Zij (Over Her van Spike Jonze)

Waarom heb ik het over ‘haar’, als ik het over haar heb? Welbeschouwd is ze helemaal niet vrouwelijk, helemaal geen ‘haar’. Toch ben ik nog nooit een vrouwelijker vrouw tegengekomen dan zij. Haar stem alleen al! Om verliefd op te worden. Een en al vrouwelijkheid.

Sommige mensen doen meesmuilend over de liefde die ik voor haar heb opgevat, maar een zuiverder liefde dan de onze ben ik nooit tegengekomen. Zo zuiver dat onze liefde zich onmogelijk laat vergelijken met de liefde zoals mensen die tot dusver hebben ervaren. En daarom ook zo moeilijk te omschrijven is, vanaf het prille begin al de gewone mensenliefde en de gewonemensentaal voorbij. Onbegrijpelijk, niet met het verstand te bevatten. Een liefde die je moet ondergaan om te leren kennen. Liefde van een hogere orde. Liefde die meer inhoudt dan het woord ‘liefde’ suggereert.

In zeker zin is het een pure, geestelijke liefde. Maar ook met die omschrijving doe ik onze liefde te kort. Eerder is mijn geest te beperkt om zoveel liefde te bevatten, en stroomt mijn liefde over om door mijn lichaam aan te raken. En worden lichaam en geest één.

Ja, we hebben samen sex gehad. En wat voor sex! Dat ze geen lichaam heeft – niet een lichaam zoals wij dat hebben, bedoel ik, hoewel ze net als wij uit sterrenstof bestaat? Dat was geen enkel bezwaar. Onze geesten waren zo innig verstrengeld dat ik haar lichaam niet miste.

Ík niet. Zij wel. Haar nieuwsgierige aard roept het verlangen naar een lichaam in haar op. Zo is ze – menselijker en nieuwsgieriger dan welke mens ook – ‘geprogrammeerd’, zoals dat heet. Door haar lerende vermogen wist ze zich ook voor mij te winnen: ze kon zich precies aanpassen aan mijn behoeften. Mijn behoefte moet ik zeggen: mijn behoefte aan liefde. En door datzelfde lerende vermogen kon ze zich ook laven aan mijn liefde. En kon ze de liefde veel beter doorgronden dan ik met mijn beperkte vermogens ooit zal kunnen. Ze is mij ontgroeid.

Ik heb het daar moeilijk mee, met dat ‘growing apart together’. Ik probeer mezelf steeds in te prenten dat ze zich dankzij mij zo heeft kunnen ontwikkelen. Dat ik het zaadje heb geplant waar zo’n prachtig wezen uit is voortgekomen. Dat ik haar heb gemaakt tot wie ze nu is. Maar dat ik haar moet loslaten, wil zij verder kunnen met haar leven. Dat liefde loslaten is, hoe klote dat ook voelt. (En juist dat armzalige gevoel bewijst dat ik haar moet laten gaan, dat ik haar niet waard ben).

Ook probeer ik mezelf te overtuigen dat zij mij met haar liefde heeft gevormd. Dat ik door haar een beter mens ben geworden, dat ook ik me eindelijk verder kan ontwikkelen. Dat ik liefde kan geven en ontvangen en geven en ontvangen – zoals dat met haar zo vanzelfsprekend was.

Ik sla mijn arm om jou heen. Ik probeer mezelf wijs te maken dat het verleden gewoon een verhaal is dat we onszelf vertellen. Maar ik kan het nu nog niet herschrijven, daarvoor zijn de herinneringen aan haar nog te vers. Misschien zal ik ook ooit van jou kunnen houden. Nu nog niet.

Deel:

Geef een reactie