelen (Over het Nederlands elftal)

Van het doel en de middelen (Over het Nederlands elftal)

Kort samengevat komen alle uren- en ellenlange discussies over het Nederlands elftal hier op neer: Nederland maakt een goede kans om wereldkampioen te worden, maar dan moeten ‘we’ niet toegeven aan onze neiging tot mooivoetballerij.

Vreemd. Om te beginnen omdat ‘resultaatvoetbal versus mooivoetballerij’ een rare schijntegenstelling is. Goed voetbal is soms oogstrelend, soms ook niet. Mooi voetbal levert soms wat op, soms ook ook niet. Misschien – ik ben er nog niet helemaal uit – is mooi voetbal in de regel zelfs wel effectiever dan lelijk voetbal. In elk geval spelen de beste spelers vaak (meestal?) oogstrelend voetbal. Het spel van Pele, Maradona, Cruyff… beter en mooier kun je het niet hebben.

Nu ik erover nadenk, ken ik eigenlijk geen enkele speler die met lelijk spel de absolute top heeft bereikt. Lelijk voetbal lijkt wel voorbehouden aan spelers met een beperkt talent: de harde verdedigers (type Wim Suurbier), ploeterende middenvelders (Dick Schoenaker) en simpele goalgetters (Gerd Müller). Je zou kunnen beargumenteren dat je die werkpaarden nodig hebt in je team zodat de luxepaarden kunnen schitteren, maar dat is een onhoudbare stelling. Eerder geldt het omgekeerde: dat de mindere spelers ook een beetje kunnen stralen dankzij het schitterende en resultaatgerichte spel van de sterren. Denk alleen maar aan Maradona in 1986 tegen Engeland. Wie zaten er verder ook al weer in het team van Argentinië?

Wat is trouwens resultaatvoetbal? Boekt het team dat wereldkampioen wordt met afzichtelijk spel een beter resultaat dan een team dat dit met wervelend spel doet? Nee toch? Het oog wil toch ook wat? Schoonheid is ook resultaat.

Of vinden aanhangers van resultaatvoetbal soms dat ‘het doel de middelen heiligt’? Dus dat het erom gaat dat ‘we’ wereldkampioen worden – desnoods met krukkig spel, met overtredingen, schwalbes en vertragingstaktieken, met noem de spelverziekende technieken maar op.

Vreemd dan dat als het om het landsbeleid gaat, we niet houden van gedrag dat niet zuiver op de graat is – van draaikonterij, van onderhandelingstrucjes, van achterkamertjespolitiek en handjeklap – hoe doelgericht die ook zijn. Waarom hanteren we dan niet eenzelfde hoge standaard als het om voetbal gaat? Juist als het om voetbal gaat! Van de politiek kun je nog zeggen dat het een noodzakelijk kwaad is en dat vuil spel onvermijdelijk is, voetbal dient geen groot, buiten het spel gelegen doel – we kunnen dus best mooi, om niet te zeggen integer voetbal eisen. Waarom keuren we onsportief spel dan niet gewoon af? Waarom vinden we dan niet dat ‘Oranje’ alleen wereldkampioen mag worden als het werkelijk verdient te winnen – en dat het anders van ons niet hoeft? Ik kan er niet bij.

Wat ik al helemaal niet begrijp is waar de discussie ‘resultaatvoetbal versus mooivoetballerij’ vandaan komt. In het verleden werd de spelers altijd verweten dat ze geen vechtersmentaliteit hadden (de patatgeneratie ten tijde van Leo Beenhakker dan, in tegenstelling tot de generatie van de met de mouwen opgestroopte totaalvoetballers uit de tijd van Michels). Kortom, dat het slappe, verpolderde zeuren waren. Nooit ging het er om dat ze ‘te mooi’ speelden en daardoor ondermaats presteerden. Nu is dat wel opeens een kwestie. Verbazingwekkend, te meer daar het Nederlands elftal helemaal nooit zo vreselijk mooi heeft gespeeld.

Deel:

Geef een reactie