Het land van de koopmannen en de dominees

Er was eens een land dat afwisselend werd geregeerd door koopmannen en door dominees. Nadat jarenlang de dominees aan het bewind waren geweest, was het nu de beurt aan de koopmannen. Onder het mom van deregulering voerden zij een rigide bezuinigingsprogramma door. Allerlei overheden werden geprivatiseerd, de subsidies aan vele non-profitinstellingen werden ingetrokken.

Het meest in het het oog springende gevolg was dat de ‘terugtredende overheid’ haar schulden terugdrong. Vanuit de hele wereld was hier lof voor, en veel staatslieden van het land werden gevraagd voor aantrekkelijke posities bij vooraanstaande internationale gremia. In het land verslechterde de kwaliteit van het leven echter doordat de dienstverlening van de geprivatiseerde instellingen achteruit ging.

De koopmannen hadden juist gezegd dat privatisering zou leiden tot een algehele verbetering. Zij hadden een even simpele als – achteraf bezien – misleidende redenatie opgevoerd. Zij hadden gedaan alsof privatisering synoniem was aan marktwerking. Alsof de geprivatiseerde instellingen zouden moeten concurreren om de gunst van de afnemer. Alsof ze dus beter zouden moeten presteren dan onder de vleugels van de overheid. Maar dit was niet zo.

Want wat gebeurde er? De telecombedrijven konden de concurrentie met allerlei buitenlandse concurrenten niet aan en werden tot bezuinigingen gedwongen – veelal ten koste van de klant. De dramatische financiële resultaten van de kabelbedrijven, de spoorwegen en andere vervoersbedrijven hadden een andere oorzaak. Paradoxaal genoeg waren zij juist het slachtoffer van het ontbreken van concurrentie. Hierdoor konden op zelfverrijking beluste managers deze bedrijven leegroven. Ook hier was de klant het slachtoffer: de openbare ruimte verloederde, de treinen reden niet meer op tijd en wie kabeltelevisie wilde hebben moest vaak maandenlang wachten.

Nadat de koopmannen jarenlang hadden geregeerd, schreven zij verkiezingen uit. Deze werden gewonnen door een koopman die voortging op de ingeslagen weg. Gesteund door enkele vooraanstaande medische specialisten en de farmaceutische industrie privatiseerde hij de gezondheidszorg. Evenals in de telecommunicatie deed de concurrentie zijn intrede. Hier leidde de privatisering echter niet tot een algehele malaise in de sector, maar tot een explosieve stijging van de toch al niet lage inkomens van medisch specialisten. ‘Gezondheid’ is immers het meest kostbare goed dat de mens kent. Als de prijzen van de gezondheidszorg worden vrijgegeven, zullen ze stijgen tot een peil dat alleen betaalbaar is voor een beperkte maatschappelijke bovenlaag.

Dit gebeurde ook in het land van de koopmannen. In hoog tempo verspreidden allerlei kwalen en ziektes zich onder het minstvermogende deel van de bevolking. Vooral ouderen en allochtonen werden het slachtoffer. Het sterftecijfer steeg, de gemiddelde levensduur daalde. Tot het volk dat door de koopman was buitengesloten van medische zorg er genoeg van had en in opstand kwam. De koopman en zijn gevolg moesten het veld ruimen. Er kwam weer een dominee aan het bewind. En wie de koopman had overleefd, leefde nog lang.

Artikel verschenen in een serie columns voor Writers Block over de Verkiezingen van 2002

Deel:

Geef een reactie