Gek op vrouwen

Lieve Irma,

“Heeft er nooit iemand tegen je gezegd dat ongezonde arrogantie m.b.t. vrouwen tegen je gaat werken op den duur…..?”, schrijf je.

Nee, dat heeft nooit iemand tegen me gezegd. Ik weet ook niet of dat wel nodig is. Ongezond ben ik misschien wel, maar arrogant jegens vrouwen niet. Echt niet. We kennen elkaar niet zo goed, en ik kan me voorstellen dat je die indruk hebt. Maar vergis je niet. Ik ben gek op vrouwen. Beschouw ze als superieure wezens.

Weet je, misschien dat ik ze daarom wel eens op de kast jaag. Alleen bij iemand voor wie je respect hebt, wil je nog wel eens kijken of het respect op zijn plaats is. Toch? Bij een man weet ik wel waar ik aan toe ben. Ben zelf ook een man, en het stelt allemaal niet veel voor. Bij een vrouw wil ik mij overtuigen of ik haar terecht aanbid. Heiligschennis is ook een vorm van verering. Nou ja, zoiets. Misschien moet ik het er eens met mijn psychiater over hebben.

Nu ik je schrijf, gaan mijn gedachten onwillekeurig terug naar een zonnige zomernamiddag op het voetbalveld. Jaren geleden, toen ik het nog niet zo druk had met geld verdienen. Een weinig atletische man op leeftijd voetbalde mee. Mijn eerste dieptepass bereikte hem niet. “Lopen, eikel”, schreeuwde ik, zoals ik tegen iedere andere speler ook zou hebben gedaan. Bij een hoge voorzet beet ik weer:┬á“Springen, man.” Natuurlijk sprong hij niet hoog genoeg. Ik geloof niet dat hij de wedstrijd uit heeft gespeeld. In elk geval was hij niet bij onze vaste borrel achteraf. Het bier smaakte mij toen minder goed dan anders.

Ik kom hem nog wel eens tegen in de stad. Ik ben nu zelf een weinig atletische man op leeftijd, en hij een goed geconserveerde jongbejaarde. “Ik blafte je toen uit respect af”, zou ik hem willen uitleggen. Maar hij kijkt snel de andere kant op omdat hij mijn ongezonde arrogantie nooit is vergeten.

Denk niet te slecht over me.

Je Jan

(Column voor Freeler)

 

Deel:

Geef een reactie