In de greep van fossiele brandstoffen

De bewezen fossiele energievoorraden (olie, kolen en gas) zijn waarschijnlijk binnen 200 jaar uitgeput. Het ligt voor de hand om sterker te gaan leunen op alternatieve vormen van energie zoals waterstof-, zonne- en windenergie. Maar in hoeverre kunnen die onze dorst naar energie stillen? Enkele toekomstverwachtingen aan de hand van de laatste World Energy Outlook van het International Energy Agency (IEA).

We verkijken ons er nogal eens op, maar economisch gezien gaat het goed met de wereld. Té goed, misschien. Doordat de economische groei in de wereld gestaag voortgaat is de vraag naar energie de laatste decennia almaar toegenomen.

De wereldwijde consumptie van energie is in de periode 1980-2003 met 40 procent gestegen. En zonder drastische ingrepen zal de wereldwijde consumptie van energie in 2030 naar schattingen van het International Energy Agency (IEA) 60 procent hoger liggen dan nu: een stijging van 80 miljoen vaten van 159 liter per dag naar 120 miljoen vaten per dag in 2030. Dit alles blijkt uit de meest recente World Energy Outlook gepubliceerd (uit eind 2004), waarin ook projecties worden gedaan tot aan 2030.

Daarnaast wordt het het energiebeleid van de 26 bij het IEA aangesloten lidstaten aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het belang van dat energiebeleid is evident, nu door de enorme vraag naar energie, de voorraden olie, kolen en aardgas slinken.

Olie dominant

Immers: ruim meer dan 80 procent van de totale wereldwijde energieproductie komt momenteel voort uit het gebruik van deze fossiele brandstoffen. De dominantie van olie is het grootst, gevolgd door kolen en aardgas. De bewezen voorraad olie gaat nog zo’n 40 jaar mee, de voorraden gas en kolen wat langer (bijna 70 jaar en 200 jaar). Overigens gaat het hierbij om commercieel winbare reserves die tegen de huidige marktprijs en technologische kennis te winnen zijn.

Zoals Noé van Hulst, strategiedirecteur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), zegt: “Tien jaar geleden werd ook gezegd dat er maar voor 40 jaar oliereserves waren en 20 jaar geleden ook. Kortom, er wordt nog steeds veel nieuwe olie gevonden en toegevoegd aan de bewezen reserves. Daarbovenop is er technologische ontwikkeling die maakt dat uit bestaande velden steeds meer gehaald kan worden. Wereldwijd is dat nu 35 procent en dat percentage wordt steeds verder opgeschroefd. De klimaat/CO2 uitdaging is voor olie waarschijnlijk een zwaardere dan die van de omvang van de reserves.”

Of het nu de slinkende reserves zijn of de aanzwellende CO2-uitstoot – het onderstreept neemt de noodzaak van een energiebeleid dat erop gericht is om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Maar hoe dan? Door minder energie verbruiken? De mogelijkheden tot besparen zijn beperkt, want al te ingrijpende maatregelen zouden de economische groei frustreren. Minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, olie voorop is een tweede redmiddel. In de afgelopen jaren is de economie (zeker de Nederlandse) al veel minder olie-intensief dan vroeger, vooral door de verschuiving naar een diensteneconomie. Om economische groei mogelijk te maken, is nu veel minder olie nodig dan vroeger.

Bovendien wordt gezocht naar alternatieve, duurzame vormen van energie, uit schone bronnen, die niet zo snel opraken: energie uit wind, zon, water, biomassa, waterstof of kernenergie. Maar een wezenlijk aandeel in de energievoorziening levert alternatieve energie nog niet. Zo is in Nederland het gebruik van duurzame bronnen sinds de jaren negentig gestegen, maar bedraagt het aandeel in het totale elektriciteitsverbruik minder dan vier procent.

Klem

Op dit moment bestaat er nog geen alternatief dat fossiele energiebronnen volledig kan vervangen. Een van de bezwaren tegen de alternatieve energiebronnen is dat ze zo veel duurder zijn dan de fossiele brandstoffen. Mogelijk komt hier in de toekomst echter verandering in. In de eerste plaats vanwege sterke prijsstijgingen van de fossiele brandstoffen, vooral van olie. In de afgelopen twee jaar is de prijs van een vat olie van 159 liter al verdubbeld tot rond de 50 dollar. Dat is nog altijd niet hoog; gecorrigeerd voor inflatie de helft van de prijs in de jaren zeventig. Het IEA verwacht dat de prijs de komende tijd gaat dalen tot ergens tussen de 22 en 30 dollar per vat. En die daling is zeer wenselijk, voegt de organisatie hieraan toe, want een olieprijs van boven de 30 dollar zou ‘zeer nadelig’ zijn voor de economische groei.

Maar verdere prijsstijgingen in de komende jaren lijken heel waarschijnlijk – volgens de meest pessimistische schattingen zelfs tot rond de 200 dollar per vat. Bij dergelijke prijsniveaus worden alternatieve vormen van energie veel aantrekkelijker. Met andere woorden: wellicht dat de wal het schip keert, en dat alternatieve vormen van energie in populariteit zullen toenemen.

Volgens het IEA zullen fossiele brandstoffen de komende decennia nog steeds de overhand in het energiegebruik hebben. Het IEA heeft een ‘business-as-usual’ scenario opgesteld, waarin de huidige overheidsmaatregelen om energieverbruik te ontmoedigen zijn meegenomen, maar eventuele toekomstige nog niet.

Hieruit blijkt dat het aandeel van fossiele brandstoffen in de totale energievoorziening dominant blijven de komende tijd verder zal stijgen: van 82 procent nu naar 85 procent in 2030. Daarbij zal de vraag naar aardgas het snelst stijgen vooral voor het opwekken van elektriciteit. Dit gaat ten koste van olie, het aandeel van kolen in de energieproductie blijft volgens het IEA ongewijzigd op 22 procent. Steenkool is op veel plaatsen nog ruim voorradig en zou voor veel landen wellicht een belangrijke toevlucht zijn om de voorzieningszekerheid (op kortere termijn) veilig te stellen. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen als zon, wind en water neemt slechts marginaal toe: van 1 procent nu naar 2 procent in 2030.

Het IEA heeft ook een World Alternative Policy Scenario gemaakt, waarin wordt doorgerekend wat er zou gebeuren als overheden sterker zouden inzetten op energiebesparing, duurzame energie en kernenergie. “Een realistisch scenario, alleen gaat het een stap verder dan de overheden nu doen”, aldus Van Hulst. Hierdoor zou de vraag naar energie 10% lager uitvallendan in het ‘business-as-usual’ scenario en de CO2-emissies zelfs met 16% teruglopen. Het valt niet aan tegeven hoe de ideale energiemix er in de verre toekomst uitziet, besluit Van Hulst. “Duurzame energie is zeker deel van de oplossing, maar kernenergie ook. En kolen eveneens, als CO2 straks veiliger en tegen acceptabele kosten kan worden opgeslagen.” En: “Iedereen wil graag een simpel antwoord horen op de uitdagingen van klimaat en voorzieningszekerheid, maar die is er niet. Er is geen ‘silver bullet’.”

(Artikel voor Newton, relatiemagazine van energiebedrijf E.ON)

Deel:

Geef een antwoord