Voorbij de grenzen van mijn kennis (Over de algemene relativiteitstheorie)

Vandaag gedenken we de dag dat Albert Einstein, de koning der wetenschappers, in 1916 de algemene relativiteitstheorie ontvouwde, de parel in de kroon van de natuurkunde, de beeldschone koningin van de wetenschap. Maar wat gedenken we eigenlijk?

Bij ons op school werd de algemene relativiteitstheorie niet onderwezen, de leraar heeft er tussen neus en lippen door wat over verteld, maar daarbij duidelijk gemaakt dat we er niet over zouden worden geëxamineerd. De algemene relativiteitstheorie werd gepresenteerd als een toegift. Leuk om te weten als het je interesseerde, maar het was niet erg als je geen zin had je te verdiepen in wat wel de grootste intellectuele prestatie van de mensheid is genoemd. Te moeilijk voor de meeste leerlingen, dachten ze waarschijnlijk, al werd dat er niet bijgezegd.

Voor mij was het wel te moeilijk, ik heb de algemene relativiteitstheorie tenminste nooit kunnen vatten. Nou ja, even geloof ik, toen het me die eerste keer terloops werd uitgelegd, heel even kon ik het heelal door de ogen van het grootste genie der mensheid aanschouwen. Maar de les was nog niet voorbij of het licht doofde weer en is nooit meer ontvlamd. Ik heb in de loop der jaren heel wat pogingen gedaan de algemene relativiteitstheorie te vatten, maar vergeefs.

Boeken als ‘Introducing Einstein’, het boek van de Teleac-cursus ‘Van Quantum tot Quark’ en ‘Een kleine geschiedenis van Bijna Alles’- ik heb er veel van aangeschaft en doorgebladerd in de hoop het grootste raadsel uit de wetenschap te ontwarren, maar nee. Ik heb geprobeerd om via een omtrekkende beweging Einstein te overwinnen, door een bijvak Geschiedenis van de Natuurwetenschappen te volgen. Maar we zijn nooit verder gekomen dan de experimenten van Michelson en Morley die aantoonden dat het heelal niet vol ether zit. Daarna lieten onze leerboeken ons in de steek. “De mechanisering van het wereldbeeld beduidt het begin van de mathematisering der natuurwetenschap, die in de physica der twintigste eeuw haar voltooiing krijgt”: zo maakt E.J. Dijksterhuis zich er van af op de laatste bladzijde van ons leerboek ‘De mechanisering van het wereldbeeld’.

Nooit zal ik begrijpen wat het nu werkelijk betekent dat ‘tijd en ruimte relatief zijn’, wat zeg ik, dat tijd deel uitmaakt van de ruimte en dat de twee in elkaar kunnen overgaan (tijd kan vorm hebben – ik kan het me eenvoudigweg niet voorstellen), dat de zwaartekracht niet bestaat – dat maakte Sir Isaac Newton ons maar wijs – maar het gevolg is van de kromming van de ruimte-tijd, nooit zal ik weten waarom we niet sneller kunnen dan het licht of waarom het heelal uitdijt.

En ik denk dat de algemene relativiteitstheorie wel meer mensen hun macht te boven gaat. “Alles is relatief”, zeggen we soms om ons intellectueel onvermogen te verhullen. Of we trekken ons t-shirt met e=mc2 erop aan. Vandaag niet, vandaag houden we ons koest. Vandaag gedenken we onze onwetendheid.

Deel:

Geef een reactie