Onbetrouwbaar en briljant: ’50 Song Memoir’ van The Magnetic Fields

Stephin Merritt bracht onlangs als The Magnetic Fields een ’50 Song Memoir’ uit, een autobiografie op muziek. De herinneringen aan een moeilijke jeugd, sombere tienerjaren en de armoedige tijd die daarop volgde. Plus een hoopgevende toegift, want uiteindelijk is het allemaal goed gekomen met Merritt: “Even I, with my wildebeest’s face, my eccentricities and my freedom from grace: even for me has Cupid found a place.”

Als hij een werelddeel was geweest, dan Europa tussen 1981 en 1984. Als hij een roman had kunnen zijn? ‘Man ohne Eigenschaften’. Een misdrijf? Plagiaat, natuurlijk. Stephin Merritt, het brein achter The Magnetic Fields, zegt het zelf. Hij windt er geen doekjes om in het boekje dat is meegeleverd met zijn nieuwe album ’50 Song Memoir’. Hij is een verklaard liefhebber van de Europese New Wave uit het begin van de jaren tachtig, vooral van post-punker John Foxx, de voorman van Ultravox! – op ’50 Song Memoir’ staat zelfs een ode aan hzijn idool, ‘Foxx and I’. En maar al te vaak klinkt de muziek van Merritt alsof deze ruim dertig jaar geleden is gemaakt: hoekig en repetitief, gebaseerd op een synthesizerriedeltje, en gezongen met zo’n lage stem vol duisternis waarin eenzaamheid en weltschmerz doorklinken.

Toch laat Merritt zich minder makkelijk vastpinnen dan hij hier zelf doet. Luister maar eens naar ‘The Book of Love’, een van Merritts bekendste nummers – in de versie van Peter Gabriel, welteverstaan, goed voor een paar miljoen hits op YouTube. Het heeft wel wat weg van een nummer uit de sombere jaren tachtig, maar daarvoor is het toch net iets te speels. Het is een liefdeslied over liefdesliederen (‘some of them transcedental, some of them really dumb’) dat tegelijkertijd een ode aan de liefde is (‘I love it when you sing to me and you can sing me anything’). Al met al doet ‘The Book of Love’ meer denken aan het lichtvoetige werk van iemand als Burt Bacharach en zijn tekstschrijver Hal David dan aan de onheilszwangere doemdeuntjes uit het late atoomtijdperk.

Muzikale autobiografie

Ook op ’50 Song Memoir’ laat Merritt zich een kennen als iemand die duidelijk affiniteit heeft met de post-punk, maar wiens muziek veel warmer is, minder afstandelijk en veel persoonlijker.

Alleen al het concept van de plaat is van een intimiteit waar zijn in zwart leer gehulde voorbeelden zich voor zouden generen. ’50 Song Memoir’ is een soort muzikale autobiografie waarin Merritt aan elk van zijn 50 levensjaren een nummer wijdt, te beginnen met ‘Wonder where I’m from’ (1966).

En dan de muziek. Zeker, ook op ’50 Song Memoir’ is hij niet vies van vette synthesizers en voorgeprogrammeerde drummachines. Maar geen enkele nummer heeft precies dezelfde instrumentatie: Merritt speelt tientallen instrumenten, en af en toe krijgt hij assistentie van de andere leden van The Magnetic Fields. En maar al te vaak hoor je duidelijk de invloed van de muziek waar Merritt in de jaren zestig en zeventig naar luisterde – hij noemt onder andere de bubblegumpop van The Jackson 5, Stevie Wonder (vooral Innervisions met z’n zoemende synthesizers), Fleetwood Mac (Tusk), de melodieuze pop van Abba en ELO (Out of the Blue), en de glamrock van The Sweet (Desolation Boulevard), Bay City Rollers en David Bowie tot aan Scary Monsters. Op melancholieke pop die lonkt naar Brian Wilson is nooit ver weg (‘Stupid Tears’).

Tekstueel is ’50 Song Memoir’ een wonder van vernuft en introspectie vergeleken bij de quasi-diepzinnige en gezochte rijmelarij die zo typerend was voor zo veel elektronische muziek in de jaren tachtig.

“The reflex is an only child, he’s waiting in the park” (Duran Duran), “Enola Gay, is mother proud of little boy today” (OMD), “Walked in the cold air, Freezing breath on a window pane / Lying and waiting, A man in the dark in a picture frame” (Ultravox!): vergelijk dat eens met regels als “We went to see the Jefferson Airplane, Odetta was the opening act / Grace Slick was young and angry, she said: ‘My fellow freaks, it’s a fact: They’re killing children over there’.” (1970: ‘They’re killing children over there’). Of met “I should have known when we began: You need a cold-blooded man to keep you warm / One who likes his girlfriends masochistic, Too stupid to come in from the storm.” (2004: ‘Cold-blooded Man’).

Onbetrouwbare herinneringen

Maar hoe onpretentieus en persoonlijk Merritt ook is, om nu te zeggen dat hij zich helemaal blootgeeft is overdreven. Zou hij echt als 5-jarige Grace Slick hebben zien optreden? En het zich zo goed herinneren? En hoezo heeft zijn vriendin een koudbloedige man nodig? Niet zo waarschijnlijk dat een uitgesproken homoseksueel als artiest Merritt zich keer ooit in dergelijke woorden heeft uitgelaten.

Hoe kan het ook anders? Herinneringen zijn onbetrouwbaar, ook die van Merritt. Zelfs al proberen we de waarheid te vertellen, het is altijd selectief en vertekend, zeker wanneer het om herinneringen aan gebeurtenissen van jaren geleden. Al dan niet bewust verzinnen we van alles. Of verzwijgen we juist. Waarom schrijft Merritt bijvoorbeeld niets over zijn doorbraakplaat ’69 Songs about Love?’ Het succes daarvan moet toch een enorme invloed op zijn leven hebben gehad? Maar nee, hij herdenkt dit jaar met een nummer waarin hij verklaart geen vader nodig te hebben.

Het zou kortom een vergissing zijn deze memoires van Merritt al te letterlijk te nemen. Eerder moet ’50 Song Memoir’ worden opgevat als een verzameling songs die associatief met elkaar samenhangen.

Om te beginnen met vroege, bitterzoete jeugdherinneringen, zoals op ‘Dionysus’, een poes waar de jonge Stevin dol op was, maar die op de vlucht sloeg zodra ze hem zag – en hem leerde dat liefde zelden wederkerig is.

Dan komen de nummers over de vormende en sombere tienerjaren, die veel meer dan de rest van het album vaak ook klinken als de Europese New Wave uit die tijd (voor 1987: ‘Pyramid’ heeft Merritt zelfs een jaren oude synthesizeropname gebruikt die hij nog had liggen).

Vervolgens zijn er tien nummers over de moeilijke jaren negentig, waarin Merritt geen cent te makken had, hij vrienden verloor door AIDS en hij zich van depressie naar depressie voortsleepte.

Tot slot: de laatste 15 jaar, met nummers over grote, wereldschokkende gebeurtenissen (‘Have You Seen it in the Snow’ over New York na de aanslagen in 2001) en kleine, persoonlijke voorvallen (2003: ‘The Ex and I’) en alles daar tussen in. Naarmate het einde van album nadert, wordt de muziek lieflijker en de teksten milder. Merritt heeft zich duidelijk verzoend met zijn leven, de spoken uit het verleden zijn nagenoeg verdwenen.

En zo eindigt het album met het hoopvolle ‘Somebody’s Fetish'(2015), waarin Merritt gelukkiger dan ooit lijkt: “Even I, with my wildebeest’s face, my eccentricities and my freedom from grace: even for me has Cupid found a place.”

’50 Song Memoir’ is een ongelofelijk rijk album en verreweg het beste dat Merritt heeft uitgebracht sinds ’69 Songs about Love’. De muzikale hoogtepunten zijn misschien wat dunner gezaaid, er staat geen ‘Book of Love’ op, en het is jammer dat de welluidende zangeressen Claudia Gonson en Shirley Simms zo weinig te doen hebben. Maar dit album is wel een stuk evenwichtiger en rijper. En er staan meer dan genoeg bijzondere nummers op om Merritts valse bescheidenheid voor eens en voor altijd te weerleggen: hij is bepaald geen kleurloze en slaafse imitator van Europese post-punkgroepen, maar een uiterst boeiende en originele artiest.

Foto: Flickr.com, Alterna2

Deel:

Geef een reactie