De dreigende commerciële zelfmoord van Ryley Walker

Zelden zal een jonge artiest zulke goede recensies hebben gekregen als Ryley Walker met zijn albums ‘Primrose Green’ en ‘Golden Sings That Have Been Sung’. In plaats van het succes te consolideren, gooit hij het op zijn nieuwe plaat over een heel andere boeg. De akoestische folk met jazzy ondertonen heeft plaatsgemaakt voor fusion en progrock. “Ik herkende mezelf niet meer in mijn eigen muziek.”

Een album waar eigenlijk alles goed aan is, zo noemde de Volkskrant ‘Primrose Green’, het tweede album van Ryley Walker. “Alleen die intense, door merg en been gaande stembuigingen al. En dan die spannende met jazzakkoorden doorspekte arrangementen: geen saai moment in te bespeuren.” New Music Express gaf het album een 8, vol bewondering voor de vlugge fingerpicking gitaarspel van Walker, dat deed denken aan dat van gitaarhelden als Bert Jansch, Davey Graham en John Fahey. De All Music Guide roemt de stem van Walker, die veel weg heeft van Tim Buckley. Muziekkrant Oor vergeleek het album met ‘Astral Weeks’ van Van Morrison, vanwege de hypnotiserende zang en de samenwerking met jazzmusici. Favoriet is het titelnummer (over bepaald soort wiet), waarin Walker met stembuigingen die inderdaad Tim Buckley-achtig aandoen zich in een trance lijkt te zingen.

Opvolger ‘Golden Sings That Have Been Sung’ werd net zo positief ontvangen. “‘Golden Sings That Have Been Sung’ blaakt van het zelfvertrouwen en is zowaar nog beter dan zijn voorganger”, jubelde Written in Music. Op de recensiesite Metacritic scoorde het album gemiddeld een 8 bij critici. Waar ‘Primrose Green’ nog kon worden beluisterd als een eerbetoon aan Walkers muzikale helden, is ‘Golden Sings That Have Been Sung’ een veel volwassener werk, zo luidde het oordeel: Walker leek echt zijn eigen stijl te hebben gevonden. De invloeden van Tim Buckley en anderen waren er nog altijd, maar Walkers muziek – met veelvuldig gebruik van de elektrische gitaar – was net iets rauwer en eigentijdser. Vooral de nummers ‘The Roundabout’ en ‘The Half Wit in Me’ werden geprezen.

Explosieve gitaarsolo’s

En dan komt nu (op 18 mei) het nieuwe album ‘Deafman Glance’ uit van de 28-jarige Amerikaan. Waar ‘Golden Sings That Have Been Sung’ kon nog worden gezien als een voortzetting van ‘Primrose Green’ en ander vroeger, lieflijker werk van Walker, is ‘Deafman Glance’ een breuk met zijn verleden. Muzikaal gezien is ‘Deafman Glance – de titel verwijst naar de gelijknamige film van Robert Wilson, die Walker als jongen de schrik van zijn leven bezorgde – eerder een potpourri van freejazz, fusion en progrock dan een indringende combinatie van folk en jazz.

Wie Walker ooit live heeft gezien, zal niet helemaal verbaasd zijn – daar wil hij nog wel eens uit zijn bol gaan met explosieve gitaarsolo’s en lange jamsessies – maar niemand zal zo’n abrupte koerswijziging niet hebben zien aankomen. “Ik wilde een anti-folk album maken”, laat Walker weten in een persbericht. “Daarmee bedoel ik niet dat ik een afkeer heb gekregen van folkmuziek”, licht Walker desgevraagd toe. “Ik ben nog altijd dol op zangers als Tim Buckley en gitaristen als Nick Drake en Bert Jansch. Alleen wil ik op het ogenblik geen muziek meer maken die neigt naar folk.” Zijn beslissing is volgens hem vooral ingegeven door veelvuldig drugs en drankgebruik, aanhoudende depressies en knagende twijfels aan zichzelf – en uiteindelijk een burn out.

Een periode van zelfonderzoek volgde, om te kijken hoe hij uit deze kuil van neerslachtigheid kon komen . Walker – die op z’n twaalfde school verliet, en sinds zijn vijftiende een gretige afnemer is van allerlei soorten verdovende middelen – worstelt nog altijd met zichzelf, wat dat betreft is er nog veel het zelfde. Wel heeft hij duistere periode afgesloten met de overtuiging dat hij in elk geval in muzikaal opzicht dichter bij zichzelf moest gaan staan – zoals dat heet – en authentiekere nummers moest gaan maken. “Ik herkende mezelf niet meer in mijn eigen muziek. Ik ben natuurlijk helemaal geen echte folkmuzikant, ik kom niet uit Engeland, ik leef niet in de jaren zestig, ik wil me niet kleden als een hippie. Ik had tot dan toe een rol gespeeld, me anders voorgedaan dan ik was. Dat wilde ik niet meer. Ik wilde persoonlijke muziek maken in plaats van moderne folkmuziek. Met persoonlijke teksten, en niet de allegorieën en parabels die bij de folk horen.”

Muzikale comedy

Op het eerste gezicht is het misschien merkwaardig dat Walker fusion en progrock ‘persoonlijker’ muziek vindt dan akoestische folk met jazzy ondertonen, maar voor hem is het muziek die nauw verbonden is met de Chicago, de stad waar hij sinds 2010 vast verblijft en aan verknocht is. De nummers op ‘Deafman Glance’ staan inderdaad ver af van de vaak pastorale muziek van zijn vorige twee albums, maar wat hebben fusion en progrock te maken met Chicago? “Het is een stad waar enorm veel musici werken en samenspelen en met elkaar improviseren”, aldus Walker. “De nummers op dit album zijn ook op basis van improvisaties tot stand gekomen. Zoals ‘Bitches Brew’ van Miles Davis: met veel takes, waaruit we een selectie hebben gemaakt en fragmenten hebben samengeplakt. Bij mijn vorige albums waren de nummers nagenoeg klaar toen we de studio ingingen, nu had ik alleen wat flarden – en moesten we van de eieren nog een omelet zien te maken.” Improviseren vindt Walker heerlijk: “Ik kan me voorstellen dat veel mensen het maar gepiel vinden, maar ik ben in de wolken als een improvisatie wat oplevert. En je stelt je kwetsbaar op als je improviseert. Vergelijk het met standup comedy: je moet heel ad rem reageren op wat er om je heen gebeurt en als een grap mislukt, kun je finaal afgaan. Wat dat betreft is het iets heel persoonlijks: je stelt je zeer kwetsbaar op.”

Helemaal persoonlijk zijn de teksten. Ook niet direct wat je zou verwachten bij dit soort muziek – zeker progrock is van oudsher een genre waarbinnen artiesten zichzelf dodelijk serieus nemen en hoogdravend voor diepzinnig doorgaat. “De enige artiest binnen de progrock die zichzelf weet te relativeren is volgens mij Phil Collins. Of hij een voorbeeld voor me is? Zeker, en dan vooral vanwege zijn werk binnen Genesis, toen de groep albums als ‘A Trick of the Tale’ maakte. Ik geef zelfs de voorkeur aan de periode met Collins als leider boven die met Peter Gabriel. Niet zozeer omdat het muzikaal zoveel beter is, maar omdat Collins veel geestiger is. ” Walker heeft het evenmin als Collins op loodzware verhandelingen en vage diepzinnigheden, en ook zijn teksten vallen juist op door zijn wrange, met zelfspot doortrokken gevoel voor humor.

Betrekkelijk succes

Anders dan bij Collins gaat het bij Walker vaak om geldgebrek, want anders dan Collins zit Walker vrijwel doorlopend krap bij kas. Ondanks de zeer goede ontvangst van zijn albums, ondanks zijn populariteit in het live circuit (hij treedt vrijwel dagelijks wel ergens op). “Mijn succes is betrekkelijk. Hier kan ik misschien 100 mensen op de been krijgen. Maar als ik op een dinsdagavond in de VS optreed, dan zijn er vaak maar drie mensen aanwezig. En ik als ik geld heb, maak ik er een potje van: dan gaat het weer aan drugs op.

Vandaar dat hij in het nummer ’22 days’ binnen drie weken met een meesterlijk plan op de proppen moet komen om de huur te betalen (in werkelijkheid kon hij niets beters verzinnen dan een gitaar te verkopen). In ‘Accomodations’ droomt hij ervan zonder schulden te kunnen leven, in ‘Expired’ foetert hij op de oneerlijke wisselkoers, de ‘fucked exchange rate’.

Ook in de eerste single, Telluride Speed, heeft hij geldzorgen. “Telluride is een miljonairsstadje waar mensen zoals Robert Redford wonen. Ik had daar enkele optredens, maar kon me hotel veroorloven – die kosten daar al gauw 1.000 dollar per nacht. Ik heb toen een paar nachten in de auto moeten slapen. Tot overmaat van ramp stak er ook nog eens een sneeuwstorm op, waardoor ik een paar dagen vastzat in de kou. Ik verveelde me te pletter, en probeerde de tijd te doden door speed te gebruiken. Vandaar de titel.”

Te vrezen valt dat ‘Deafman Glance’ een veel minder breed publiek zal aanspreken dan de vorige albums van Walker. Niemand zal ontkennen dat het album knap is gemaakt. En liefhebbers van gitaristen als Robert Fripp en Adrian Belew en Mike Keneally kunnen hun lol op, maar verder? Dreigt het album niet in een commerciële zelfmoord uit te monden, en dat terwijl Walker het toch al niet breed heeft? “Ik ben er niet gerust op”, zegt hij. “Maar ik moest dit album wel maken, ik kon niet anders. En ik pleeg liever commerciële zelfmoord dan artistieke zelfmoord.”

‘Deafman Glance’ verschijnt op 18 mei
Ryley Walker is in juli in Nederland op Welcome To The Village 2018 in Leeuwarden

Foto: Evan Jenkins

Deel:

Geef een reactie