Politiek verdeeld over zelf energie opwekken

Ook in de energiesector komt decentralisatie op: naast de grote kolen-, gas- en kerncentrales ontstaan overal in Nederland kleinere, duurzame opwekkingseenheden op basis van wind, biomassa, water en vooral zon. De politiek wil deze initiatieven graag stimuleren. Maar hoe?

Technisch is het haalbaar: consumenten en bedrijven die zelf warmte of elektrische energie opwekken. Zelfstandig of samen, bijvoorbeeld via zonnecellen op hun daken, windenergieparken die ze gemeenschappelijk in eigendom hebben of via buurtenergiebedrijven. Voorbeelden zijn de Windvogel, een windturbinepark dat in eigendom is van particulieren, de coöperatieve vereniging Zonvogel (voor zonne-energie) en Calorie Energie, een buurtenergiebedrijf in Castricum.

Het decentraal opwekken van energie is niet alleen duurzamer maar (vaak) ook efficiënter dan de traditionele, centraal georganiseerde fossiele energievoorziening, omdat het transport van energie en de daarmee gemoeide verliezen overbodig maakt. Als de mensen die energie opwekken hun overschotten kunnen terugsturen naar het stroomnet, kunnen ze mogelijk zelfs verdienen. Ook zorgt decentrale opwekking voor een democratisering van het energiesysteem: de energieafhankelijkheid van energieproducerende grootmachten neemt af en de concurrentie op de energiemarkt wordt bevorderd. En tot slot kan decentrale energieopwekking ook nog eens voor een versterking van de sociale cohesie zorgen, zeker als het gaat om een buurtinitiatief.

Vervuiler gestraft

De overheid heeft in het recente verleden decentrale opwekking gestimuleerd via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE-regeling). Die regeling wordt dit jaar vervangen door een SDE+-regeling. Het belangrijkste verschil is dat de subsidie niet meer uit de begroting wordt betaald, maar uit een opslag op de energierekening – wie meer energie gebruikt, betaalt meer. Niet alleen wordt de vervuiler zo gestraft, het extra geld kan weer worden gebruikt om bij te dragen aan de verduurzaming van onze energieproductie.

Nog een aanpassing in de SDE+-regeling: de subsidiëring van kleinschalige zonnepanelen is komen te vervallen, volgens minister Verhagen (Economische Zaken) omdat de verwerking van alle aanvragen een arbeidsintensieve klus was die maar tot weinig duurzame megawatten aan installaties leidde.

Bloemkool

Niet alle politiek partijen zijn te spreken over deze gang van zaken. Eind november 2010 liet de PvdA weten voor stimulering van decentrale energieopwekking te zijn, door een belastingvrijstelling in te voeren. “Je krijgt stroom uit je eigen centrale, dan moet je daar geen belasting over betalen. Het is net als een bloemkool die je in je eigen tuin kweekt, daar zit ook geen belasting op”, zei het PvdA-kamerlid Diederik Samsom toen. De VVD en het CDA lieten toen weten niet afwijzend tegenover dit voorstel te staan.

De VVD laat nu bij monde van woordvoerder René Leegte weten dat verkoop van energie in elk geval wél belast moet worden: “Als je een bloemkool uit je tuin op de markt verkoopt, moet dit immers ook.” Hij wijst er bovendien op dat er allerlei financiële stimuleringsmaatregelen zijn, zoals willekeurige afschrijvingen voor apparatuur en innovatiesubsidies. En: “Deze regering zal er alles aan doen om vergunningen makkelijker te maken.”

Andere partijen – D66 voorop – bepleiten een zelfde systeem als in Duitsland. Daar krijgen particulieren een zogeheten feed-in tarief voor duurzaam opgewekte energie: een vast tarief, gedurende 20 jaar, ongeacht hoeveel ze leveren. Dit tarief ligt hoger dan dat van ‘grijze’ niet-duurzame energie, en wordt – evenals bij de SDE+-regeling – betaald uit de energierekening.

Waar de Duitse regeling een ‘open eind heeft’, kent een subsidieregeling als de SDE en de SDE+ een ‘plafond’ (de 1,5 miljard euro in 2011). ‘Hemeltergend’, vindt SP-kamerlid Paulus Jansen de SDE-regeling. “De discrepantie tussen het aantal aanvragen en toegekende subsidies was enorm – slechts 1 op de 50 aangevraagd subsidies voor zonnepanelen werd toegekend. Erg ontmoedigend voor burgers die willen bijdragen aan verduurzaming van de samenleving.”

Een tweede bezwaar van Jansen is het argument dat Verhagen ook gebruikt tegen de SDE-regeling: de bureaucratie die met verwerking van alle aanvragen gepaard ging was enorm. “In Duitsland kun je meteen aan de slag als aanbieder van energie.”

Ontzagwekkend

Maar geheel onomstreden is het Duitse systeem niet. Ruim een jaar geleden kwam het Duitse economische instituut RWI met een rapport waarin werd gesteld dat de subsidie ontzagwekkend duur is door de hoge productie van (vooral) zonne-energie. Frankrijk heeft dezelfde ervaring; daar is het feed-in-tarief al twee keer verlaagd. Onlangs werd bekend dat een verdere versobering in aantocht is om een ongebreidelde groei van de zonne-energiesector tegen te gaan. Het Verenigd Koninkrijk stapt af van een systeem met feed-in tarieven, aldus Leegte. De VVD pleit voor een verplicht aandeel ‘duurzaam’ in levering van energie, eventueel met (innovatie)subsidies om decentrale opwekking te stimuleren. En is tegen een feed-in tarief.

Jansen gelooft wel dat een feed-in tarief soelaas kan bieden. “Zij het met een lager tarief dan in Duitsland.” Op termijn zal duurzame, decentraal opgewekte energie het toch winnen van fossiele energie, zo redeneert hij. Immers niet-duurzame energie zal de komende jaren waarschijnlijk in prijs zal stijgen (want: de fossiele brandstoffen raken op, zal de prijs van duurzame energie eerder dalen, door de steeds grootschaliger toepassing ervan kunnen de kosten dalen. Op termijn kan hoge feed-in tarief nog verder naar beneden of helemaal worden losgelaten.

Artikel voor Newton, relatiemagazine van energiebedrijf E.ON

 

 

Deel:

Geef een antwoord