The Americans weren zich kranig in de kelder

Het kon bijna niet anders of het concert van The Amercians afgelopen vrijdag in de kelder van Paradiso zou geweldig worden. Maar dat werd het niet.

Waarschijnlijk zijn alle grote artiesten ergens onderaan begonnen. Sommige grote artiesten weten zich op te werken. Een kwestie van talent, wilskracht of geluk – wie zal het zeggen? Wat in elk geval helpt, is dat andere, gevestigde artiesten zich bewonderend over je uitlaten. Je vragen met hen mee te spelen. Uitlatingen doen als ‘I’ve seen the future of rock ‘n’ roll and its called…’ en dan jouw naam laten vallen. Jou de nieuwe Dylan noemen, of de nieuwe Prince of de nieuwe weet jij veel wie.

The Americans is het allemaal overkomen. Bekende mensen as T. Bone Burnett en Jack White zijn verklaarde fans. Ze waren de huisband in hun serie American Epic, een documentairereeks over Amerikaanse muziek sinds de jaren twintig, waren enige tijd de vaste begeleiders van Lucinda Williams en hebben opgetreden met Nick Cave. T. Bone Burnett noemt The Americans zelfs ‘genius twenty-first century musicians that are reinventing American heritage music for this century.’

De albums van The Americans (de EP First Recordings uit 2012 en het vorige jaar verschenen I’ll Be Yours) bewijzen dat deze gevestigde namen het goed hebben gezien. First Recordings is een primitieve plaat, zoals ook zanger Patrick Ferris onderkent. “Tegenwoordig brengen veel artiesten hun eigen werk uit, en dat hoor je. Onze vroege opnames vormen geen uitzondering. Het zijn ‘home recordings’, en meer pretenderen wij er ook niet mee’.”

I’ll be yours is een sprong voorwaarts. Een volwassen album. Goed geproduceerd, zonder dat het glad wordt. Spontaan, maar niet slordig. De muziek is geworteld in de Amerikaanse blues en country uit de jaren twintig en dertig waar de leden van de groep zo dol op zijn, maar de nummers klinken fris en eigentijds. “Wij willen er voor waken dat onze songs klinken alsof ze tientallen jaren oud zijn. Daarin verschillen we van iemand als Pokey LaFarge, die veel meer aanschurkt tegen traditionele muziek.”

Lange incubatietijd

Sommige critici vinden dat de band niet echt een eigen klank heeft, en typisch naar vlees noch vis smaakt ondanks de onmiskenbare kwaliteiten van de band – en dan met name de expressieve stem van de charismatische Ferris en de subtiele klanken van gitarist Zac Sokolow. En dat de nummers wel prettig aandoen, maar niet werkelijk beklijven. Zelfs een single als The Right Stuff niet.

Onzin, zegt een muzikale fijnproever voorafgaand aan het concert van The Americans in Paradiso. De nummers van The Americans hebben misschien wat hij noemt een ‘lange incubatietijd’, maar ‘na een keer vier, vijf beluisteren dringt het tot je door hoe goed ze werkelijk zijn’. Hij baant zich een weg door het publiek om helemaal vooraan te gaan staan.

De zaal is goedgevuld, maar of iedereen echt voor The Americans komt? Waarom lopen er dan zoveel mensen rond met T-shirts met Spoon erop, een groep die elders in het gebouw optreedt (en waarvan het geluid in de kelder gratis wordt bijgeleverd). Waarom lopen er dan zoveel mensen in en uit, zonder langer dan één of twee nummers te blijven? Waarom zijn er dan zoveel mensen die het nodig vinden met elkaar te converseren? Die elkaar kennelijk veel interessanter vinden dan de band (maar niet zo interessant dat ze elkaar thuis in alle rust willen spreken)? “Dit is kut”, vat een bezoeker achter in de zaal de situatie kernachtig samen. “Zelfs al heb ik maar 9 euro betaald.”

Belabberde akoestiek

De akoestiek in dit zaaltje is belabberd. De Americans weren zich kranig, maar het is onbegonnen werk. Ferris komt met zijn krachtige stem zo nu en dan nog boven het publiek uit. Gitarist Sokolow vergaat het minder goed; zijn partijen verzuipen in het rumoer. De bassist is niet te horen, maar dat komt misschien door de pseudo-Pink Floyd-achtige klanken uit de andere zaal. De drummer klinkt alsof hij op vuilnisbakken slaat.

Wie heeft een veelbelovende groep als The Americans deze afgrijselijke kelder toegewezen, vraag je je af? De gladiatoren in het oude Rome mochten tenminste na hun verblijf in de catacomben naar buiten. The Americans is dat niet gegund, ze worden in de diepste krochten van Paradiso meteen voor de leeuwen geworpen. Het ontbreekt er nog maar aan dat de groep achter kippengaas moet optreden, zodat het publiek vrijelijk bierflesjes naar The Americans kan gooien. Nogmaals, wie heeft dit bedacht? Dit doe je je ergste vijand niet aan. En een veelbelovende groep als The Americans al helemaal niet, zeker niet wanneer ze voor een eenmalig optreden in Nederland zijn.

“Many thanks to all the people who jammed into Paradiso Amsterdam last night”, schrijven The Americans op hun facebookpagina voordat ze naar Skandinavië vertrekken.

Geen dank, zou ik zeggen.

(Foto: de hoes van First Recordings)

Deel:

Geef een reactie