Broeikaseffect is booming business

Sinds 1 januari van dit jaar is het zo ver: er vindt binnen Europa officieel handel in emissierechten plaats, zoals vastgelegd in het Kyoto-protocol. Emissiehandel is een van de instrumenten waarmee vermindering van CO2-emissies tot moet komen. De komende jaren zal er waarschijnlijk een miljardenmarkt ontstaan waarop vragers en aanbieders van rechten om te vervuilen elkaar vinden. Maar in hoeverre zullen de CO2-emissies worden teruggedrongen?

De basisprincipes van de handel in emissierechten zijn vrij eenvoudig. Allerlei bedrijven – vooral energiebedrijven en grote industriële ondernemingen, samen verantwoordelijk voor 45 procent van alle uitgestoten broeikasgassen – moeten streven naar een bepaalde vermindering van hun vervuilende uitstoot in gassen. Een bedrijf dat meer uitstoot dan z’n eigen ‘emissieplafond’, krijgt een forse boete. Of het kan rechten kopen om meer broeikasgassen uit te stoten en de boete te ontlopen. Omgekeerd kan een bedrijf dat het beter doet dan vooraf is afgesproken, zijn ‘overschot’ verkopen.

Het emissieplafond bedraagt voor de Nederlandse bedrijven waarop het Kyoto-protocol betrekking heeft 112 miljoen ton CO2 voor de jaren 2005-2007. De term ‘CO2-emissies’ moet overigens breed worden opgevat. Eigenlijk gaat het om ‘emissies in CO2-equivalenten’: het broeikaseffect wordt voornamelijk geassocieerd met CO2, maar het wordt ook veroorzaakt door methaan, distikstofoxide en fluorverbindingen. Deze laatste drie kunnen ook worden verhandeld; ze worden ’teruggerekend’ naar kooldioxide, zodat de ene reductie met de andere kan worden vergeleken en verrekend.

Om het nog iets ingewikkelder te maken, kunnen bedrijven investeren in zogeheten ‘Clean Development Projecten’ of ‘Joint Implementation Projecten’ om daar hun besparingen te realiseren, en de zo verkregen kredieten te verhandelen. Zo financiert de Nederlandse overheid in het kader van CDM projecten waarmee schone energiebronnen worden ontwikkeld in Panama, Colombia, Costa Rica, Guatemala, El Salvador en Uruguay. Voor deze inspanningen krijgt Nederland verhandelbare ‘Certified Emission Reductions’ (CER’s), certificaten waarmee Nederland ontslagen wordt van de verplichting om de uitstoot in Nederland zelf te verminderen. En in 2002 financierde het Nederlandse bedrijfsleven JI-projecten in Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Slowakije, Estland en Nieuw-Zeeland. De projecten zijn gericht op het verbeteren van de energie-efficiency van elektriciteitscentrales en stadsverwarmingsinstallaties, op de productie van duurzame energie, op afvalverwerking, op biomassa en op herbebossing. Voor de gerealiseerde reducties krijgt Nederland verhandelbare ‘Emission Reduction Units’ (ERU’s).

De emissierechten zijn per land toegewezen aan de grootste vervuilers – op zich misschien een merkwaardige procedure, zegt journalist Dinyar Godrej, auteur van ‘De feiten over klimaatverandering’: “Het is alsof je die bedrijven beloont voor wangedrag. Je had die rechten ook kunnen veilen.”

Hoe het ook zij, in Nederland hebben 164 bedrijven van de Nederlandse Emissieautoriteit (Nea) toestemming gekregen emissierechten te kopen of verkopen. Corus en DSM hebben al geklaagd over de toewijzing van de rechten. Corus heeft onder het allocatieplan van de Nederlandse overheid rechten gekregen voor de uitstoot van ruim 31 mln ton CO2 in de periode 2005-2007. Dat is 500.000 ton per jaar te weinig, meldt het concern. Een van de belangrijkste bezwaren van Corus heeft betrekking op de referentieperiode. “Er is gekeken naar de jaren 2001 en 2002 om te zien wat onze behoefte is. In die jaren produceerden wij echter minder dan in andere jaren”. DSM is niet tevreden over de manier waarop het allocatieplan tot stand is gekomen. “Wij pleiten voor een benchmark-methode waarbij geen doelstellingen per land worden geformuleerd, maar per sector. Daarbinnen hebben wij de voorkeur voor een emissieplafond per product of proces in plaats van per bedrijf want dat leidt tot innovatie”.

Ironisch

De afgelopen jaren is al ervaring opgedaan met handel in emissierechten. Binnen de EU had is er in 2004 rond de 8 miljoen ton CO2-equivalenten aan emissierechten verhandeld. En dit volume zal met de inwerkingtreding van het Kyoto-protocol alleen maar stijgen. Volgens gematigde schattingen van persbureau Reuters tot 90 miljoen ton in 2012, waarmee de markt een omvang zal hebben van rond de 1,8 miljard euro. De handel – die tot dit jaar nu nog hoofdzakelijk op vrijwillige basis plaatsvindt, is doorgevoerd in Japan, Groot-Brittannië, Denemarken, en in de Europese Unie. Volgens Reuters zullen de rechten binnen de EU gaandeweg duurder worden, van 5 euro per ton in 2004 tot 20 euro in 2012. Begin januari 2005 kostte een ton voor het aankopen van emissierechten voor de uitstoot van kooldioxide in de Europese Unie 8,05 euro per ton.

Op dit moment verzorgen negen handelskantoren, waaronder Evolution Markets, Natsource en CO2E.com, het gros van de emissiehandel. Deze bureaus leggen ook de verbinding tussen de vraag naar emissierechten (bijvoorbeeld in Nederland) en het aanbod van emissie-besparende projecten (bijvoorbeeld in Zuid-Amerika of Oost-Europa). Euronext is van plan om samen met Franse staatsbank Caisse des Depots et Consignations en stroombeurs Powernext een Europese CO2-emissiebeurs te introduceren. De beurs zal naar verwachting in maart worden gelanceerd.

Het concept, waarin de emissie van schadelijke gassen aan banden wordt gelegd door handel, is in Amerika ontstaan – ironisch, aangezien de Verenigde Staten niet meedoen aan Kyoto. In de VS wordt echter al sinds 1990 gehandeld in emissierechten voor smog-veroorzakende stoffen als zwaveldioxide (SO2). Ook experimenteert het bedrijfsleven in Amerika op regionaal niveau met handel in broeikasgassen. De beurs in Chicago heeft bijvoorbeeld een online beurs voor de handel in methaan en kooldioxide. Doelstelling is om in 2006 de uitstoot van broeikasgassen met 60 miljoen ton te hebben verminderd. Omdat veel Amerikaanse bedrijven verwachten dat de handel in broeikasgassen in de toekomst verplicht zal worden, is het animo om nu al mee te doen groot.

Als de ervaring in de VS met verhandelbare emissierechten iets leert, dan is het wel dat het een goedkoop instrument is, voor bedrijven naar schatting tientallen zelfs procenten goedkoper is dan milieu-regelgeving. Zeker naarmate de markt zich verder ontwikkelt. In het begin is er een vinden er weinig transacties plaats, zijn de transactiekosten hoog en schommelen de prijzen (en dat laatste is in Europa zeker het geval: in 2004 was de prijs op een geven moment zelfs 13 euro, bijna het dubbel van de huidige prijs). Maar in de loop van de tijd neemt het aantal transacties toe en neemt de prijsonzekerheid af. Kortom: zo’n markt heeft bestaansrecht, en als de tekenen niet bedriegen is het broeikaseffect straks zelfs ‘booming business’.

Maar in hoeverre draagt handel in emissierechten bij tot beperking van het broeikaseffect? “Of emissiehandel leidt tot feitelijke emissiereducties hangt helemaal af van de hoogte van het emissieplafond”, aldus een woordvoerder van Greenpeace. En dat plafond is erg hoog, zegt Godrej. Hij schat dat de handel misschien zal leiden tot een beperking van de emissies met … een tiende procent vergeleken bij het peil van 1990. “En dan te bedenken dat de meeste bedrijven door simpelweg te bezuinigen op energie de uitstoot van broeikasgassen veel verder kunnen terugdringen.” Een woordvoerder van het Ministerie van Economische Zaken wijst er wel op dat het plafond voor 2008 tot 2012 wellicht hoger komt te liggen. Dus wie weet, kan het systeem van emissiehandel z’n waarde dan echt bewijzen.

Artikel voor Newton, relatiemagazine van energiebedrijf E.ON

 

Deel:

Geef een reactie