Rouwverwerking nieuwe stijl (Explosief goedje)

Rouwverwerking nieuwe stijl (Explosief goedje)

Dankzij Elisabeth Kübler-Ross kennen we de verschillende stadia in rouwverwerking en weten we dat de lange weg van verlies naar acceptatie via ontkenning, woede, onderhandelen en depressie loopt. 

Een beetje grof is haar model wel; het houdt geen rekening met individuele varianten binnen het algemene rouwpatroon dat zij schetst. Vooral die tweede fase – waarin de woede om zich heen grijpt – kent allerlei verschijningsvormen.

Soms slaat de woede naar binnen, zoals bij mensen die het zichzelf kwalijk nemen dat ze een dierbare zijn verloren (‘had ik maar beter opgelet, gewaarschuwd, eerder ingegrepen’). Soms is de woede eerder naar buiten gericht, zoals iedereen die wraaklustige gevoelens heeft gehad na een verlies van een dierbare door een onnatuurlijke dood zal beamen (‘ik zal niet rusten voordat de moordenaar hangt’). Een verklaring waarom mensen zo verschillend reageren? Misschien dat de woede in zogeheten ‘schuldculturen’ eerder naar binnen slaat en in ‘schaamteculturen’ eerder naar buiten?

Ook de intensiteit van de woede loopt uiteen. Hoe nauwer iemand verbonden was met iemand die is overleden, hoe groter het gemis, dus hoe bozer. Maar dat is niet de enige factor. Ook hier speelt de cultuur wellicht een rol. Politieke factoren wegen vermoedelijk ook mee. Het lijkt me tenminste dat mensen in landen met beperkte vrijheid van meningsuiting hun woede – ook een soort mening, tenslotte – zullen intomen.

En dan wordt de stap van ontkenning naar woede ook niet altijd even snel gezet. Die snelheid lijkt historisch bepaald te zijn, en het heeft er veel van weg dat de boosheidsfase zich tegenwoordig in een vroeger stadium aandient dan tien, twintig jaar geleden. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat we een historisch omslagpunt hebben bereikt, en dat het tegenwoordig gebruikelijk is die hele ontkenningsfase over te slaan. Kijk maar naar de gebeurtenissen van de week in Rotterdam.

Het NOS Journaal toonde een zwartgeblakerd huizenblok dat nog na stond te trillen van een explosie. Een aantal woningen was al gedeeltelijk ingestort, de voor- en achtergevel waren grotendeels weggeblazen en het was alleen aan een provisorisch aangebrachte onderstutting te danken dat de muren nog overeind stonden. Heetgebakerde jongeren (en een paar ouderen, ik wil niet discrimineren) eisten toegang tot wat er over was van het wankele pand om op zoek te gaan naar nabestaanden. En als ze geen toestemming van de aanwezige politie en hulpverleners kregen, dan zouden ze een knokploeg optrommelen en zich een weg naar binnen forceren. De politie ging overstag, en jawel: binnen de kortste keren dook er een been op. De volgende fase in de rouwverwerking kon beginnen, zou je zeggen. Laat de ontkenningsfase maar z’n rustgevende intrede doen. Maar nee: de agressie richting politie en hulpverleners bleef onverminderd fel vlammen.

Opmerkelijk genoeg leken ook mensen zonder enige band met het slachtoffer in de tweede fase van de rouwverwerking te blijven hangen, en schreeuwden en scholden ook zij hun kelen schor. Waaruit misschien moet worden afgeleid dat rouw (tegenwoordig?) een soort besmettelijke ziekte is: ook wie weinig reden heeft om te rouwen, kan er door worden getroffen. De vele reacties op de berichtgeving over de explosie op een site als nu.nl wijzen ook in die richten. Zelden zoveel mensen gezien die zo snel na een treurige gebeurtenis in de boosheidsfase schoten. 

Naar de oorzaak van de explosie blijft het voorlopig gissen. Was het een ongeluk? Of toch een aanslag? Het zou mij niet verbazen als er iemand in diepe rouw achter zit.

Beeld: Zelfgebakken met Dall-E 3

Deel:

Geef een reactie