Jan Akkerman: altijd vooruit

De box ‘The Complete Jan Akkerman’ uit 2018 blijkt verre van compleet. Eind oktober komt ‘gitarist extraordinaire’ Akkerman met een nieuwe plaat, zijn eerste studio-album in acht jaar. ‘Close Beauty’ heet de plaat, het werk van een gitarist die nooit heeft willen teren op oude roem.

De oren van Jan Akkerman tuiten. Sowieso is hij sinds enigszins hardhorend, al sinds het begin van de jaren zeventig, toen hij dag in, dag uit de snoeiharde riff van ‘Hocus Pocus’ moest spelen. Nu heeft hij de hele dag journalisten te woord gestaan over zijn nieuwe album ‘Close Beauty’ – en het komt zijn oren uit. Maar vooruit, nog eentje dan.

Jan Akkerman houdt een persdag in een hoekje de toonzaal van Gibson van de A’dam Toren. Een zeer toepasselijk locatie, aangezien de Gibson Les Paul tegenwoordig zijn favoriete gitaar is: “Een gitaar met een subtiele, uitgebalanceerde klank.” Niet dat hij eenkennig is. Op ‘Spiritual Privacy’ het eerste nummer van ‘Close Beauty’ speelt hij de naar hem vernoemde Gitane DG-350 Modele Jan Akkerman, een replica van de gitaar van Django Reinhardt.

“Toen ik de gitaar in handen kreeg kon ik niet anders dan er een zigeunerjazz geïnspireerd nummer van maken.” Het is meteen een eerste hoogtepunt van het album, een grotendeels geïmproviseerd nummer, tegen de achtergrond van een beat van door de sequenzer gehaalde castagnetten.

Is ‘Close Beauty’ daarmee ook zijn beste album? Akkerman zelf hierover: “Die vraag werd de grote tenorsaxofonist Sonny Rollins ook gesteld toen hij een plaat uitbracht terwijl hij diep in de tachtig was. ‘Mijn beste album moet ik nog maken’, antwoordde hij. Zo denk ik er ook over. Ik probeer mezelf nooit te herhalen en mezelf te verbeteren door volop te experimenteren. Omdat ik geloof dat ik mijn beste plaat nog moet maken. “

Fusion: zijn ding

Voor de onbevooroordeelde luisteraar is ‘Close Beauty’ (alweer Akkermans negentiende studioalbum) vermoedelijk vooral een album dat in lijn ligt van Akkermans eerdere werk. Een boeiende mix van rock, jazz, klassiek en nog wat muziekstijlen, met een hoofdrol voor het heldere, meeslepende en vaak spectaculaire gitaarspel van Akkerman. “Fusion. Dat is nu eenmaal mijn ding”, zoals Akkerman zegt. Tegelijkertijd is elk nummer weer anders, omdat hij op elk nummer weer een ander combinatie van stijlen uitprobeert. “Ik klink altijd hetzelfde, maar de achtergrond verschilt. Eenheid in verscheidenheid.”

Wie houdt van uitgesponnen nummers met veel tempo- en themawisselingen en sublieme gitaarsolo’s is bij dit album aan het juiste adres. Wie gehoopt had dat Akkerman zijn vlekkeloze techniek en melodieuze instincten weer ens zou aanwenden om lekker hitje te schrijven zal bedrogen uitkomen. De tijden van ‘The Russian Spy and I’ (1966) zijn voorbij, tegenwoordig viert Akkerman ‘Tommy’s Anniversary’.

Ridder Jan

Niet alleen de muziek van ‘Close Beauty’ is ‘vintage’ Jan Akkerman. Hetzelfde geldt voor de titels van de nummers, waarin hij de grenzen tussen Amsterdamse gein, diepzinnige mystiek en klinkklare onzin lijkt te verkennen. Wat is bijvoorbeeld de gedachte achter het titelnummer ‘Close Beauty’? “Als een koe van heel dichtbij ziet, zie je niet dat het een koe is.” En dan is de koe dus mooier? “Nee juist niet, je moet afstand nemen om de schoonheid te zien.” Zit er dan niet een innerlijke tegenstrijdigheid in de titel? “Ach, aan tegenstrijdigheden ontkom je niet. Kijk naar Donald Trump.”

De Amsterdamse gein lijkt de overhand te hebben in ‘Good Body Every Night’. En Don Giovanni? Dat moet toch een eerbetoon de opera van Mozart zijn, al lijkt het er muzikaal in de verste verte niet op? “Welnee. Giovanni is ‘Jan’ in het Italiaans. En ik ben ridder in de Orde van Oranje Nassau – een ‘Don’, dus.”

En dan is er nog ‘Retrospection’, zeker gezien de eerste ondertitel ‘Emotional Debris’ een veeg uit de pan naar oud-collega Thijs van Leer van Focus en diens reeks ‘Introspection’ zou kunnen zijn. “Neuh”, bezweert Akkerman. “Het is vernoemd naar een nummer van Duke Ellington”. Waar Akkerman (72) in het verleden nog wel eens wilde afgeven op ‘Thijs Skai’, haalt hij nu de schouders op. “Ik ben helemaal niet met mensen uit het verleden bezig.” Dus ook niet met zanger Kaz Lux, met wie Akkerman in Brainbox speelde en met wie hij daarna als duo een prachtige plaat als ‘Eli’ zou maken. “Hij woont in Oosterhout en ik in Volendam. Ik denk nooit aan hem en onze wegen kruisen zich niet meer.”

Ingewikkeld gedoe

Veel mensen hopen dat Akkerman ooit nog eens zal optreden met Focus of Brainbox, maar dat zit er niet in. In een groep spelen, althans een groep waarbinnen hij niet de voorman is? Dat hoeft van hem sowieso niet meer. “Het is als met een hond. Als je die te straks aanlijnt en hij te dichtbij komt, dan gaat hij bijten”, orakelt Akkerman.

Uiteraard is het hem niet ontgaan dat veel groepen worden heropgericht (The Eagles, The Police, noem ze maar op) om geld te slaan uit de nostalgische gevoelens van oudere en kapitaalkrachtige fans, en de verleiding is groot om dat ook te doen met Focus of Brainbox. “Maar wat moet ik met meer geld? Ik heb een goed leven, ik woon lekker, ik kan de muziek maken die ik wil. Mega-optredens, verre reizen en ander ingewikkeld gedoe heb ik helemaal geen zin in.”

En zo komt het dat de man die in 1973 als beste gitarist ter wereld werd uitgeroepen (en sindsdien alleen maar beter is gaan spelen), die aanbeden wordt door Brian May en volgens B.B. King de beste gitarist was met wie hij ooit had samengespeeld de komende tijd niet in Ahoy of in de Johan Cruyff Arena te zien is, en al helemaal niet in de Royal Albert Hall of Madison Square Garden, maar in The Kroepoekfabriek in Vlaardingen, P3 in Purmerend en Cinema Floralis in Lisse.

En dat hij komend jaar bij de herdenking van het klassieke album Sticky Fingers niet met The Rolling Stones op het podium staat, maar met de Bombita’s. “En alleen in Nederland. Ik wil ’s morgens nog gezond mijn eigen bed uitkomen. Voorzover dat op mijn leeftijd nog mogelijk is dan.”

Foto: Flickr.com, Jan Vinke

Deel:

Geef een reactie