Een kunstenaar als zakenman – William Blake op zoek naar rijkdom en erkenning

De dichter, schilder en graveur William Blake was typisch een miskend genie. Hij ging arm en onbekend door het leven en vond pas na zijn dood erkenning. Er deden zich slechts een paar korte perioden voor waarin Blake als schilder in zijn levensonderhoud kon voorzien; Blake’s schilderijen krijgen pas in de tweede helft van de negentiende eeuw grote bekendheid. Blake heeft nooit verdiend aan zijn gedichten. Van geen enkele bundel heeft hij meer van de hand kunnen doen dan de naar schatting 27 exemplaren van de Songs of innocence and experience. Het duurt tot de tweede helft van de twintigste eeuw voor Blake naam verwerft als de grootste dichter van Engeland sinds Shakespeare. Blake’s tijdgenoten hebben hem voornamelijk als graveur gekend — als ambachtsman, niet als artiest. Een introductie op zijn leven en werk.

Portret van William Blake uit 1820 door de bevriende schilder John Linnell Inhoud

De Industriële Revolutie
De eerste gedichten
De prentenwinkel
Maatschappijkritische geluiden
De Franse Revolutie
De uitgever
De graveur
Tot inkeer
De bijbel
De laatste jaren
Geraadpleegde literatuur

Dit artikel is ook verschenen als boekje in de AO-reeks van de Stichting IVIO (nr. 2426)

DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE

De tweede helft van de achttiende eeuw is in Engeland het tijdperk de Industriële Revolutie. De landelijke, overwegend op landbouw gerichte samenleving verdwijnt. Het landschap raakt volgebouwd met steden; de industrie en de handel worden steeds belangrijker voor de economie.

Het is nu ook mogelijk op eigen kracht in handel of industrie rijkdom en roem te vergaren. Tot dan toe stond iemands levensloop bij geboorte al in grote lijnen vast. Engeland was een standenmaatschappij: iemand met rijke ouders werd later meestal ook rijk, iemand met arme ouders slaagde er meestal niet in welvaart te vergaren. In het moderne Engeland van na 1750 speelt iemands afkomst minder en kan hij ongeacht zijn afkomst carrière maken.

In dit Engeland van de tweede helft van de achttiende eeuw wordt William Blake geboren, op 28 november 1757 in Londen. Blake’s ouderlijk huis staat in Broad Street 28, Golden Square, Westminster in Londen. Zijn vader verkoopt kousen, sokken, en ondergoed. Blake leert waarschijnlijk van zijn moeder lezen en schrijven. Zo hij ooit naar school is geweest, dan zou het de tekenschool van Henry Pars aan de Strand moeten zijn. Daar heeft Blake naar verluidt van zijn tiende tot zijn vijftiende teken- en schilderles gehad.

Op 4 augustus 1772 gaat Blake voor zeven jaar in de leer bij de graveur James Basire. Blake heeft vooruitzichten heeft op een ruim bestaan. Vooral graveren naar populaire schilderijen kan lucratief zijn: een graveur hoeft maar één prent te maken die goed in de markt ligt om een fortuin te verdienen. Maar Blake heeft nooit alleen graveur willen zijn. In zijn late leven verzucht hij vaak hoe geestdodend het is om alleen uit te voeren wat iemand anders heeft bedacht – zoals een graveur doet, wanneer hij illustraties maakt naar andermans werk. Op jonge leeftijd blijkt Blake’s voorliefde voor zelfstandig tekenen en schilderen al. In juli 1779 meldt Blake zich zelfs aan als student bij een kunstacademie, de Londense Royal Academy.

In 1783 doet Blake voor het eerst van zich spreken als dichter, in het huis van de Londense dominee Mathew, Rathbone Place 27. Blake heeft Mathew leren kennen via de beeldhouwer John Flaxman, een medestudent aan de Royal Academy. Tot in 1784 zal Blake geregeld bij Mathew optreden voor een groep kunstminnaars. Blake draagt zijn gedichten zingend voor, terwijl hij zichzelf op de harp begeleidt. Het gezelschap is telkens volkomen stil als Blake zingt: de teksten dwingen bewondering af en de melodieën liggen goed in het gehoor. De aanwezige beroepscomponisten nemen de melodieën zelfs over op papier. Helaas is hier niets van bewaard gebleven.

NAAR INHOUD


DE EERSTE GEDICHTEN

In het Engeland van Blake’s tijd kan een schrijver voor het eerst zijn eigen lezers proberen te winnen. Vroeger was een schrijver meestal afhankelijk van de gunsten van een kunstliefhebber. Nu worden boeken, kranten en tijdschriften in veel grotere oplagen gedrukt, uitgegeven en verhandeld. Het lezerspubliek is zelfs zo in omvang toegenomen dat een schrijver van de pen kan leven. Er is een markt voor zijn produkten, tenminste als hij zijn werk aanpast aan de smaak van het publiek.

William Blake begint zijn literaire loopbaan als de vrouw van dominee Mathew samen met Flaxman enige tientallen bundels laat drukken van Blake’s gedichten drukken: Poetical sketches. Enkele gedichten zijn typisch voor het vroege werk Blake. Ze zijn geschreven in alledaagse taal. Hun ritme is eenvoudig en men kan zich goed voorstellen dat Blake ze voorzag van plezierige wijsjes. Vaak roepen zij vredige, landelijke beelden op.

Een passage uit een lied uit de Poetical sketches:

I love the jocund dance,
The softly-breathing song,
Where innocent eyes do glance,
And where lisps the maiden’s tongue.
Ik hou van een vreugdedans,
De adem van een rustig lied,
De blik van onschuldige ogen,
Een praatje met een vrouw.

Dominee Mathew schrijft een voorwoord bij de Poetical sketches:

“The following sketches were the production of untutored youth, commenced in his twelfth, and occasionally resumed by the author till his twentieth year; since which time, his talents having been wholly directed to the attainment of excellence in his profession, he has been deprived of the leisure requisite to such a revisal of these sheets, as might have rendered them less unfit to meet the public eye. Conscious of the irregularities and defects to be found in almost every page, his friends have still believed that they possessed a poetic originality, which merited some respite from oblivion. These their opinions remain, however, to be now reproved or confirmed by a less partial public.” “De volgende schetsen zijn gemaakt door een ongeschoolde jongeling. Hij begon eraan toen hij twaalf was en werkte er met tussenpozen aan tot zijn twintigste. Daarna heeft hij zijn talent volledig aangewend om zich te bekwamen in de graveerkunst. Hij was zodoende niet in de gelegenheid deze geschriften te herzien, waardoor ze wellicht minder ongeschikt voor publikatie hadden kunnen zijn. Ondanks de oneffenheden en fouten op vrijwel elke bladzijde van deze bundel, hebben de vrienden van de schrijver toch gemeend dat zijn werk een zekere dichterlijke originaliteit bezit. Het leek hen daarom gerechtvaardigd zijn werk met deze uitgave aan de vergetelheid te onttrekken. Dit is evenwel hún mening, en het is aan een minder bevooroordeeld publiek deze mening te bevestigen of weerleggen.”

Het Engelse publiek spreekt zich niet uit over de Poetical sketches. Blake doet geen moeite de bundel te verspreiden, dus hoe zouden zijn tijdgenoten op de hoogte kunnen zijn van het werk? Alleen de huiselijke kring rond dominee Mathews beschouwt Blake als veelbelovend dichter, daarbuiten kénnen de meeste mensen hem niet eens.

Als schilder presteert Blake evenmin veel. De tentoonstellingen op de Royal Academy waar hij met andere studenten aan heeft meegedaan, hebben hem geen erkenning als schilder opgeleverd. In 1784 verlaat Blake de Royal Academy, zonder dat hij als kunstenaar in zijn onderhoud kan voorzien.

NAAR INHOUD


DE PRENTENWINKEL

Na zijn vertrek bij de Royal Academy besluit Blake met de graveur James Parker het pand naast zijn ouderlijk huis te huren, Broadstreet 27. Daar openen de twee een prentenwinkel. Een paar van de prenten die ze te koop aanbieden hebben zelf gegraveerd en gedrukt. Ondertussen blijft Blake in zijn vrije tijd gedichten schrijven.

In An island in the moon (1784) ontvouwt hij een plan om zijn werk helemaal in eigen beheer uit te geven. Hij wil zijn gedichten zelf graveren in plaats van door een ander te laten drukken. Zijn dichtbundels moeten van eigen illustraties worden voorzien, elke bladzijde apart ingekleurd. Blake rekent dat hij elke bundel in een oplage van tweeduizend exemplaren kan uitbrengen. Zo hoopt Blake rijkdom en roem te vergaren: “Honour & Genius is all I ask, and I ask the Gods no more”. (“Erkenning en genialiteit is alles wat ik me wens, en de goden vraag ik niet meer”.)

In 1784 heeft Blake nog geen geschikte etstechniek om zijn gedichten en illustraties te graveren. Pas in 1788 lukt het Blake de eerste koperplaten persklaar te maken, vermoedelijk na een lange reeks mislukte pogingen. Blake maakt wat grafici relïefetsen noemen. Zijn werkwijze is niet tot in detail bekend, maar algemeen wordt aangenomen dat hij op de plaat die hij wil afdrukken in spiegelbeeld tekst en bijbehorende illustraties krast. Daarna laat hij waarschijnlijk een of ander bijtend zuur de delen daaromheen wegvreten.

Zo ontstaan in 1788 de pamfletten There’s no natural religion (I), There’s no natural religion (II) en All religions are one. Met ingang van 1789 wordt gewoonlijk iedere afdruk van een bewerkte koperplaat vervolgens met de hand ingekleurd. Meestal doet Blake dit zelf. Soms laat hij het over aan zijn vrouw – Blake is in 1782 getrouwd – die zijn geschriften ook inbindt.

Blake neemt geen contact op met een uitgever die klanten voor hem zou kunnen zoeken, maar probeert zelf zijn geïllustreerde gedichten te verkopen. Als hij An island in the moon schrijft, heeft hij waarschijnlijk zijn prentenwinkel als verkoopplaats in gedachten. Een klein jaar later blijkt dit onmogelijk: in december 1785 zijn Blake en Parker gedwongen de verliesgevende winkel sluiten.

De verspreiding van Blake’s werk vindt hierna soms rechtstreeks plaats, als Blake ze aan kennissen verkoopt; soms vindt Blake indirect afnemers, via kennissen die zich voor hem inspannen. De `honour and genius’ die Blake zich wenst blijven uit; de pers die Blake aan de samenwerking met Parker heeft overgehouden moet hij vooral gebruiken om in opdracht gravures te drukken.

NAAR INHOUD


MAATSCHAPPIJKRITISCHE GELUIDEN

Veel schrijvers in de tweede helft van de achttiende eeuw klagen over de maatschappelijke veranderingen als gevolg van de Industriële Revolutie. Zij vestigen de aandacht op de schaduwzijden van de verstedelijking, de industrialisatie en de handel. Natuurschoon wordt verwoest, zeggen zij. Of: mensen moeten geestdodend werk achter machines verrichten. Of: ze zijn ongelukkig omdat ze er niet in slagen om rijkdom en aanzien te verwerven. Vaak heeft hun maatschappijkritiek een persoonlijke ondertoon. Zij beklagen zich erover dat zij rekening moeten houden met de wensen van hun lezers. Het liefst zouden ze in alle vrijheid hun kunst willen voortbrengen.

Ook in het werk van William Blake treft men een veroordeling aan van de moderne maatschappij. Van alle schrijvers uit de late achttiende, vroege negentiende eeuw is hij zelfs het meest maatschappijkritisch.

Zo beeldt Blake de revolutie uit: een vurige jongeling die in triomf om zich heen blikt. De eerste prent is een gravure, ontworpen en uitgevoerd door Blake in de vroege jaren ’90. De tweede komt uit Blake’s pro-revolutionaire gedicht America (1793).

Blake is overtuigd dat de meeste mensen in het moderne Engeland ongelukkig zijn. Dit komt doordat ze onvrij zijn. Kinderen zijn ongelukkig omdat ze naar school moeten, zoals The school boy uit de Songs of innocence:

…to go to school in a summer morn,
O! it drives all joy away;
Under a cruel eye outworn,
The little ones spend the day
In sighing and dismay.
..’s zomers vroeg naar school te moeten
O! het verdrijft al je plezier;
Onder een wreed oog, levensmoe,
Slijten de kinderen hier hun dag
Zuchtend en moedeloos.

De arbeiders zijn ongelukkig omdat ze eentonig werk moeten verrichten in de industrie. Het zijn loonslaven, die een bestaan leiden dat even grauw is als de grote stad waar ze wonen: het London van de Songs of experience (1790-1794):

…mark in every face I meet
Marks of weakness, marks of woe.
In every cry of every Man,
In every Infant’s cry of fear,
In every voice, in every ban,
The mind-forg’d manacles I hear.
…kijk, in elk gezicht zie ik
Sporen van zwakte en van smart.
In elke gil van ieder mens,
In de angstschreeuw van ieder kind,
In elke stem, in elk verbod,
Hoor ik mens-bedachte boeien.

De maatschappij is volgens Blake niet toevallig verpest. Hij wijst verschillende schuldigen aan voor het wijdverspreide ongeluk. In de eerste plaats hekelt Blake iedereen die zijn medemensen de wet voorschrijft. Hieronder vallen de christenen die met de bijbel in de hand anderen verbieden naar eigen inzicht te leven. Voor de Anglicaanse kerk, de Engelse staatskerk, heeft Blake geen goed woord over. Politici zijn bij hem sadisten of tyrannen. De Engelse koning schildert Blake af als een machtswellusteling, die in naam van een denkbeeldige God het volk onderdrukt: “God is only an Allegory of Kings & nothing else,” schrijft hij in 1827. (God is slechts een allegorisch verzinsel van koningen, niet meer dan dat.) En in The marriage of heaven and hell uit 1790-1793: “Prisons are built with stones of Law, brothels with the bricks of Religion.” (Gevangenissen zijn gebouwd met de stenen der wet en bordelen met de bakstenen der religie).

Ook de rijken in de samenleving moeten het ontgelden in Blake’s werk. Een vaak optredende figuur in Blake’s gedichten is de vrek die zich tegoed doet aan zijn overvloedige bezittingen, terwijl anderen in armoede verkeren. Zakenmensen en handelslui vindt Blake hebzuchtige uitbuiters. Zij laten hun medemensen voor een hongerloontje werken, verdienen aan andermans arbeid om zelf maar winst te kunnen maken. Zo beschrijft Blake ze bijvoorbeeld in zijn kanttekeningen bij Swedenborg’s divine love uit 1788: “Mercenary & worldly & have no idea of any but worldly gain.” (Op geld belust, vulgair en zonder enig ander doel dan wereldlijk gewin.)

NAAR INHOUD


DE FRANSE REVOLUTIE

Blake levert niet alleen maatschappijkritiek, hij probeert ook aan te geven hoe de samenleving zou kunnen verbeteren. In de vroege jaren negentig hoopt hij dat er een nieuwe, betere maatschappij zal ontstaan als de Franse Revolutie naar Engeland overslaat. Hij hoopt dat er ook in Engeland een nieuw bestuur komt, een revolutionaire regering die net als in Frankrijk en in America de oude machthebbers verdrijft. Dan kunnen mensen misschien eindelijk in vrijheid leven. “A tyrant is the worst disease, and the cause of all the others”, schrijft Blake in 1798: “Een tyran is de ergste misstand en de oorzaak van alle andere.” Ten tijde van de Franse Revolutie is Blake overtuigd dat het genoeg zal zijn de tyrannen te verwijderen. Als de oorzaak van alle misstanden weg is, zullen de misstanden zelf ook wel snel oplossen.

Mensen zullen volkomen vrij zijn om te doen en laten wat ze willen. Geen verplichte schoolgang, geen huwelijken, niets. Er zal een samenleving ontstaan waar iedereen in overvloed eten en drinken heeft. Privé-bezit zal ook niet meer bestaan; het land zal worden beheerd in dienst van de gemeenschap. Mensen zullen misschien handel drijven om elkaar van goederen te voorzien. In elk geval zal er geen handel meer uit winstbejag plaatsvinden. En de industrie die zo veel kwaad heeft aangericht? Daar laat Blake zich nooit over uit. Blake wil de fabrieken niet zomaar sluiten; een terugkeer naar de tijd dat alle produkten handmatig werden voortgebracht acht hij onwenselijk. Maar wat er dan wel moet gebeuren met de huidige industrie laat hij in het midden.

Dat lijkt misschien dom, maar het is wat onredelijk van Blake een blauwdruk te verwachten van de ideale maatschappij. Hij is tenslotte dichter, geen sociaal filosoof. En al voelen veel mensen zich aangesproken Blake’s theorieën, als dichter heeft hij toch het meest te bieden. Zijn dichterlijke taalgebruik is bijvoorbeeldveelgeprezen, vooral de oud-testamentische beeldspraak van The Marriage of Heaven and Hell en de bedrieglijk eenvoudige bewoordingen waarin deSongs of Innocence and Experience zijn gesteld. Anderen hebben de her en der verspreide ideeën in Blake’s geschriften uitgewerkt en geperfectioneerd. Er bestaan onderhand veel meer boeken óver Blake dan ván hem. Samen bieden die een zeer compleet overzicht van Blake’s gedachtengoed – veel completer dan men bij Blake zelf aantreft. Dat al deze secundaire literatuur Blake’s werk niet overbodig maakt, komt omdat Blake als stilist nog overeind staat. De geschriften van anderen kunnen misschien leiden tot een beter begrip van Blake, of ertoe opwekken zijn werk te bestuderen. Maar alleen door Blake te lezen kan men van zijn stijl genieten.

NAAR INHOUD


Blake’s illustraties vormen vaak een commentaar op zijn gedichten. Hier tekent Blake een tijger die er veel minder angstaanjagend uitziet dan hij in het gedicht wordt beschreven. Het is alsof Blake wil zeggen dat de tijger net als de Franse Revolutionairen in werkelijkheid vreedzame bedoelingen heeft. The tyger, een van Blake’s bekendste gedichten, staat in de bundel Songs of innocence and experience.

DE UITGEVER

Blake’s revolutionaire sympathieën zijn niet geheel vreemd aan de late achttiende eeuw. Ook jonge, romantische schrijvers als William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge volgen hoopvol de ontwikkelingen in Frankrijk. In Blake’s naaste omgeving is een literair gezelschap rond de uitgever en boekverkoper Joseph Johnson met revolutionaire ideeën. Bij de diners die Johnson wekelijks houdt zitten radicale auteurs als Tom Paine aan tafel, een van de schrijvers van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Andere vaste gasten zijn Joseph Priestley (ontdekker van het zuurstof), de Zwitserse schilder Henry (Heinrich) Füseli en de anarchist William Godwin en zijn vrouw Mary Wollstonecraft, de eerste feministe. Mogelijk komt ook William Blake tussen 1790 en 1795 geregeld op bezoek bij Johnson en wordt hij opgenomen in het gezelschap huisvrienden. Blake gaat vertrouwelijk om met Füseli sinds ze kennis hebben gemaakt in 1788, als Blake het titelblad van Lavater’s aphorisms on man graveert naar een illustratie van de Zwitser. Füseli heeft Blake misschien in aanraking gebracht met het gezelschap rond Johnson. Zeker is dit allerminst; Blake ontbreekt namelijk in het dagboek van Godwin, het enige overgebleven verslag van de avonden bij Johnson.

Zijn zakelijke bemoeienissen met Johnson voert Blake in elk geval sterk op vanaf 1790. Sinds zij elkaar in 1779 voor het eerst ontmoet hebben, heeft Blake nog maar verschillende gravures voor Johnson uitgevoerd. Nu wordt Blake de eerste die in aanmerking komt als Johnson een graveur nodig heeft: Blake verzorgt bijvoorbeeld de gravures van Mary Wollstonecrafts Original stories from real life (1791). Ook graveert hij de illustraties bij John Gabriel Stedmans Narrative of a five years’ expedition against the revolted negroes of Surinam (1791-1793), een protest tegen de slavernij in Suriname. Misschien zijn de illustraties ook door Blake ontworpen; ze hebben in elk geval veel weg van Blake’s eigen schilderwerk.

Johnson heeft ook belangstelling voor Blake’s eigen geschriften. Johnson is zelfs van plan Blake’s gedicht The French revolution te drukken. Er zijn ook drukproeven gemaakt in het voorjaar van 1791. The French revolution is alleen nooit op de markt gebracht. Waarschijnlijk zijn Blake en Johnson (of een van beiden) bang voor de censuur. Wie revolutionair werk schrijft of uitgeeft loopt gevangenisstraf. Dat moet vele revolutionairen hebben afgeschrikt hun denkbeelden openbaar te maken.

NAAR INHOUD


DE GRAVEUR

Voor Blake had de uitgave van The French revolution een kennismaking met het grote publiek kunnen betekenen. En wie weet, misschien was hij wel doorgebroken als Johnson het gedicht had gepubliceerd. Nu het werk op de plank ligt, blijft Blake voor zijn belangrijkste inkomsten gewoon afhankelijk van zijn werk als graveur.

De periode 1790-1795 is de meest welvarende die Blake heeft gekend. Dankzij de vele gravures die hij voor Johnson en anderen maakt, verdient Blake in 1791 genoeg om met zijn vrouw een vierkamerwoning te huren in de ‘Hercules Buildings’ in Lambeth, in het einde van de achttiende eeuw nog een voorstad van Londen. Blake kan zich zelfs een inwonende bediende veroorloven.

Het is hem allemaal te weinig. Dat hij voor zijn doen rijk is, blijkt voor hem geen reden om af te zien van verdere pogingen zijn gedichten en schilderijen te verkopen. Blake’s werklust als kunstenaar is zelfs onverminderd groot — deze eerste jaren in Lambeth worden de vruchtbaarste van zijn leven. De gedichten drukt Blake weer op zijn drukpers ‘W. Blake’s original stereotype’.

De verspreiding vindt ook als vanouds plaats, buiten iedere uitgever om.

Blake lijkt niet erg ontmoedigd door zijn geringe succes als dichter. In de Prospectus van 10 oktober 1793 is hij tenminste zeker dat er weinig overredingskracht voor nodig is om belangstelling te wekken voor zijn werk.

To the public:

The Labours of the Artist, the Poet, the Musician, have been proverbially attended by poverty and obscurity; this was never the fault of the Public, but was owing to a neglect of means to propagate such works as have wholly absorbed the Man of Genius. Even Milton and Shakespeare could not publish their own works. This difficulty has been obviated by the Author of the following productions now presented to the Public; who has invented a method of Printing both Letter-press and Engraving in a style more ornamental, uniform and grand, than any before discovered while it produces works at less than one fourth of the expense. If a method of Printing which combines the Painter and the Poet is a phenomenon worthy of public attention, provided that it exceeds in elegance all former methods, the Author is sure of his reward. Mr. Blake’s powers of invention very early engaged the attention of many persons of eminence and fortune; by whose means he has been regularly enabled to bring before the Public works (he is not afraid to say) of equal magnitude and consequence with the productions of any age or country…

Aan het publiek:

Spreekwoordelijk zijn de armoede en de anonimiteit waarin de kunstenaar – de dichter, de musicus – zijn werk verricht. Dit is nooit de schuld van het publiek geweest. Het kwam doordat de bevlogen artiest niet over middelen beschikte om bekendheid te geven aan de werken waarin hij zijn hele ziel en zaligheid had gelegd. Zelfs Milton en Shakespeare konden hun eigen werk niet publiceren. Dit probleem is nu verholpen door de auteur van de volgende geschriften, die het publiek bij deze worden aangeboden. Hij heeft een methode ontwikkeld om zowel letters te drukken als illustraties te graveren. Dit in een stijl die ornamentaler, uniformer en grootser is dan enige tevoren ontdekte methode, terwijl de kosten minder dan een kwart bedragen. Als de drukmethode voor schilder en dichter de aandacht van het publiek trekt, dan is de auteur zeker van zijn beloning, vooropgesteld dat het alle eerdere methoden in elegantie overtreft. Met zijn verbeeldingskracht trok meneer Blake al op jonge leeftijd de aandacht van vooraanstaande en welgestelde burgers. Met hun steun is hij herhaaldelijk in staat geweest aan het publiek werk voor te leggen dat – hij schrikt niet terug om dit te zeggen – even groots en belangrijk is als de voortbrengselen van welk tijdperk en land dan ook…

Blake heeft maar één exemplaar van de Prospectus gemaakt. Om een of andere reden ziet hij ervan af het werk verder te verspreiden. Beseft hij niet dat de Prospectus hem misschien naambekendheid kan verschaffen? Of heeft Blake belangrijkere dingen aan zijn hoofd?Dat laatste is heel goed mogelijk. Aan de overzijde van het kanaal hebben de Franse revolutionairen het oude regime verdreven. Van de vrije maatschappij die zij beloofden is niets terecht gekomen, integendeel. De nieuwe machthebbers blijken het volk te onderdrukken. Een dieptepunt is de terreur, het schrikbewind dat losbarst in de eerste week van september 1792. Dan worden 1300 anti-revolutioniare arrestanten gedood zonder vorm van proces. Op 21 januari sterft ook de afgezette koning onder de guillotine. Waarom zou Blake zich dan bekommeren om zijn Prospectus, onder de indruk as hij is van de stormachtige ontwikkelingen in Frankrijk?

NAAR INHOUD


TOT INKEER

Naarmate het schrikbewind van de Franse Revolutionairen in de jaren negentig meer slachtoffers eist, verliezen veel Engelsen hun aanvankelijke enthousiasme voor een revolutie in Engeland. Romantische schrijvers zoals Wordsworth en Coleridge zeggen hun vertrouwen in een revolutionaire beweging op. Onnodig bloedvergieten en zinloos geweld schrikken ook Blake af. Alleen wat is het alternatief voor de Franse Revolutie? Blake weet het niet. Hij verandert vrijwel van dag tot dag van mening. Blake komt na 1795 tot inkeer. Hij raakt overtuigd dat de mensen hun samenleving hebben verpest omdat zijzelf verpest zijn. Zij dragen verantwoordelijkheid voor de Industriële Revolutie en alle misstanden die daar uit voortvloeien. Zij willen niet dat iedereen in vrijheid leeft, daar is hun drang elkaar te onderdrukken te sterk voor. Dit alles verklaart ook waarom de Franse Revolutie zo bloedig is verlopen: de ene bloeddorstige bestuurder heeft de andere vervangen. Zo zullen er nooit maatschappelijke verbeteringen komen, zegt Blake in 1803:

The hand of Vengeance found the Bed
To which the Purple Tyrant fled;
The iron hand crush’d the Tyrant’s head
And became a tyrant in his stead.
De wraakzuchtige hand vond het bed,
de tyran in paars hield zich hier schuil;
Een ijzeren slag verbrijzelde zijn hoofd
Zo verving de ene tyran de ander.

Blake gelooft nu dat de meeste mensen moeten veranderen voor de maatschappelijke omstandigheden kunnen verbeteren. En niet andersom, zoals hij in zijn vroege werk verkondigt. Mensen moeten elkaar leren respecteren, elkaar de vrijheid gunnen. Dan pas is verzet tegen onderdrukking gerechtvaardigd. “The Increase of a State as of a Man is from Internal Improvement or Intellectual Acquirement. Man is not Improved by the hurt of another”, schrijft Blake in de Annotations to Bacon, 1798. (De vooruitgang van een gemeenschap vindt plaats als binnen de gemeenschap verbeteringen tot stand komen of als de inwoners wijsheid vergaren. Mensen hebben er niets aan elkaar kwaad te doen.)

Van nature hebben de mensen helemaal niet de neiging elkaar het leven zuur te doen. Ze hoeven dus alleen ‘zichzelf te zijn’, dan volgen de maatschappelijke verbeteringen vanzelf. Dit betekent nog niet dat het makkelijk is een paradijs op aarde te scheppen. De mensen gedragen zich al eeuwen lang tegennatuurlijk. Ze weten niet beter. Het is daarom heel moeilijk mensen te overtuigen volgens hun eigen aard te leven. Toch is dit precies wat Blake in zijn latere werken probeert.

NAAR INHOUD


DE BIJBEL

De voornaamste inspiratiebron in Blake’s late werk is de bijbel. Dat lijkt misschien vreemd. Tenslotte is Blake vol kritiek op de geestelijken van zijn tijd. Ook gelooft hij niet in de bovenaardse god van koning en kerk. Maar het christendom in Engeland heeft volgens Blake niets te maken met het oorspronkelijke christendom in de bijbel. De bijbel is een lofzang op de menselijke aard, en dan vooral de verbeeldingskracht.

De verbeeldingskracht is een ‘goddelijke’ gave, die iedereen in meer of mindere mate bezit. Het stelt de mens in staat uitzonderlijke waarnemingen – visioenen te beleven en werelden binnen te treden waarvan hij het bestaan niet eens vermoedde. Tegelijk is de verbeeldingskracht een soort raadgever, die de mens ingeeft hoe hij moet handelen. Blake geeft niet duidelijk het verschil aan tussen deze twee functies van de verbeelding.Sommige mensen zijn gezegend met een bijzonder grote verbeeldingskracht. Grote kunstenaars zoals Michelangelo, bijvoorbeeld, kunnen door hun verbeelding geïnspireerd werk voortbrengen.

Blake vergelijkt zichzelf met dit soort artiesten. Zelf beschikt hij over de gave om visioenen op te roepen. Wanneer hij zich concentreert op een dode tak, bijvoorbeeld, kan het voorkomen dat het voorwerp verandert in een levend wezen. Vaak wordt Blake in gedachten bezocht door mensen uit vroegere tijden. Hij kan hen portretteren of gesprekken met ze voeren. Volgens Blake beschikken alle kunstenaars van enige betekenis over eenzelfde visionaire gave als hij.

Ook de profeten uit het Oude Testament beschikken over een enorme verbeeldingskracht: Elia, Eliza, Ezechiël en Jesaja. In zijn vroege werk vergeleek Blake zichzelf al graag met deze profeten en hun woeste, beeldenrijke uitspraken. Hij zag in hen geestverwanten, die net als hij de revolutie predikten in een onvrije samenleving. De profeten waren voor Blake in zijn vroege werk kortom een soort belangrijke voorlopers.

In Blake’s late werk verdwijnen de profeten uit het Oude Testament wat op de achtergrond. Nu staat vooral Jezus centraal. In The everlasting gospel schrijft hij:

Did Jesus doubt? or did he
Give any lessons of Philosophy,
Charge Visionaries with deceiving,
Or call men Wise for not Believing.
Twijfelde Jezus? Of gaf hij
Filosofische verhandelingen?
Beschouwde hij visioenen als bedrog?
Vond hij het wijs om niet te geloven?

Al deze vragen antwoordt Blake ontkennend. Hij ziet Jezus bovenal als iemand zonder remmingen, een man die in al zijn daden en woorden spontaan is. Jezus dacht niet te veel na over hoe de wereld in elkaar stak en over de problemen van het leven. Hij vertrouwde op zijn gevoel, en volgde de stem van zijn hart. Hij geloofde in zijn medemensen. Zijn liefde voor hen was oprecht, evenals zijn woede als hij zag dat ze elkaar het ongeluk in jagen. Voor Blake was Jezus de profeet der profeten, met de rijkste verbeeldingskracht van allemaal. Zo moet de bijbel ook worden gelezen, volgens Blake.

De bijbel is ook in Blake’s schilderijen een grote inspiratiebron. Aan het boek Job heeft Blake in 1825 een serie illustraties gewijd.Deze is ontleend aan hoofdstuk 38, waarin God na een onweer Job toespreekt en hem zijn nietigheid inprent: “Waar waart gij toen ik de aarde grondde? Geef het te kennen indien gij kloek van verstand zijt. (…) Waarop zijn hare grondvesten neder gezonken, of wie heeft haren hoeksteen gelegd? Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen en alle de kinderen Gods juichten.”

Om de mensen te doordringen van de werkelijke betekenis van de bijbel, gebruikt Blake in zijn werk vaak bijbelse personages en taferelen. Moses, bijvoorbeeld. In de ogen van Blake was Moses een profeet die de revolutionaire idealen van zijn jeugd verraadde toen hij de tien geboden afkondigde: hij was een zelfde soort valse revolutionair als de leiders van de Franse Revolutie.

Ook becommentarieert Blake kunstenaars die voor hun eigen werk de bijbel gebruikt hebben. Blake geeft aan waar de kunstenaars bijbel verkeerd begrepen hebben. Soms voert hij zelfs de kunstenaars in zijn gedichten op. Milton (1804-1808) is zo’n gedicht, geheel gewijd aan de 17e eeuwse Engelse dichter John Milton. Blake laat Milton in het gedicht een reis doorlopen waarop hij de ware betekenis van de bijbel ontdekt.

NAAR INHOUD


DE LAATSTE JAREN

Vanaf 1795 schrijft Blake vermoedelijk geen gedichten meer die zijn bestemd voor de verkoop.The book of Ahania en The book of Los uit 1795 zijn niet eens ingekleurd — als hij de twee boeken had willen verkopen, had hij er wel meer aandacht aan geschonken. Blake’s volgende gedicht is onvoltooid gebleven — hij begint in 1795 aan The four Zoa’s en werkt er voor bijna tien jaar aan. Pas in 1804 verliest hij zijn belangstelling voor de tot dan toe gestaag groeiende hoop papier.

Blake’s prestatiedrang als dichter lijkt verdwenen; hij doet absoluut geen moeite meer om eindelijk de aandacht van het grote publiek te trekken voor zijn gedichten. Waarom wordt na 1804 duidelijk: hij verwacht nu niet meer dat er belangstelling zal bestaan voor zijn werk. De hoop die hij in de Prospectus op zijn landgenoten vestigde heeft nu plaats gemaakt voor minachting.

Als hij de Engelsen ter sprake brengt, slaat Blake nu de verontwaardigde toon aan uit deAnnotations to Reynolds (1808): “The enquiry in England is not whether a Man has talents & Genius, But whether he is Passive & Polite & a Virtuous Ass & obedient to Noblemen’s opinions in Art & Science. If he is, he is a Good Man. If Not, he must be Starved.” (“In Engeland gaat het er niet om of iemand talentvol is en op zijn vakgebied uitblinkt. Hij moet vooral passief zijn en beleefd en een goeige sul die zich schikt in de smaak en meningen van vooraanstaande mensen. Als hij dat doet, kan hij een schouderklopje krijgen. Zo niet, dan mag hij verrekken.”)

Het manuscript van het onvoltooide gedicht The Four Zoa’s, vol doorhalingen en krabbels. Het gedicht is pas in de twintigste eeuw volledig in druk verschenen. Is Blake’s werk over het algemeen nogal ontoegankelijk, voor dit gedicht geldt dit zeker. Blake’s ingewikkelde symboliek en zijn springerige zinnen nodigen niet uit tot lezen. The Four Zoa’s had een hoogtepunt moeten worden in Blake’s oeuvre.

De rest van zijn leven is Blake niet meer dan een gelegenheidsdichter. Wel blijft hij in hoog tempo schilderijen afleveren. De verschillen tussen Blake’s schilderijen en die van zijn tijdgenoten zijn enorm. Waar in de achttiende eeuw vooral portretten, landschappen en historische taferelen gebruikelijk zijn, kiest Blake bij voorkeur bijbelse onderwerpen of scènes die geïnspireerd zijn op het werk van Chaucer, Milton, Dante en andere schrijvers die hij bewondert. Blake’s kleuren zijn veel feller dan gebruikelijk is, zijn lijnen veel harder.

Het zal weinig verwondering wekken dat de schilderijen van Blake nauwelijks weerklank vinden. Toch vindt hij nu en dan wel afnemers. De kunstminnaar Thomas Butts koopt enige tijd zelfs één schilderij per week van Blake. Na 1818 wordt Blake bovendien opgenomen in een groep jonge kunstenaars The Ancients, die hem als schilder serieus nemen. Een van hen, John Linnell, ondersteunt Blake financieel. Maar het is Blake nooit gegund zich helemaal te wijden aan zijn gedichten en schilderijen. Hij moet blijven graveren om in leven te blijven, vaak naar werk van schilders die hij diep minacht. Zo sleept hij zich met groeiend tegenzin voort van gravure naar gravure, van de ene opdracht naar de andere. De rijkdom en de roem die Blake zich aan het begin van zijn loopbaan wenste zal hij nooit meer verwerven.

NAAR INHOUD


LITERATUURLIJST

  • William Blake: The complete writings. Voor wie alles van Blake in huis wil hebben.
  • William Blake: The Marriage of heaven and hell en Songs of innocence and experience. De twee makkelijkst toegankelijke geschriften van Blake. De gedichten en illustraties zijn in origineel formaat afgedrukt, in kleuren die de oorspronkelijke waterverftinten goed benaderen.
  • David Erdman: Prophet against empire. Erdman pluist kranten, boeken en pamfletten uit Blake’s tijd na. Blake’s werk is volgens hem vaak een direct commentaar op deze geschriften.
  • Northrop Frye: Fearful Symmetry. Een boek uit 1947 dat in belangrijke mate heeft bijgedragen tot de huidige waardering voor Blake. Onmisbaar voor een goed begrip van William Blake.
  • Donald D. Ault: Visionary Physics. Ault werkt Blake’s kritische opmerkingen over Newtons werk uit. Zeer de moeite waard.
  • Michael Davis: A new kind of man. Een werkelijk geslaagde levensbeschrijving van Blake is er niet, maar dit boek is een aardige poging.
  • De moderne Nederlandse componist Huib Emmer heeft een Engelstalige opera geschreven over Blake: Bethlehem hospital.

NAAR INHOUD

Deel:

Geef een antwoord