Esoterie behoort niet tot de tegencultuur

Ik zeg: er is sprake van een esoterisch discours, en dat is aanwezig in marginale én in mainstream figuren. Neem de helden van de wetenschappelijke revolutie, Isaac Newton en Robert Boyle, die zich intensief bezighielden met alchemie en daarom ook in onze dictionaire staan. Het is ook niet zo dat Boyle zich vooral in zijn jeugd met alchemie bezig hield om zich daarvan vervolgens te bevrijden en een echte chemicus te worden. Het was omgekeerd. Boyle begon in onze ogen als een chemicus en werd steeds alchemistischer.

Onze tegenstellingen in de trant van ‘wetenschap versus bijgeloof’ stammen uit de 18e eeuw en bestonden destijds niet. Westerse esoterie moet daarom gezien worden als een onderschatte dimensie van de algemene cultuur en niet als een tegencultuur.

Prof. Wouter Hanegraaff van het Instituut voor de Geschiedenis van de Hermetische Filosofie en verwante stromingen in NRC Handelsblad van 5-3-2005, in een interview n.a.v. de publicatie van ‘zijn’ Dictionary of Gnosis and Western Esotericism.

Deel:

Geef een reactie