Nieuw album van Weyes Blood: Karen Carpenter draait zich om in haar graf

Natalie Mering (Weyes Blood) zingt over het leven in een ‘postreligieuze samenleving’, waarin we niet meer in geloven in religieuze zekerheden en dit als een groot gemis beschouwen. Die zin van het leven en zin in het leven moeten we nu elders zoeken. In het verhaal van de ondergang van de Titanic bijvoorbeeld.

Religieus ingestelde mensen zullen het misschien als gods wil beschouwen. Wetenschappelijk onderlegden zullen eerder van toeval spreken. Feit is in elk geval dat Natalie Mering (Weyes Blood) klinkt als niemand minder dan Karen Carpenter: eenzelfde kristalheldere, krasvrije stem. Een stem die zich bij uitstek leent om de lof te zingen van de schoonheid van de schepping en troost te bieden aan de verworpenen der aarde. Net zoals de mormoonse Carpenter dat deed.

Maar Mering – kind van twee ‘born-again Christians’ – heeft een ander pad gekozen. Haar stem op het album mag dan zalvend klinken, haar muziek doet dat niet. Er spreekt een zekere voorliefde voor klassieke muziek en kerkgezangen uit, maar de arrangementen geven er een moderne en wereldse draai aan, zoals je ook wel mag verwachten van iemand die heeft getoerd met een band met de scabreuze naam Jackie-O Motherfucker en ooit mede-verantwoordelijk was voor de oorverscheurende klankexplosie ‘Sciamacy’ (2007, met nog geen 400 views en nul reacties op youtube).

Op haar doorbrakalbum ‘Front Row Seat to Earth’ (2016) en op haar nieuwe album ‘Titanic’s Rising’ klinkt ze nog het meeste als een eigentijdse Judee Sill: ook zo iemand met een hemelse stem en met een voorliefde voor grootste, filmische arrangementen. Het is een vergelijking die Mering wel aanspreekt, zegt ze. “Prachtige muziek. Al merk je wel duidelijk dat haar muziek uit het begin van de jaren zeventig stamt, toen de opnametechnieken veel primitiever waren.”

Alchemie

Inderdaad hoor je bij Weyes Blood veel duidelijker de aparte instrumenten en andere geluidsbronnen dan op de platen van iemand als Sill. Ze gebruikt de moderne opnametechnieken vooral om haar muziek wat minder gepolijst te maken, deels als tegenwicht voor haar stem van zuiver muzikaal bronwater. Om ‘alchemie’ te bedrijven, zoals zij dat noemt.

Neem ‘A Lot’s Gonna Change’, het eerste nummer op haar nieuwe album. Het intro (zoemende synthesizers, een vals orgeltje) lijkt geschreven voor een derderangs griezelfilm. Dan slaat de stemming geheel om: de stem van Mering komt het nummer binnenvliegen, gedragen door sobere pianoklanken. Waarna het orkest aanzwelt, er een achtergrondkoortje bijkomt en paukenslagen klinken. Karen Carpenter, Judee Sill en Walt Disney zouden instemmend knikken. Maar dan, halverwege het nummer, klinkt er opeens een pipend geluid op de achtergrond, alsof iemand stoelen verschuift. De orkestleden spelen dapper door, maar tegen het eind geven ze het op. Alleen de celli zijn nog te horen. “Let me change my words, show me where it hurts”, zingt, nee fluistert, Mering nog. Karen Carpenter, Judee Sill en Walt Disney draaien zich om in hun graven.

‘Postreligieuze samenleving’

Mering zingt over het leven in een ‘postreligieuze samenleving’, waarin we niet meer in geloven in religieuze zekerheden en dit als een groot gemis beschouwen. Want: “Religie geeft betekenis aan het leven en zorgt ervoor dat je positief gestemd bent.”

Die zin van het leven en zin in het leven moeten we nu elders zoeken, aldus Mering. “Zonder een of ander geloof zijn we gedoemd tot pessimisme en apathie. Maar wat is het alternatief voor de oude, overleefde godsdiensten? Ik denk dat we moeten kijken naar allerlei mythen. Verhalen die evenmin als de bijbel ‘waar’ zijn in de letterlijke betekenis van het woord, maar die wel betekenisvol zijn. Niet omdat ze allerlei geboden en verboden bevatten, maar omdat we er lessen uit kunnen leren en omdat ze ons richting kunnen geven.”

‘Hubris’

Zo’n mythe is het verhaal van de Titantic, in de ogen van Mering een van de vele vertellingen waaruit de mens kan opmaken dat hij niet te overmoedig moet zijn in zijn omgang met de natuur. “De Titanic is door een ijsberg tot zinken gebracht, terwijl het schip zogenaamd zo geavanceerd was dat er geen enkel risico op ongelukken was. Keer op keer is de mens het slachtoffer van zijn ‘hubris’ in de omgang met de natuur. De klimaatverandering kun je ook zo bekijken: als de mens niet oppast, richt hij met z’n overmoed zichzelf te gronde.” De titel van het album ‘Titanic Rising’ is hier een zinspeling op.

Dit klinkt misschien allemaal wat zwaar op de hand, maar Mering slaagt er goed in haar verkenningen van de post-religieuze samenleving lichtvoetig te brengen. Luister bijvoorbeeld naar ‘Andromeda’, de eerste single van het album. Het nummer gaat over dat mensen zo moeilijk liefde voor elkaar kunnen opbrengen in de huidige, door technologie gedomineerde samenleving. Terwijl ze wel hunkeren naar die liefde, net als vroeger. Kortom: het vermogen om elkaar lief is minder wijdverspreid dan het verlangen. De slidegitaar in het nummer moet ervan huilen.

Deel:

Geef een reactie