Steve Earle: hoe ongelukkiger, hoe beter

Als het op echtscheiden aankomt, is Steve Earle ervaringsdeskundige. Enkele maanden geleden sneuvelde zijn zevende huwelijk, en dat heeft geleid tot het bluesy album Terraplane. Live valt eens te meer op wat een sterk album dat is.

Weinig zaken zijn zo goed voor een artiest als een echtscheiding. ‘Blood on the tracks’ (Bob Dylan), ‘Grace and Danger’ (John Martyn), ‘Shoot out the Lights’ (Richard & Linda Thompson), ‘Here My Dear’ (Marvin Gaye), ‘Blue’ (Joni Mitchell): stuk voor stuk heerlijke platen, die bewijzen dat een persoonlijk dieptepunt maar al te vaak resulteert in een artistiek hoogtepunt.

Het was enkele maanden geleden dan ook goed nieuws dat Steve Earle en Allison Moorer na een huwelijk van acht jaar uit elkaar waren gegaan. Geweldig nieuws zelfs, want de scheidingsperikelen hadden zich al meer dan een jaar voortgesleept – kan het erger? En dan zijn ze nog allebei prima singer-songwriters ook. Dus deze keer konden we niet één, maaar twee echtscheidingsplaten van niveau verwachten. En die kwamen er ook.

Allison Moorer bracht dit jaar haar beste plaat tot dusver uit, ‘Down to Believing’: een album waarop ze haar woede en verdriet over het stukgelopen huwelijk met Earle van zich af zingt. Met af en toe een contemplatief lied tussendoor, zoals het titelnummer, waarin ze zichzelf voorzichtig moed probeert in te spreken:

“Staring down at the ground ain’t gonna help us none
There’s no need in making this hard
Hey life’s too long to wake up everyday without someone
Who likes all your scratches and scars.”

Ander vaatje

Steve Earle heeft uit een heel ander vaatje getapt dan zijn ex. Waar zij zich tot de country rock wendde en een plaat maakte die ondanks alle persoonlijke ontboezemingen en emoties een tikje gepolijst klinkt, ‘channelde’  Earle de blues.

Niet voor het eerst natuurlijk, want zoals Earle op zijn doorbraakalbum ‘Guitar Town’ al zong: ‘I know I can always can count on you, My old friend the blues’. Alleen had Earle nog nooit een album gemaakt met vrijwel alleen bluesnummers. Tot nu dan. In februari van dit jaar kwam verscheen zijn ‘Terraplane’, een album dat zijn titel ontleent aan het nummer ‘Terraplane Blues’ van de ‘King of the Delta Blues’, Robert Johnson.

Met diens muziek heeft het album van Earle verder niet zo veel te maken, al figureert ene ‘Bob Johnson’ wel in het nummer ‘The Tennessee Kid’, over een jongen die zijn ziel verkoopt aan de duivel om maar goed gitaar te kunnen spelen. Muzikaal gezien neigt Earle eerder naar de grotestadsblues uit Chicago en de muziek van een groep als ZZ Top dan naar Robert Johnson. Niet de navelstaarderige, verdrietige of sombere blues maar de rouwdouwerige, stampende en opwindende variant, zeker in vuige nummers als ‘Go Go Boots’.

Natuurlijk heeft zijn scheiding van Moorer er bij Earle flink ingehakt, natuurlijk heeft ook hij verdriet. Maar zoals hij het in een recent interview verwoordde: hij denkt liever aan ‘baseball and pussy’. Als hij het dan toch over zijn ex moet hebben, dan is het niet in fijnbesnaarde bewoordingen. Daar is Earle de man niet naar. Hij probeet zijn pasverworven vrijheid te vieren met nummers als: ‘I’m Better of Alone’ en ‘Ain’t Nobody’s Daddy Now’ en het bedriegelijk vrolijke ‘Baby Is Just As Mean As Me’, een duet met Eleanor Whitmor:

“They say that love is blind
Especially the passionate kind
I don’t have to apologize
My baby’s just as mean as me.”

Waar Moorer de luisteraar uitnodigt voor een goed gesprek, vraagt Earle je samen met hem een feestje te bouwen, het verdriet met veel drank weg te spoelen. En daar ga je maar al te graag op in: ‘Terraplane’ is een heerlijke plaat geworden.

‘Fucking good’

Tijdens het optreden in de Amsterdamse Melkweg komt de scheiding van Earle even ter sprake. Heel even. Hij stipt aan dat zijn zevende huwelijk het langste heeft geduurd van alle. “Zelfs de scheiding heeft langer geduurd dan sommige van mijn andere huwelijken!” Wat het hem geleerd heeft? Dat zijn muziek erg belangrijk voor hem is. En gelukkig heeft hij veel geschreven. “A shitload of songs. And some of the are fucking good.”

Zo is het maar net. Ook de nummers die Earle speelt tijdens het concert in de Melkweg zijn inderdaad ‘fucking good’. Hij bouwt het concert knap op, met de rustigste nummers van ‘Terraplane’ aan het begin, om daarna over te stappen op het ruigere werk.

Earle komt in verschillende gedaanten die we van hem kennen voorbij. Als countryzanger (‘Goodbye’, het eerste nummer dat Earle ooit schreef), als vertolker van Bruce Springsteen-achtige rock (‘Guitar Town’), als de man die net zo makkelijk stevige folkmuziek schrijft (publieksfavoriet ‘Copperhead Road’) als krachtige ballades (‘I Thought You Should Know’), als bluesmuzikant (‘You’re the Best Lover I Ever Had’ en andere nummers van ‘Terraplane’), als protestzanger (‘The Revolution Starts Now’ en het nieuwe ‘Mississippi It’s Time’), en als erfdrager van de klassieke rock (‘Hey Joe’ en als toegift een explosieve uitvoering van ‘Wild Thing’). Het kan niet op.

Het moge duidelijk zijn: hoe ongelukkiger Steve Earle is, hoe beter zijn muziek. In een interview zei hij onlangs dat hij nooit meer zal trouwen. Laten we hopen dat hij toch weer in het huwelijk treedt. Wat heet, laten we hopen dat hij nog heel vaak trouwt. En moge hij nog veel vaker scheiden.

Deel:

Geef een reactie