De avontuurlijke dixieland van Meschiya Lake

De avontuurlijke dixieland van Meschiya Lake

Meschiya Lake is al lang niet meer een zangeres die alleen oude jazz zingt. Maar hoe divers haar muzikale palet inmiddels ook is, hoe gevarieerd haar nummers tegenwoordig ook mogen zijn, de hoofdmoot is en blijft dixieland en aanverwante oude jazz. Het publiek lustte er afgelopen week in het Amsterdamse People’s Place wel pap van.

Wat is het toch jammer dat dixielandmuziek in Nederland is toegeëigend door VVD’ers, corspballen en hoogbejaarde colonels buiten dienst die je om de haverklap verwijten dat jij de oorlog niet hebt meegemaakt. Neuh, niet dat er iets mis is met VVD’ers, corpsballen en colonels buiten dienst – wie heeft ze niet in zijn vriendenkring? en zoals Churchill al zei ‘You don’t make the poor any richer by making the rich poorer’ – maar dixieland verdient een veel breder publiek.

Ergens in de geschiedenis is er iets misgegaan, vermoedelijk nadat dixieland in de jaren dertig in Nederland was geïmporteerd. Nooit geweten, maar volgens de Wikipedia is er na de Tweede Wereldoorlog een schisma ontstaan tussen de vernieuwende Ramblers en de behoudende Dutch Swing College Band. De rekkelijke Ramblers bogen de oude dixieland voorzover mogelijk om naar de modernere swing die destijds ook in de VS populair was. De precieze Dutch Swing College Band daarentegen hield vast aan de oude jazz, of liever gezegd een vernederlandsde versie daarvan, sterk beïnvloed door de oer-Nederlandse fanfarecorpsen. De Ramblers vonden ze op Minerva waarschijnlijk te ‘links’ – het was in elk geval de huisband van de VARA, terwijl de Dutch Swing College Band tot diep in de jaren vijftig grotendeels bestond uit studenten,’goed volk’ dus.

Rommelig sjiek

Wat er ook is gebeurd: het is niet terecht dat dixieland zo’n oubollig imago heeft in Nederland. Want zoals VVD’ers en corpsballen weten: het is verdomd aardige muziek, amice. Zeker wanneer die muziek wordt uitgevoerd door iemand die er wat avontuurlijks van weet te maken – die iets weet op te roepen van de sfeer van de kroegen en bordelen van New Orleans aan het begin van de vorige eeuw, waar dixieland tenslotte is ontstaan.

Mischiya Lake is zo’n avontuurlijke artiest, zo bleek van de week maar weer tijdens een optreden in People’s Place in Amsterdam. Dat avontuurlijke zit ‘m in haar zang, die neigt naar de losse, vrije stijl van zangeressen zoals Billie Holiday, uit de periode van na de eerste jazzy. Dat avontuurlijke zit ‘m ook in haar uitdossing – laten we zeggen: rommelig sjiek, zorgvuldig balancerend tussen ‘vintage’ en ‘trashy’ (ze ziet er precies zo uit als je verwacht van een voormalige circusartieste, die ooit haar geld verdiende door insecten en glas op te eten). Dat avontuurlijke zit ‘m in haar performance, vooral in de wervelende ‘lindy hop’-dansen die ze met de meegekomen professionele danser Chance Bushman uitvoerde.

En dat avontuurlijke zit het ‘m ook in haar nummers: geen overbekende dixielandnummers zoals ‘When The Saints Come Marchin’ in’, maar wel covers van minder bekende nummers uit de beginperiode van de jazz, zoals ‘Sweet Substitute’ van pionier Jelly Roll Morton, waarmee de avond werd geopend.

Straatmuzikante

Tijdens het optreden in People’s Place werd gaandeweg de avond duidelijk dat de smaak van Mischiya Lake en haar band (‘The Little Big Horns’) zich niet beperkt tot dixieland en andere oude jazz. Swing, gospel, soul en calypso: ook daar draaien ze hun hand niet voor om. Liefhebbers van haar albums weten dat natuurlijk al. Op haar eerste plaat (‘Lucky Devil’) druipt de dixieland ervan af, en klinkt ze nog als de straatmuzikante in New Orleans die ze in de voorgaande jaren was.

Op ‘Foolers Gold’ uit 2013 staan meer soorten muziek; het hoogtepunt is zelfs niet een typisch dixielandnummer maar een traditonele gospelsong, met fijn tubaspel van Jason Jurzak, ‘Satan Your Kingdom Must Come Down’.

Lindy hop

Het nieuwe album van Meschiya Lake and the Little Big Horns, ‘Bad Kids Club’ is weer wat gevarieerder. Anders dan haar vriend en mentor Pokey LaFarge vermengt ze oude genres niet of nauwelijks, maar wisselt ze liever nummers uit verschillende genres met elkaar af. Nu maakt ze eens een uitstapje naar de blues (‘Electric Chair Blues’ van Bessie Smith) of naar jazz die uit de tijd van de big bands afkomstig lijkt (‘Flim Flam Man’, één van zeven nummers die tubaspeler Jason Jurzak voor het album heeft aangeleverd). Dan neigt ze weer naar levensliederen in de stijl van Billie Holliday of van New Orleans funk (‘Woman Seeking Man’ en ‘Brand New Funk’, beide ook nummers van Jurzak).

Maar hoe divers het muzikale palet van Mischiya Lake inmiddels ook is, hoe gevarieerd haar nummers tegenwoordig ook mogen zijn, de hoofdmoot is en blijft dixieland en aanverwante oude jazz. Het publiek lustte er in People’s Place wel pap van. Naarmate de avond vorderde waagde het ene na het andere stel zich aan de lindy hop op de dansvloer en zelfs op het podium. “En ik krijg jullie ook nog wel aan het zingen”, beloofde Lake toen de band ‘Que Sera, Sera’ inzette. Ze kreeg gelijk.

 

Deel:

Geef een reactie