Over toenemende ongelijkheid (Kleine gedachten, groot onderwerp)

Over toenemende ongelijkheid (Kleine gedachten, groot onderwerp)

De rijken worden rijker. Zelfs zo rijk dat sommigen van hen erop aandringen eindelijk eens zwaarder te worden belast. Zelfs zo rijk dat eentje van hen haar miljoenenerfenis heeft weggeschonken. Dat getuigt van nobele bedoelingen. Maar is het wel zo erg als de ongelijkheid toeneemt?

Het korte antwoord is natuurlijk: ja, als de meeste mensen het erg vinden, als het afbreuk doet hun levensgeluk, dan ís het ook erg.

Maar hebben ze objectief gezien ook gelijk om die toenemende ongelijkheid te veroordelen? Een langer antwoord luidt ongeveer zo:

“Mensen hebben verschillende talenten, waardoor ze zich ook verschillend kunnen ontwikkelen. Dit kan er toe leiden dat de een rijker wordt dan de andere. Zodoende ontstaat er meer ongelijkheid. Dat hoeft niet erg te zijn, integendeel. Zoals handel leidt tot meer welvaart als alle landen hun ‘comparatieve voordeel’ kunnen inzetten en bedrijven zich specialiseren en beperken tot hun ‘kernactiviteiten’, zo is het met mensen ook: als ze hun talenten gebruiken komt het wel goed. Iedereen kan profiteren, er is meer welvaart door die verscheidenheid. Zolang de welvaart van de een niet ten koste gaat van die van een ander, wordt iedereen wordt rijker, ook al neemt de ongelijkheid toe. De rijker worden rijker, de armen ook.

Voorwaarde is wel dat mensen zich inderdaad kunnen ontwikkelen. Dat betekent dat de ongelijkheidsgroei vroeg of laat moet worden afgeremd. Want op een gegeven moment is de ongelijkheid zo groot dat wie rijk is z’n geld ophoopt, terwijl wie arm is te weinig heeft om een goede opleiding te volgen, onvoldoende kansen op de arbeidsmarkt krijgt, zijn potentieel niet kan verwezenlijken. Dus moet je om die zo begeerlijke ongelijkheid mensen voldoende (misschien wel gelijke) kansen bieden om er wat van te maken in hun leven. Het is dus zaak een ongelijkheidsoptimum te vinden.

Belastingen zijn daartoe een instrument. Je slaat daarmee als overheid twee vliegen in één klap: je gaat daarmee de ongelijkheidsgroei tegen en je haalt geld middelen om arme mensen de mogelijkheid tot een beter leven te bieden.” 

Alleen: Hoe hoog moeten die belastingen zijn? Wat moet je belasten (inkomsten uit arbeid, vermogen, erfenissen, consumptie etc.; misschien moet kunstmatige intelligentie zelfs worden belast)? Hoe moet de belastingdruk worden verdeeld? En waar moet het geld dan precies naartoe?

Lastige vragen. In elk geval ligt het voor de hand om progressieve belastingen te heffen, dus dat wie de sterkste schouders ook de zwaarste lasten draagt. Hoe rijker iemand is, hoe meer hij immers kan missen. Hoogleraar ethiek Ingrid Robeyns – de laatste tijd veel in het nieuws – vindt zelfs dat mensen met 1 miljoen euro toe kunnen. Alles daarboven zou volgens die redenatie dus kunnen worden wegbelast.

Het zal er wel niet van komen. En al kwam het er wel van: Nederlanders bezitten samen rond de 2 500 miljard euro schat het CBS. Met een flinke slag om de arm, dat wel (zo is het aanmerkelijk belang van ondernemers in hun bedrijf niet meegeteld). Maar toch: als je dat wilt gaan herverdelen zodat iedereen evenveel krijgt, kom je uit op rond 100.000 euro per huishouden. Allemaal even welvarend, maar allemaal veel te arm.

Beeld: Rijk en arm volgens Rembrandt, zelfgebakken met Dall-E 3

Deel:

Geef een reactie