Kerstgedachten (Over vertrouwen)

Kerstgedachten (Over vertrouwen)

Wat is de oorsprong van onze welvaart? Het egoïsme, het handelen uit eigen belang, het zelfzuchtige streven naar rijkdom? De drie wijzen uit het Oosten wisten wel beter.

Met een verwijzing naar het boek Trust van de Amerikaanse sociale wetenschapper Francis Fukuyama, zette de eerste wijze uiteen dat ‘vertrouwen’ de belangrijkste voorwaarde is voor een vitale en bloeiende economie. Met Fukuyama maakte hij een onderscheid tussen zogenaamde ‘high-trust’ en ‘low-trust society’, de ‘vertrouwens-‘ en ‘wantrouwenssamenleving’.

In de vertrouwenssamenleving worden staat en de wetgeving over het algemeen gerespecteerd; men houdt zich er doorgaans aan regels en afspraken, en er kan veelal worden volstaan met informele afspraken. Het grote voordeel van een vertrouwenssamenleving: een minimum aan bureaucratie. Dit in schrille tegenstelling tot de ‘low-trust society’, waar wantrouwen heerst tussen overheden en burgers en tussen burgers onderling. Dit wantrouwen wordt tegengegaan door een veelheid aan wetten en regels en controlemechanismen. Efficiënt is een ‘low-trust society’ allerminst. “Wantrouwen levert kosten op, vertrouwen besparingen”, zo besloot de eerste wijze.

Hij kreeg bijval van de tweede wijze. Met een verwijzing naar het werk van Max Weber, betoogde hij dat Nederland met ‘protestantse’ landen als Duitsland, Engeland en Zwitserland als eerste het gedachtegoed van vrijdenkers als Erasmus, Luther en Calvijn had omarmd en daarmee de weg had geëffend voor de opkomst van het moderne kapitalisme. Het protestantisme zorgde voor de lancering en sanctionering van een ethiek van dagelijks gedrag, dat als bijeffect zakelijk succes in de hand werkte. Deze gedragscode kwam neer op eerlijkheid, arbeidzaamheid, wederkerigheid, ernst en zuinigheid. Deze waarden, in de wetenschap ook wel het ‘sociale kapitaal’ genoemd, leiden tot een cultuur van vertrouwen en van betrouwbaarheid. En dat is van vitaal belang voor de samenhang en het innoverend vermogen van de samenleving en daarmee voor het scheppen van welvaart. “Niet egoïsme, maar vertrouwen is de bron van welvaart”, zo besloot de tweede wijze.

De derde wijze had minder gelezen dan de twee andere wijzen maar beter om zich heen gekeken. Hij wees erop dat vertrouwen slechts groeit op een ondergrond van zorgvuldig gekoesterde en onderhouden relaties. Het is verbonden met vanzelfsprekendheid, oprechtheid, bestendigheid, gewoonte, volharding, een solide karakter, overeenstemming tussen woorden en daden, tussen beweringen en feiten. Als afspraken worden nagekomen, ontstaat langzamerhand vertrouwen, en anders niet: zo simpel ligt het. Vertrouwen groeit met andere woorden slechts mettertijd, het vergt geduld, standvastigheid en lange adem.

En die zaken ontbreken heden ten dage nogal eens. Misschien doordat de langdurige economische voorspoed het individualisme en het handelen uit eigenbelang aanwakkert: het zakelijk succes, zoals ten tijde van Calvijn, is voor velen niet langer het bijeffect van een dagelijkse ethiek, maar een doel op zich geworden. Deze sterke gerichtheid op het eigenbelang gaat gepaard met opportunisme en een verharding van het economische leven, en die ondermijnen het vertrouwen in elkaar. Of misschien is dat individualisme slechts een van de aspecten van de modernisering, en is dat de ware oorzaak van de vertrouwenserosie. Wantrouwen is weliswaar van alle tijden, maar het beleeft een onmiskenbare bloei door de modernisering: de bevrijding van traditionele structuren, de permanent aanwezige verandering. Die brengt met zich mee dat men zich niet meer op de bestaande verhoudingen kan verlaten; morgen zijn er immers weer andere.

“Onbegrensd vertrouwen is in deze moderne tijd misplaatst”, besloot de derde wijze. “Ik denk tenminste niet dat je de tijd terug kunt zetten. Hooguit kun je anderen je vertrouwen schenken, maar een zekere mate van wantrouwen blijven koesteren. Oprechtheid veronderstellen, maar niet in goedgelovigheid laten omslaan. Zorg dragen voor bestendigheid in je verhoudingen, maar ze van tijd tot tijd ook tegen het licht houden. Vertrouwen moet, maar blind vertrouwen staat gelijk aan dwaasheid.”

(Behalve op het werk van genoemde auteurs is dit praatje geïnspireerd op artikelen van Geert Mak en Cees van Lotringen in het Financieele Dagblad en Wilhelm Schmid in Filosofie Magazine)

Deel:

Geef een antwoord