Woordwaarde (Waar doe ik het voor)

Woordwaarde (Waar doe ik het voor)

Mijn nieuwe opdrachtgever geeft me x cent per woord. Dat is meer dan ik gewend ben, meestal verdien ik slechts y cent per woord. Een extra compliment van x min y cent per woord. 

Ik vat dit op als een aanmoediging om zoveel mogelijk woorden te schrijven. Dat moet wel lukken. In de beperking toont zich de meester, mateloosheid is voor iedereen weggelegd. Wat is er nu makkelijker dan het ene woord op het andere laten volgen? Om een woordenstroom op gang te laten komen waarmee je hele bladen kunt vullen en bibliotheken laten vollopen?

Het is vooral een kwestie van niet te veel nadenken over wat je wilt schrijven. Niet te streven naar kernachtige formuleringen maar juist proberen de kern aan het zicht onttrekken, met een woordsoufflé waarin je zoveel mogelijk zaken opblaast, uitvergroot en aandikt. Dus schrijf ik voortaan met veel herhalingen. Veel herhalingen en veel bijvoeglijke naamwoorden. Veel herhalingen en veel overbodige, overvloedige, overtollige naamwoorden. Met van die woordjes die je overal tussenin kunt plakken. Echt wel. Werkelijk. Serieus. Toch?

Zo ontstaan lange teksten. Woordenbaksels die als warme broodjes over de toonbank gaan. Met anekdotes als beleg. Gekruid met terzijdes. Hier en daar een pakkend beeld om de woordjes nog verder op smaak te brengen. Misschien wordt het woord wel vlees. Of misschien is het woord wel het brood dat leven geeft, en is dat wat Jezus eigenlijk bedoelde in Johannes 6:35 (“Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben”, citaten tikken ook lekker aan. Hoe het ook zij: in den beginne was het woord).

Leestekens tellen niet mee als woorden, vermoed ik. Logisch, die houden de boel maar op en ontsieren de woordenpracht. Dus zo min mogelijk komma’s (wie kent het verschil tussen een beperkende en een uitbreidende bijzin ook nog) en weg met die dubbele punten en aanhalingstekens want ach wat maakt het uit als je maar snapt wat ik bedoel

En spaties? Daar moet je juist handig gebruik van maken. Dubbele woordwaarde. Dubbele woord waarde, bedoel ik.

En korte woorden gebruiken, want lange woorden tikken niet aan. Korte woorden en lange zinnen – daarmee stil je de woordhonger van je opdrachtgever.

Wel opletten dat je geen tikfouten maakt. De woordwaarde van een verkeerd gespeld woord is nul of zelfs negatief. En de zinnen moeten lopen. Waarheen de zinnen gaan doet er niet toe, als ze maar in de pas blijven. Anders leidt het zo af. Straks gaat de lezers zich nog afvragen wat er eigenlijk wordt bedoeld. En dat is niet de bedoeling. Woorden moeten betekenissen bedekken, niet onthullen. Minder zeggen met meer woorden, daar gaat het om. Zonder afleidende taalfouten, ontsporende zinnen en andere stoorzenders. Dat er fouten in een tekst sluipen als je over de formuleringen nadenkt is onvermijdelijk – probeer dus niet zorgvuldig te formuleren. Kwak je tekst neer, smeer je woorden lekker uit. Het is even wennen, maar het gaat hoe langer hoe beter en hoe langer hoe langer. Je komt er wel.

Er was een tijd dat ik dacht dat het er toe deed wat ik schreef. Dat het ergens over moest gaan. Dat het begrijpelijk moest zijn. Of prettig leesbaar. Of tot nadenken moest aanzetten. Allemaal zaken die wel in woorden zijn te vangen, maar niet in munten. Lastig om een schrijver daarop te beoordelen. 

Gelukkig hoeft dat ook niet, daar ben ik inmiddels wel achter. Wat doet het ertoe wat iemand schrijft? Als hij maar schrijft. Een woord is een woord is een woord. Tien woorden zijn beter dan één. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit. Of liever gezegd: kwantiteit ís kwaliteit. Ik heb me er bij neergelegd.

Wat alleen niet is veranderd in al die jaren: dat ik mijn woorden ook voor niets zou aanleveren. Niet omdat waardeloos zijn, maar omdat ik ze met zoveel plezier heb opgeschreven dat het me niet uitmaakt wat ze me verder opleveren. Ik ben al betaald, door mijn eigen woorden. Maar dat heb ik mijn nieuwe opdrachtgever dan weer niet gezegd, want soms moet je woorden binnenhouden.

Beeld: 愚木混株 Cdd20 via Pixabay

Deel:

Geef een antwoord