Van de ratten besnuffeld

Van de ratten besnuffeld

Een tijd terug hadden wij een rat op bezoek. Het beest was vanuit de tuin door het huis naar de binnenplaats gevlucht. Daar kwam hij erachter dat hij gevangen zat. Hij probeerde zich nog een tunnel door een van de muren van de binnenplaats te knagen, maar gaf dat na enkele uren op. Hij slaagde erin een putdeksel op te tillen, zodat hij in geval van nood wat water tot z’n beschikking had. Toen verschanste hij zich achter een plant in de hoek van de binnenplaats en wachtte de zetten van zijn tegenstanders af.

Weer verstreken uren. Het viel nog niet mee om iemand te vinden die de rat wilde verwijderen. De gemeente weigerde, die bestrijdt alleen de rat in de openbare ruimte, de publieke rat. Particuliere diensten genoeg, maar de ene na de ander liet weten er weinig voor te voelen uit te rukken: als we een heel nest hadden gehad, dan misschien, maar een enkele rat leverde te weinig op. Konden we niet later terugbellen, als de rat mede-ratten had verzameld? 

Uiteindelijk was één rattenverdelger bereid te komen. Bedachtzaam liep hij met een grote boog om de rat heen. In de uiterste hoek van de binnenplaats, op de grootst mogelijke afstand van de rat – een rat in nood maakt rare sprongen, en kan je aanvallen – plaatste hij een val en legde wat vergiftigd eten neer. Vroeg of laat krijgt ie wel honger, en dan gaat hij voor de bijl, zei de rattenvanger. En vertrok weer. Zodra de rat gestorven was, zou hij hem wel komen ophalen.

‘Vroeg of laat’ werd laat: sluw als hij was vertrouwde de rat het niet. De val meed hij en hij deed er ruim een dag over voordat hij eindelijk wat van het eten nam. De dosering bleek te laag: de rat zwalkte over de binnenplaats en trok zich toen terug achter de plant. De rattenvanger was bereid tussentijds nog wat gif neer te leggen, en uiteindelijk – nog een lange dag later – gaf de rat het op.

Waarom het beest niet meteen een kogel door z’n kop geschoten?, vroeg ik de rattenvanger. Daar had hij geen vergunning voor, zei hij. Er waren inderdaad bestrijdingsdiensten die zo te werk gingen, hij niet. Een vergunning voor een pistool kreeg je niet zomaar; liever hadden de autoriteiten dat ratten met gif werden gedood. Een diervriendelijker methode, schijnt het.

Kennelijk worden wij in Nederland geacht rekening te houden met de rat, weet ik sindsdien.

Toch keek ik wel even op van het artikel in Het Parool, waarin de overtreffende trap in ratvriendelijk gedrag wordt bepleit. “Aan de communicatie tussen mens en rat kan nog veel worden verbeterd”, stelt Maite van Gerwen, een dierwetenschapper die bemiddelt bij conflicten tussen mens en dier. “Een geslaagde bemiddeling eindigt in een win-win”, zegt ze. “In het conflict tussen mens en rat is het doorgaans win-lose. Maar het doden van één van de twee partijen is geen echte oplossing.”

Een betere verhouding met de rat is het alternatief, denkt ze. Dat begint met zelfonderzoek (van de mens, welteverstaan): “Waarom willen we bepaalde dieren wel om ons heen en andere dieren niet?” De communicatie kan ook effectiever: “Wij communiceren als mensen heel onduidelijk met de rat, bijvoorbeeld door overal voedsel te laten slingeren. We willen geen ratten in ons huis, maar laten wel gaten en kieren open waardoor de dieren eenvoudig kunnen binnenkomen. Je moet wel een heel domme rat zijn om daar geen gebruik van te maken.”

De volgende keer dat ik een rat tegenkom, zal ik niet gillend weg rennen maar beleefd groeten.

Beeld: zelfgebakken met Dall-E 3
Deel:

Geef een reactie