Peter Ericsson Stakee (Alberta Cross): ‘Beter af zonder vaste groep’

En toen was er nog één. Jarenlang was Alberta Cross een band met meerdere leden. Een band waarvan de samenstelling steeds veranderde, maar toch: een echte band, waarvan zanger-gitarist Petter Eriksson Stakee en mede-oprichter Terry Wolffers (bas) het kloppende hart vormden. Maar sinds het – vriendschappelijke – vertrek van Wolffers is Alberta Cross het eenmansproject geworden van Stakee. Nu is er een nieuw album. “Met nummers die ik live in elke bezetting kan spelen”, zegt Stakee.

Dat Alberta Cross slechts uit één man bestaat, zie je aan de hoes van het nieuwe album, dat eenvoudigweg ‘Alberta Cross’ is getiteld: Stakee stat er moederziel alleen op. Maar je hoort het niet af aan de muziek. ‘You’ll Be Fine’, het eerste nummer van het album, is weliswaar een ingetogen nummer met zacht gitaargetokkel. Maar na dit kampvuurliedje barst Stakee los met ‘Ghost of Santa Fe’, dat klinkt alsof een heel fanfareorkest met hem meespeelt.

En vanaf dan klinkt het album – waarvoor Stakee al in 2012 al tientallen songs had liggen – vooral erg vol, met een hoofdrol voor de blazers en de pedal steel gitaar. Luister maar naaar ‘Western State’ of het mooie, meeslepende ‘Eastern Street’. Meer Americana of alt-country dan de alternatieve rock die de eerdere platen van Alberta Cross domineert, maar zeker geen ‘man-met-gitaar-zingt-een-liedje’. De muzieksite Allmusic.com stelt dat de songs als een huis staan, en zelfs in de meest uitbundige geïnstrumenteerde arrangementen duidelijk herkenbaar blijven.

Stakee kan zich wel in die stelling vinden. “Ik heb het bewust zo aangepakt dat de songs live in verschillende bezettingen kunnen worden gespeeld, en altijd goed klinken. Of ik nu als solo-artiest optreed of met een gezelschap van negen mensen. De essentie blijft altijd overeind. Of er nu iemand pedal steel gitaar speelt of niet, bij voorbeeld. Dat kan doordat ik de pedal steel alleen gebruik om ‘sound scapes’ te maken, zoals Brian Eno dat ook zo vaak doet. Niet als melodie-instrument in elk geval. Dus als ik met een kleiner gezelschap optreed, zonder pedal steel gitaar, is de muziek misschien minder rijk, maar nog altijd krachtig.”

Bouwpakketten

Dat die nummers als een soort muzikale bouwpakketten zijn opgezet, is bijzonder praktisch voor Stakee aangezien hij sinds het vertrek van Wolffers met steeds wisselende gezelschappen optreedt. Een beetje gekunsteld doet het misschien wel aan. Hij zou toch ook weer een vaste groep muzikanten om zich heen kunnen verzamelen, als hij zonodig herkenbare nummers wil? “Been there, done that”, reageert Stakee. “Nee, dat wil ik niet meer. Dat is de dood in de pot. Veel muzikanten gaan op hun lauweren rusten als ze eenmaal zijn opgenomen in een band. Ze worden te relaxt. Ik werk liever in een losvaste samenstelling, met vrienden en oproepkrachten die ik van tijd tot tijd kan terugvragen als ik denk dat ze een goede bijdrage kunnen leveren. Omdat zij niet vast in mijn band zitten, zullen ze beter hun best doen; ze zullen keer op keer proberen zich te bewijzen.”

Stakee gelooft dus niet dat een groep een geheel kan zijn waarvan, zoals dat heet, de som groter is dan de samenstellende delen? Dat de leden van de groep – omdat ze elkaar aanvullen, omdat het goede vrienden zijn, rivalen, of gezworen vijanden – met elkaar iets groots kunnen verrichten? “Natuurlijk wel. Neem een briljante groep als The Verve, waarvan de leden samen verantwoordelijk waren voor de unieke klank van die groep. Als solo-artiesten zijn ze geen van allen in de buurt gekomen van hun prestaties als groep. Maar dat is eerder een uitzondering dan de regel. Dat geldt zelfs voor een briljante groep als The Beatles. Ik vind de solo-platen van Harrison en – vooral – Lennon tenminste interessanter dan die van The Beatles. Ze doen me meer, al zijn ze muzikaal gezien misschien minder interessant. Dat komt omdat er een duidelijke visie aan ten grondslag ligt en omdat ze persoonlijker zijn. Logisch: dat krijg je eerder wanneer je een solo-artiest hebt met begeleiders dan een groep waarvan de leden grote invloed hebben op de nummers. In elk geval kies ik daarvoor.”

Wereldburger

“Wel hebben de muzikanten met wie ik opneem en optreed invloed op mijn werk”, benadrukt Stakee. Hij is in 2008 verkast van Londen naar de VS en woont en werkt nu in Brooklyn. Je hoort dat hij zich heeft laten beïnvloeden door de muzikanten met wie hij werkt – muzikanten die vaak afkomstig zijn uit de kring rond Norah Jones, met wie Stakee regelmatig toert. En, meer in het algemeen, je hoort dat hij zich de laatste jaren heeft ondergedompeld in de alternatieve Amerikaanse muziek. “Ik ben een wereldburger”, zegt Stakee. “En overal waar ik kom zuig ik wel wat op.”

“Omdat ik oorspronkelijk uit Zweden kom, jaren in Engeland heb gewoond en veel heb gereisd, klinkt mijn muziek ook niet helemaal als het werk van iemand die in de VS is geboren en getogen. Ik ben ook beïnvloed door mensen als Jacques Brel en Serge Gainsbourg. Ook mijn teksten wijken af van die van een doorsnee Amerikaan. Ik ben opgegroeid met Zweedse gedichten en soms hanteer ik in mijn teksten een woordvolgorde die afwijkt van wat in het Engels normaal is. Misschien klopt het niet helemaal, maar volgens mij is het zo mooier.”

Alberta Cross treedt op 2 februari 2016 op in Paradiso Noord, Tolhuistuin in Amsterdam

Deel:

Geef een reactie