Optieregeling: eerder riskant dan exhibitionistisch

‘Exhibitionistische zelfverrijking’, vond premier Kok – en velen met hem – het ooit als een bestuurder van een bedrijf zijn opties te gelde maakte. Nu pleit de vakbond FNV voor aandelen- en optieregelingen voor het hele personeel. Twee jaar geleden, aan de vooravond van grote koersstijgingen, was dit misschien een goed plan geweest. Maar nu?

Het lijkt heel wat, zo’n optieregeling. Iedereen kent verhalen over werknemers die hun opties hebben verzilverd en na enkele jaren buffelen met vervroegd pensioen kunnen. Maar niet iedereen met een optieregeling heeft zo veel geluk. Want wat als de koers van een aandeel waarover de optie kan worden uitgeoefend lager is dan verwacht? Juist: dan ontvangt de optiehouder helemaal niets.

Enkele maanden geleden was dit onwaarschijnlijk – de aandelenkoersen stegen alsof het zelfrijzend bakmeel was, zeker de koersen van internetbedrijven. Maar nu? Nu gaat het wat minder op de beurs, zeker bij internetbedrijven – World Online voorop. Weinig kans op exhibitionistische zelfverrijking met je dure optieregeling. En dat terwijl je wel belasting moet betalen over de opties voordat je ze hebt verzilverd.

Al met al vormen opties een tamelijk riskant douceurtje voor werknemers. Te riskant, wellicht. Er zijn bovendien veel alternatieve methoden om het personeel te laten meedelen in de resultaten van het bedrijf. Want dat is toch de achterliggende gedachte achter een optieregeling: als het goed gaat met het bedrijf, profiteert de werknemer hiervan mee. Dit motiveert hem om beter zijn best te doen, en werkt trouw aan de werkgever in de hand.

Optieregelingen vormen slechts een van de mogelijke financiële instrumenten om deze ‘werknemersparticipatie’ te bevorderen. Wat te denken van:

– De winstdelinsgregeling: niks geen ingewikkeld gedoe met opties. Als het bedrijfsresultaat het toelaat, krijgt de werknemer een extra beloning, anders niet.

– Tantièmes, waarbij de hoogte van de uitkering mede afhangt van de individuele prestaties die een werknemer heeft geleverd.

– Incidentele bonussen en gratificaties voor uitzonderlijke prestaties.

En er zijn natuurlijk ook niet-financiële alternatieven voor opties. Het warme schouderklopje op de rug, het goede gesprek en andere beproefde managementmethoden – allemaal onmisbaar om het om de werkvreugde te bevorderen. Maar om werkvreugde is het de FNV misschien niet te doen.

Column voor Freeler

 

 

Deel:

Geef een antwoord