Marianne Faithfull redt het op haar persoonlijkheid

Marianne Faithfull zit 50 jaar in het vak, heeft net een uitstekende plaat uitgebracht en mag van zichzelf elektrisch sigaretten roken. Het concert dat ze afgelopen zondag in Carré gaf, kon niet fout gaan. Ook al kon ze nauwelijks op haar benen staan en klonk ze af en toe als Grover uit Seasamstraat.

De setlist van het het concert van Marianne Faithfull in Carré maakt het al duidelijk: vanavond wordt het publiek vooral getracteerd op nummers van haar laatste album ‘Give My Love to London’, afgewisseld met minder bekende songs en slechts een enkele publieksfavoriet.

Dat lijkt een verstandige beslissing. ‘Give My Love to London’ is een uitstekend album, en Faithfull is er terecht trots op. Haar uitvoering van het titelnummer mag er zijn, het van The Everly Brothers en Bryan Ferry bekende ‘The Price of Love’ is een van de hoogtepunten van de avond, evenals het nieuwe, voor Faithfull geschreven ‘Sparrows Will Sing’ van oud-Pink Floyd-voorman Roger Waters. De minder bekende oude nummers worden met veel overgave gezongen door ‘la Faithfull’ (zoals ze zichzelf spottend noemt). Vooral het mooi droevige ‘Marathon Kiss’ (afkomstig van Vagabond Ways uit 1999) maakt veel indruk.

Alleen tijdens enkele publieksfavorieten schiet de stem van Faithfull toch echt pijnlijk tekort. Vooral op haar eerste hit ‘As Time Goed by’ (van Mick Jagger en Keith Richards) klinkt ze als Grover uit Sesamstraat. Op het andere nummer uit het ‘Sixties-hoekje’ zoals zij het noemt, Jackie Del Shannons ‘Come and Stay with Me’, brengt ze het er nauwelijks beter van af. Haar stem klinkt nu eens monotoon, dan weer onzuiver. Ook lijkt het wel alsof ze adem tekort komt, en daarom lange zinnen nog voor het einde inslikt.

‘Dear friends’

Gelukkig redt ze de eer met het klassieke ‘Sister Morphine’ van Jagger (muziek) en Faithfull (tekst), een nummer uit het ‘Junkie-hoekje’. Hier klinkt ze weer als een chanteuse in de traditie van Marlene Diettrich, Nico en Lotte Lenya: vrouwelijke artiesten die met hun krachtige podiumpersoonlijkheid hun niet altijd even grote zangkwaliteiten compenseerden.

Een podiumpersoonlijkheid is Faithfull in elk geval zeker. Ze weet het publiek vrijwel steeds te boeien, als het niet met haar uitstekende selectie van nummers is, dan wel met haar anekdotes over de vele artiesten met wie ze heeft samengewerkt. Nou ja, over Mick Jagger heeft ze het liever niet meer. Vragen van journalisten over hun relatie in de jaren zestig worden afgewimpeld met een ‘I’ve gotten over it, shouldn’t you?’). Maar verder praat ze honderduit over haar ‘dear friends’, van Damien Albarn tot Nick Cave en al die anderen met wie ze in haar inmiddels vijftigjarige carrière heeft samengewerkt. Fans uit het publiek worden toegesproken alsof ze als ze intieme vrienden zijn: “I love you too honey!”

Ook haar lichamelijke gebreken worden tot onderdeel van de performance gemaakt. Faithfull is door diverse botbreuken slecht ter been en moet af en toe gaan zitten. Ze doet er lacherig over en maakt zelfs een voorzichtige buiging wanneer het publiek applaudisseert omdat ze uit haar stoel omhoog komt. Ze vertrouwt het publiek toe dat ze voor aanvang van het concert heeft overgegeven van de zenuwen – ook een mededeling die met applaus wordt begroet.

Rookgordijn

Zelfs haar vroegere verslaving aan sigaretten blijkt aanleiding tot een causerie. Al na het tweede nummer tijdens het concert in Carré steekt Faithfull een sigaret op. Een elektrische sigaret, zo blijkt, want ‘echt’ roken doet ze niet meer. Maar ook de nep-sigaret voldoet, legt ze uit, want er komt rook uit. “En dat is waarom ik er van houd: omdat ik een rookgordijn kan optrekken. Zodat mensen me niet echt goed kunnen zien.”

Het is een uitspraak die de rest van het concert blijft hangen. Wie is die Marianne Faithfull eigenlijk, vraag je af en toe af. Hoe zou het echt met haar gaan? Ze presenteert zich als een ‘survivor’, iemand die een zware, jarenlange drugsverslaving heeft overwonnen en nu als een soort koningin van de nacht door het leven gaat.

Maar is dat wel zo, of is ook dat maar een act? Faithfull zingt en spreekt meestal met een soort Cockney-accent dat een affiniteit met de arbeidersklasse suggereert, maar af en toe breekt daar het geaffecteerde kostschool-Engels doorheen dat ze in haar bevoorrechte jeugd moet hebben gesproken en klinkt ze als een klein, breekbaar meisje. Je komt er niet echt achter wie de echte Faithfull is, ondanks alle schijnbare openhartige anekdotes en semi-persoonlijke ontboezemingen.

Hunkeren

In een interview zei Faithfull ooit dat ze altijd heeft gehunkerd naar liefde, en die heeft gevonden in de liefde van het publiek. En dat publiek ziet haar maar al te graag als iemand die tegenslag op tegenslag overwint en zich met haar grimmige humor en oog voor de donkere kant van het leven overal doorheen slaat. Best mogelijk dat ze zich groot houdt, omdat ze zo graag aan het beeld dat het publiek van haar heeft wil voldoen.

Wanneer je haar met haar wandelstok op het podium ziet heupwiegen, denk je ‘die vrouw is onverwoestbaar’. Maar wanneer ze even later afscheid van het publiek neemt en naar achter de coulissen strompelt, valt op dat ze wel heel breekbaar is. “We’ll meet again – until we won’t anymore”, grapt ze nog. Laten we op het eerste hopen.

Deel:

Geef een reactie