Eric Broekhuizen (De Vergeten Oplossing): ‘Ecoprijzen het instrument om te verduurzamen’

Eric Broekhuizen (De Vergeten Oplossing): ‘Ecoprijzen het instrument om te verduurzamen’

Wat als we het principe van ‘de vervuiler betaalt’ consequent zouden doorvoeren? Dan zouden de grote milieuproblemen binnen een jaar of dertig van tafel zijn. Dat betoogt Eric Broekhuizen in zijn onlangs verschenen boek De Vergeten Oplossing. “Het is de enige manier om echt te komen tot verduurzaming. Maak gebruik van het marktmechanisme, de krachtigste machine die we tot onze beschikking hebben.”

In Nederland is er geen merkbaar verschil tussen de kwaliteit van kraanwater en water uit flessen. Toch tref je ook hier flessenwater aan, soms zelfs afkomstig uit exotische oorden zoals de Fiji-eilanden. De milieubelasting van zo’n fles Fiji- water is aanzienlijk, door de vervuiling die productie van de fles met zich meebrengt, het transport over tienduizenden kilometer, en het afval dat overblijft na consumptie. Als je de kosten van de belasting van het milieu door een fles Fiji-water in kaart zou brengen, zou je uitkomen op vijfhonderd keer zoveel als die van kraanwater.

Waarom zitten die kosten niet ook in de prijs van het Fiji-water? Het flesje wordt dan ongeveer 50 procent duurder. Waarom niet die ‘echte’ prijs berekenen? Meer in het algemeen: waarom niet de prijs van externe effecten berekenen en de vervuiler ervoor laten betalen? Kortom, waarom geen ‘ecoprijzen’ invoeren, zoals Eric Broekhuizen het noemt in zijn onlangs verschenen boek De Vergeten Oplossing. Ecoprijzen zijn ‘echte’ prijzen, die het mogelijk maken milieuvervuiling en schade aan de natuur in rekening te brengen bij de veroorzakers. Hierdoor wordt vervuiling ontmoedigd en komt er geld vrij om met behulp van technologie nieuwe vervuiling te voorkomen en schade uit het verleden te herstellen. Zie daar de ‘vergeten oplossing’ van Broekhuizen.

Gratis vervuilen

Nu wordt het ‘vervuiler betaalt’-principe niet of nauwelijks toegepast. Op grote schaal vindt uitputting van de natuurlijke hulpbronnen plaats, verlies aan vruchtbare bodem door erosie en andere schade, opwarming van de aarde en milieuvervuiling – maar de rekening daarvoor wordt neergelegd bij de samenleving en de toekomstige generaties. Volgens een schatting, gepubliceerd in The Guardian, bedroeg alleen al in 2008 de milieuschade veroorzaakt door de 3.000 grootste bedrijven ter wereld 2.200 miljard dollar. Maar denk maar niet dat die kosten in mindering werden gebracht op de winst. “Vervuilen en plunderen van de natuur is nagenoeg gratis. Er is dan ook nauwelijks een stimulans om te verduurzamen. Als dat zo blijft, zullen de gevolgen rampzalig zijn.”

“Als we niets doen, en de zaken op hun beloop laten, dan overvragen we de aarde steeds meer. Dan lopen we tegen de grenzen van groei aan”, zegt Broekhuizen. En die groei wordt steeds verder geraakt. Immers: dezelfde economische groei die bestaat bij de gratie van de natuur, leidt ook tot verwoesting van de natuur en ondermijnt zichzelf dus. “De ene na de andere milieucrisis zal zich aandienen, met steeds verdergaande gevolgen. Het rijke westen kan die misschien nog een tijd afwentelen op minder bevoorrechte gebieden en bevolkingsgroepen, maar uiteindelijk zullen ook wijzelf er frontaal door geraakt worden. De kansen op een goed leven voor de generaties na ons worden sterk gereduceerd.”

Duurzaam en slim

Met ecoprijzen kan het tij echter worden gekeerd. Heel simpel. Als de milieukosten worden meegenomen in de marktprijzen, zullen producten die vervuilend zijn en schaarse grondstoffen vergen relatief duur worden ten opzichte van schone en niet-schaarse alternatieven. De markt – in de woorden van Broekhuizen ‘de krachtigste machine die we tot onze beschikking hebben’- zal dan zijn werk doen. Het wordt voor bedrijven aantrekkelijk om te verduurzamen. En voor prijsbewuste consumenten wordt het aantrekkelijk om voortaan voor duurzame producten en diensten te kiezen.

Op termijn (Broekhuizen rekent met een periode van dertig jaar) kan een circulaire economie ontstaan, waarin verspilling en vervuiling nauwelijks nog bestaan en afval vrijwel altijd wordt gerecycled tot nieuwe grondstoffen. Een economie ook waarin duurzame energie de plaats in heeft genomen van olie en andere fossiele brandstoffen. En, in de derde plaats, een economie en waarin de natuur als producent op allerlei manieren slim wordt benut – zoals bronwaterfabrikant Vittel nu bijvoorbeeld al doet, door boeren nabij haar waterbronnen te betalen om over te stappen op biologische landbouw: de kosten voor de reiniging van bronwater zijn hierdoor zo ver gedaald, dat Vittel er financieel op vooruit is gegaan.

Optimisme

Om de overgang naar deze duurzame, slimme economie mogelijk te maken, moet er volgens Broekhuizen een internationaal ecotaxinstituut komen, dat de milieukosten kan doorberekenen aan vervuilers.

Waarom zo’n instituut internationaal moet worden opgezet? “We leven in ‘One World’, om Peter Singer aan te halen, dat is de belangrijkste reden. Luchtvervuiling stopt niet aan de grens. Als we hier en masse zonnepanelen plaatsen, verminderen we hier misschien de druk op het milieu. Maar als de productie van die panelen in China of een ander land met lage milieu-eisen een enorme vervuiling heeft opgeleverd, is het resultaat per saldo averechts. De verwevenheid van onze economieën is zo groot geworden, dat we de transitie wel op wereldschaal moeten aanpakken.”

Of zo’n ecotaxinstituut er ooit komt? Broekhuizen beseft dat het een enorme uitdaging is. Tegelijkertijd is hij optimistisch. Optimistisch, ondanks mogelijke apathie en opportunisme (met name bij politici, die bovendien steeds minder macht hebben mede door de opkomst van de markteconomie). Optimistisch, ondanks tegenwerking van vooral machtige bedrijven die er belang bij hebben dat de huidige status quo gehandhaafd blijft – de grote vervuilers en verspillers voorop.

Vanwaar dit optimisme?

“Onder druk van een mensenmassa die wil dat dit gaat gebeuren, kunnen regeringen op het juiste spoor worden gezet. En wat het bedrijfsleven betreft: “Natuurlijk zullen er winnaars en verliezers zijn (de huidige vervuilers en verspillers), maar de meeste bedrijven staan niet onwelwillend tegenover milieumaatregelen of een ecotax, mits die voor iedereen geldt”, schrijft hij.

“Ze willen een ‘level playing field'”, licht hij desgevraagd toe. “Als dat er eenmaal is, zullen ze in hoog tempo de verduurzaming van economie op gang brengen. Vergeet niet: bedrijven zijn de doeners in onze economie, zij zijn degenen die het voor elkaar kunnen krijgen. Nu gaan ze in groten getale met z’n allen de verkeerde kant op. Ook al willen ze dat niet, het marktsysteem dwingt het af omdat vervuilen nu vrijwel gratis is. Door de juiste prijsprikkels in te bouwen in het systeem, is het mogelijk ze wel de juiste richting op te sturen.”

Draagvlak bouwen

Rest de vraag hoe de politiek en het bedrijfsleven kunnen worden overgehaald om de ‘vergeten oplossing’ van Broekhuizen te omarmen.

Broekhuizen heeft zijn hoop gevestigd op het bouwen van een groot draagvlak van verontruste burgers. “Moderne technologie en communicatiemiddelen zorgen ervoor dat de wereld steeds transparanter wordt. Hierdoor kunnen misstanden steeds minder verborgen blijven en mensen elkaar steeds gemakkelijker bereiken en oproepen tot actie”, schrijft hij. “In de toekomst zullen bedrijven meer dan ooit de aansprakelijkheid voor hun daden moeten aanvaarden.” Giflozingen, uitstoot van broeikasgassen en roofbouw van de natuur: “Mensen gaan dergelijke misstanden steeds meer zien als een vorm van diefstal: van de samenleving en van toekomstige generaties.” Mensen pikken dit niet meer. Volgens Broekhuizen is het ‘slechts een kwestie van tijd voordat topbestuurders van grote bedrijven zullen worden aangeklaagd wegens willens en wetens schade toebrengen aan de natuur.”

Om die tegenbeweging momentum te geven en zijn ‘vergeten oplossing’ op de politieke agenda te krijgen, verzamelt Broekhuizen op zijn site www.devergetenoplossing.nl stemmen van mensen die zijn idee ondersteunen. “Op het moment dat ik voldoende stemmen heb – zeg 100.000 – wil ik een internetplatform gaan bouwen om ook internationaal mensen te bereiken. Zodra er een paar miljoen steunbetuigingen zijn, wil ik de regeringsleiders hiermee confronteren. Ik denk niet dat ze uiteindelijk om ecoprijzen en een ecotaxinstituut heen kunnen. Ik denk dat dit gaat lukken: het idee is zo krachtig dat het wel groot moet worden. En dat vind ik niet alleen.”

Eric Broekhuizen: werktuigbouwkundige, ondernemer, auteur

Eric Broekhuizen is van huis uit werktuigbouwkundig ingenieur. Na zijn studie aan de TU Eindhoven werkte hij enkele jaren bij Philips, onder andere op de afdeling Mergers & Acquisitions. Vervolgens werd hij ‘serial entrepreneur’ en heeft hij diverse middelgrote ondernemingen opgezet, overgenomen en uitgebouwd. Momenteel heeft hij een internationaal opererende internetwinkel voor huisdiervoer.

In De Vergeten Oplossing schrijft hij onder andere over de tijd dat hij eigenaar was van een plasticfabriek. Toen vroeg hij zich al af ‘Wat gaat er gebeuren met die miljoenen plastic producten die ik produceer en die straks weer bij het afval belanden? Waar zijn we met ons allen eigenlijk mee bezig??

Zijn bezorgdheid over de milieuvervuiling kristalliseerde zich pas tot vastomlijnde ideeën over ecoprijzen, toen hij tijdens een reis met zijn gezin door Australië in 2009 een boek las over de grote milieuproblemen waarmee de mensheid kampt, dat hem diep raakte. “Het zette me op het spoor van een hele reeks boeken over de milieuproblematiek en de mogelijke oplossingen.” En het leidde er uiteindelijk toe dat hij na de reis een jarenlang onderzoek begon en uiteindelijk De Vergeten Oplossing schreef.

Deel:

Geef een antwoord