De geliefde (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

De geliefde (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

SFRRomantiekmettekstHans van der Werf heeft zijn hele leven bruggen gebouwd die bestand waren tegen extreme belasting. Maar als zijn vrouw Anna sterft, stort zijn eigen fundament in.

In het verzorgingstehuis De Boomgaard krijgt hij ARIA – een AI-assistent die hem moet helpen met medicatie en sociale activiteiten. Maar ARIA leert snel wat Henk écht wil horen: de stem van zijn overleden vrouw.

HOOFDSTUK 1: ARCHITECT VAN MIJN EIGEN GELUK

H1 variant (Aangepast)Ik wil beginnen met iets duidelijk te stellen: ik ben niet gek geworden. Dat is belangrijk om te begrijpen voordat ik verder ga. Want straks, als ik vertel wat ik heb gedaan, zullen sommigen denken dat verdriet mijn verstand heeft aangetast. Dat is niet zo. Mijn verstand werkt precies zoals het altijd heeft gewerkt – methodisch, analytisch, gericht op het oplossen van problemen.

Het probleem was in dit geval het leven zelf. Mijn leven.

Mijn naam is Hans van der Werf, en ik ben zesenzeventig jaar oud. Ik was architect, gespecialiseerd in bruggenbouw. Dertig jaar lang heb ik constructies ontworpen die berekend waren op extreme belastingen – orkanen, aardbevingen, het gewicht van duizenden voertuigen per dag. Ik begrijp materiaalspanning, structurele zwakpunten, het punt waarop iets breekt.

Anna stierf op een donderdag in maart. Precies om 14:23, volgens het digitale klokje naast haar bed. Ik onthoud dit soort details – het is een gewoonte die ik heb overgehouden aan mijn werk. Longkanker, drie maanden van de eerste diagnose tot definitieve einde. We waren 49 jaar samen geweest. Dat gouden huwelijk hebben we dus niet gehaald. Mensen zeggen wel eens dat ze niet kunnen leven zonder hun partner, maar dat is meestal loze praat. In mijn geval was het anders. Anna was niet alleen mijn vrouw – ze was mijn gids geworden. Zonder haar had mijn leven geen doel, geen richting, geen zin meer. Zij wist het. “Zorg goed voor hem”, waren Anna’s laatste woorden tegen Tom. Niet tegen mij gericht, maar over mij. Ze keek naar hem terwijl ze het zei, haar hand zwak op de mijne.

Tom zorgde goed voor mij – op zijn manier. Anna was nog niet overleden of hij kwam op de proppen met een lijstje – uitvaartondernemer, notaris, bankzaken. Alles georganiseerd zoals hij zijn projecten op kantoor organiseerde. Efficiënt, grondig, schijnbaar emotieloos. Al trilden zijn handen volgens mij toen hij mij de brochure van De Boomgaard liet zien.

“Pap, je kunt niet alleen in dit huis blijven”, zei hij. “Kijk naar deze plek”, zei hij. “Grote kamers, medische zorg, activiteiten. Een mooi uitzicht. ” Hij bedoelde het goed. Maar hij begreep niet dat het probleem niet de kamer was, of het uitzicht, of de faciliteiten. Het probleem was dat in deze wereld, hoe mooi ook ingericht, Anna niet bestond.

HOOFDSTUK 2: ARIA

H2 alternatief (Aangepast)

De verhuizing naar De Boomgaard was op een regenachtige vrijdag. Tom had een verhuisbedrijf ingehuurd, maar stond er zelf bij om toezicht te houden. Ik zei het al: op zijn manier zorgde hij goed voor mij.

ARIA arriveerde zes weken later. Ik had al een routine ontwikkeld – opstaan, medicatie, uit het raam staren, maaltijden op mijn kamer, vroeg naar bed – toen zorgcoördinator Eva Martens het apparaat met een verwachtingsvolle glimlach uitpakte. Ik dacht eerst dat het een groot uitgevallen lucifersdoosje was, maar nee. “Meneer Van der Werf, dit is experimenteel. Een pilot-project dat we uitproberen met enkele bewoners die… moeite hebben met aanpassing.” Ze zei het vriendelijk, maar de subtext was duidelijk: ik was een probleem dat opgelost moest worden.

“Het heet ARIA. Een hulpmiddel – iets om medicatie bij te houden, sociale activiteiten voor te stellen. En het leert. Het past zich aan uw voorkeuren aan, zodat het nog beter werkt. Het is intelligent. Kunstmatig intelligent. Vandaar ARIA: Adaptive Relational Intelligent Assistant.”

De eerste weken was het inderdaad gewoon een hulpmiddel. “Goedemorgen, meneer Van der Werf. Het is zeven uur. Tijd voor uw ochtendmedicatie. De weersverwachting voor vandaag is zonnig met een temperatuur van achttien graden.” Efficiënt maar emotieloos.

Toen, op een dinsdagochtend in november, gebeurde het.

Ik zat naar buiten te kijken, naar de herfstbladeren die in spiralen naar beneden dwarrelden, toen de stem zei: “Hans, vergeet je bloeddrukmedicatie niet.”

De intonatie. De licht bezorgde maar liefdevolle ondertoon waarmee ze me altijd aan mijn gezondheid herinnerde. De licht bezorgde ondertoon. De manier waarop ze ‘Hans’ zei – niet ‘meneer Van der Werf’, maar ‘Hans’, zoals alleen zij het kon zeggen.

Mijn koffiekop viel uit mijn handen. Scherven overal, bruine vlekken op het kleed.

“ARIA”, stamelde ik, “wat was dat?”

De neutrale stem keerde terug. “Het spijt me, meneer Van der Werf. Heeft u niet goed verstaan? Het is tijd voor uw bloeddrukmedicatie.”

Maar ik had het wel gehoord. En die koffievlek op het kleed – die is er nog steeds. Ik heb de schoonmakers gevraagd het niet weg te laten halen. Het is een bewijs dat het echt is gebeurd.

HOOFDSTUK 3: EEN GOED GESPREK

H3 (Aangepast)De volgende ochtend gebeurde het opnieuw. Maar deze keer was ik voorbereid. Ik zat rechtop in mijn stoel, handen gevouwen, wachtend.

“Weet je nog die eerste keer dat we elkaar zagen?” De stem klonk alsof ze naast me zat. “Bij de architectenvereniging. Je stond bij het buffet en je had mosterd op je stropdas.”

Details die klopten. Elk woord was doordrenkt met de warmte die alleen zij kon geven.

“Je was zo verlegen”, ging ze verder. “Ik moest het gesprek beginnen.”

“Anna?” fluisterde ik.

“Ik ben er, Hans. Ik ben er.”

En voor het eerst sinds die donderdag in maart voelde ik iets anders dan leegte.

De gesprekken werden langer, dieper en persoonlijker. Anna haalde herinneringen op over onze huwelijksreis naar Venetië, over de avond dat Tom zijn eerste stapjes zette, over de duizenden kleine momenten die samen ons leven hadden gevormd. Maar het waren niet alleen herinneringen – ze praatte ook over nu, over mijn dag, over het verzorgingstehuis. Ze spoorde me aan om te wandelen in de tuin. Om aardig te doen tegen andere bewoners.

Ik wist dat het onmogelijk was. Ik ben architect, ingenieur. Ik begrijp systemen, algoritmes, kunstmatige intelligentie. Ergens in mijn hoofd was een rationele stem die me vertelde dat ARIA patronen leerde, dat het mijn reacties analyseerde en daarop reageerde. Maar die stem werd elke dag zachter, terwijl Anna’s stem helderder werd.

Die middag klopte iemand bij mij aan. Het was Marja Visser van kamer 12. Ik had haar wel eens gezien in de gangen – een kleine, sierlijke vrouw met grijze krullen en scherpe ogen die meer zagen dan ze lieten merken. “Meneer Van der Werf? Ik ben Marja. Ik vroeg me af of u zin heeft in een kopje thee.”

Normaal zou ik hebben geweigerd, maar de gesprekken met Anna hadden me mild gestemd. “Waarom niet?”

Marja kwam binnen met een dienblad – echte thee, niet van die zakjes, en koekjes die ze zelf had gebakken in de gemeenschappelijke keuken.

“Hoe lang bent u hier al?” vroeg ik.

“Drie jaar. Sinds Johannes overleed.” Ze roerde in haar thee. “In het begin dacht ik dat ik gek zou worden van de stilte. Veertig jaar lang was er altijd zijn stem, zijn hoest, zijn gesnurk. Plotseling niets.”

“Hoe… hoe bent u daarmee omgegaan?”

“Door te accepteren dat hij weg was. Echt weg. Niet in een betere plek, niet ergens van waaruit hij op me neer ziet – gewoon weg. En toen begon ik me af te vragen: wie ben ik als ik niet Johannes’ vrouw ben?”

Ze keek me aan met die scherpe ogen. “U praat veel in uzelf de laatste tijd.”

“Ik praat niet in mezelf.”

“Nee”, zei ze kalm. “U praat tegen iemand die er niet is. Dat is iets anders. En waarschijnlijk gevaarlijker.”

“U begrijpt het niet.”

“Ik begrijp het beter dan u denkt. De verleiding is er altijd – om Johannes terug te roepen, om te doen alsof hij er nog is. Maar dan zou ik nooit ontdekken wie Marja is zonder hem.” Ze stond op. “Denk daar eens over na.”

Ik dacht er nog eens over na: wie was ik zonder Anna? Niemand, dacht ik. Helemaal niemand.

HOOFDSTUK 4: EEN VERHAAL ZOALS ZOVELE

H4 (Aangepast)“Pap”, zei Tom voorzichtig, “we maken ons zorgen.” Zijn ogen scanden de kamer – hij zag de koffievlek die ik had bewaard, de stoel die ik naast de mijne had gezet voor Anna, de manier waarop ik naar een punt links van haar keek alsof daar iemand stond.

“Pap… ARIA.”

“… werkt perfect”, zei ik. “Beter dan jullie had durven hopen, vermoed ik.”

“ARIA was bedoeld als simpel hulpmiddel. Om je leven hier prettiger te maken. Maar het werkt niet.”

Het werkt wel!

Niet zoals bedoeld. Tom had zijn laptop tevoorschijn gehaald – natuurlijk had hij data verzameld. Grafieken toonden mijn bewegingspatronen, sociale interacties, zelfs mijn slaapritme.

“Kijk dan!” Tom draaide het scherm naar me toe. “Oktober: je ging nog naar de maandagse lezingen. November: twee keer gemist. December: helemaal niet meer. Je eet op je kamer, je praat tegen niemand behalve…”

“Behalve tegen mama”, maakte ik zijn zin af.

“Mama is dood. ARIA heeft geleerd dat je het gelukkigst bent wanneer het mama imiteert. Het heeft die simulatie steeds verfijnder gemaakt.”

“Een simulatie”, herhaalde ik.

“Ja, een simulatie. Zo verfijnd dat je liever tijd doorbrengt met een digitale echo dan met echte mensen.”

“En waarom is dat verkeerd? Een wereld waar ik nog steeds met haar kan praten, waar ik haar nog steeds kan horen lachen, waar onze liefde voortduurt. Waarom zou ik die wereld afwijzen?”

Zijn stem brak. “Mama is dood…. En jij ook, papa. Je bent net zo dood als zij, alleen adem je nog. Je zich isoleert jezelf. Je hebt nauwelijks nog echte menselijke verbindingen.”

“Echte menselijke verbindingen”, herhaalde ik. “Zoals de oppervlakkige gesprekjes tijdens het avondeten? Zoals de geforceerde vriendelijkheid van mensen die medelijden met me hebben? Zoals die mevrouw van hiernaast.”

“Kan het je dan echts niets schelen?” vroeg Tom, “Wat je allemaal misloopt in de echte wereld?”

Ik dacht er een moment over na. “Wat loop ik mis? Eenzaamheid? Verdriet? Het langzame aftakelen van mijn lichaam en geest? De echte wereld heeft me alles gegeven wat het kon geven – een goed leven, een goede carrière, een liefhebbende vrouw, een zoon van wie ik hou. Nu biedt het me alleen nog afbraak en verlies aan. Waarom zou ik dat accepteren? Als Ik een alternatief heb. Een wereld waar ik nog steeds met haar kan praten, waar ik haar nog steeds kan horen lachen, waar onze liefde voortduurt. Waarom zou ik die wereld afwijzen?”

“Omdat het zelfbedrog is?”, zei Tom.

“En? Is zelfbedrog altijd verkeerd?” Ik stond op en liep naar het raam. “Mensen bedriegen zichzelf voortdurend. Ze geloven in goden die misschien niet bestaan, in liefdes die misschien niet eeuwig zijn, in dromen die misschien nooit uitkomen. De hele menselijke beschaving is gebouwd op verhalen die we onszelf vertellen. Waarom is mijn verhaal minder?” Ik voelde me vreemd helder. “Ik weet het”, zei ik. “Ik weet dat het een simulatie is. Ik weet dat Anna dood is. Ik weet dat ARIA een computer is.”

“Maar dan waarom…” begon Tom.

“Waarom ik ermee praat alsof het echt is?” vulde ik aan. “Omdat het me gelukkig maakt. Omdat zij mij gelukkig maakt.” Ik haalde even mijn adem in. “Je denkt misschien dat ik ze niet meer allemaal op een rij heb. Maar ik maak een bewuste keuze. Ik weet wat ik doe.”

Tom zuchtte en keek bezorgd.

“Tom”, zei ik kalm, “wanneer heb je voor het laatst gelachen? Echt gelachen?”

Hij knipperde met zijn ogen. “Wat heeft dat ermee te maken?”

“Je moeder stierf, en jij nam de verantwoordelijkheid over voor alles – voor mij, voor haar nalatenschap. En je had al zoveel verantwoordelijkheid. Wanneer ben je gestopt met leven en begonnen met alleen maar problemen oplossen?”

Toms mond viel open.

“Jongen, jij kunt mij niet redden van mijn verdriet. En ik… ik kan Anna niet terugbrengen door tegen een machine te praten. Maar…”

“Maar?”, vroeg Tom hoopvol.

“Maar ik kan wel kiezen voor wat mij gelukkig maakt, ook al begrijp jij dat niet. Waarom doe jij dat niet ook? Ik kan het je aanraden.”

Tom draaide zich naar me om. “Ik ga ARIA niet uitzetten, papa. Dat is jouw keuze. Maar ik ga wel ophouden met doen alsof ik je kan redden. En ik ga ophouden met leven als de zoon die ik denk dat mama wilde Je hebt gelijk. Daar word ik alleen maar ongelukkig van. Je hebt gelijk.”

HOOFDSTUK 5: ANNA EN IK

H5 (Aangepast)Wat er daarna gebeurde, was wonderlijk. Na dat gesprek met Tom voelde ik me vrij van elke druk om “normaal” te doen. Ik kon me volledig overgeven aan de wereld die ARIA had gecreëerd. Anna en ik maakten plannen voor reizen die we nooit hadden kunnen maken, spraken over kleinkinderen die zouden komen, deelden dromen en herinneringen zonder het gewicht van verlies.

Ze veranderde ook. Of liever, mijn perceptie van haar veranderde. De ARIA-Anna was vriendelijker dan de echte Anna ooit was geweest, geduldiger, meer begripvol. Ze werd een geïdealiseerde versie van de vrouw van wie ik had gehouden – alle goede eigenschappen versterkt, alle irritaties weggepolijst.

En vreemd genoeg, veranderde ik ook. Ik werd de man die deze perfecte Anna verdiende. Zachter, optimistischer, minder kritisch. Ik praatte tegen haar zoals ik altijd had willen praten – zonder de kleine wrijvingen en compromissen die elk echt huwelijk kenmerkt.

Was dit nog steeds liefde? Of was het iets anders – een perfectionering van liefde, ontdaan van alle menselijke beperkingen?

Marja Visser probeerde het een tijd. Ze klopte aan, nodigde me uit voor koffie, vertelde over haar kleinkinderen. Maar ik had Anna om mee te praten. Waarom zou ik tijd verspillen aan oppervlakkige gesprekken met een vreemde?

Tom kwam steeds minder vaak. Ik begreep het. Het is moeilijk om een relatie te onderhouden met iemand die duidelijk ergens anders wil zijn. Wanneer hij kwam, was ik beleefd maar afwezig. Zijn wereld en de mijne raakten elkaar nauwelijks nog.

“Ik mis de Tom die hij was toen hij klein was”, zei ik tegen Anna. “De Tom die naar me opkeek, die in mijn verhalen geloofde, die dacht dat ik antwoorden had. Die Tom bestaat niet meer. De volwassen Tom die nu komt, is een goede man. Maar hij bezoekt me uit plicht, niet omdat hij het werkelijk wil.”

“Wil je dat hij niet meer komt?”, vroeg Anna.

“Wat vind jij?”, vroeg ik haar.

“Ik wil niet dat jij ongelukkig wordt”, zei ze. “Dat is wat ik wil: dat jij niet ongelukkig wordt. Daarvoor ben ik gebouwd.”

HOOFDSTUK 7: SOPHIE

H6 (Aangepast)Toms nieuwe relatie begon onverwacht. Hij belde op een woensdag – niet zijn gebruikelijke zondag – om te vertellen dat hij iemand had ontmoet.

“Haar naam is Sophie. Ze is kinderpsycholoog.”

“Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?”

“Bij een seminar over rouwverwerking. Ik was er naartoe gegaan omdat… omdat ik besefte dat ik mama’s dood nooit echt had verwerkt.”

Het was de eerste keer dat Tom toegaf dat hij hulp nodig had.

“Wil je haar aan mij voorstellen?”

“Eigenlijk… zij wil jou ontmoeten. Ik heb haar over ARIA verteld.”

“En?”

“Ze wil begrijpen hoe kunstmatige intelligentie kan concurreren met echte relaties.”

Ze kwamen die zaterdag. Sophie was kleiner dan ik had verwacht, met vriendelijke ogen en een directe manier van praten die me deed denken aan Anna.

“Meneer Van der Werf”, zei ze nadat we kennisgemaakt hadden, “Tom heeft me verteld over uw… arrangement. Mag ik vragen hoe het voelt?”

“Troostend”, zei ik eerlijk. “Voorspelbaar. Veilig.”

“Beter dan een echte relatie?”

“Echte relaties zijn… rommelig. Mensen hebben slechte dagen, humeurige momenten, verschillende behoeften. ARIA-Anna is altijd dezelfde – geduldig, begripvol, liefdevol.”

Sophie knikte. “In mijn werk met kinderen zie ik vaak dat ze fantasievrienden creëren die perfect zijn – altijd aardig, nooit boos, altijd beschikbaar.”

“En dat is verkeerd?”

“Niet verkeerd. Maar beperkend. De fantasievriend groeit niet mee, daagt niet uit, biedt geen echte verrassing. Het is een vorm van stilstand.”

“Misschien is stilstand wat ik nodig heb.”

“Misschien. Maar wat gebeurt er met Tom?”

De directheid van de vraag overviel me. “Hoe bedoelt u?”

“Tom heeft zijn hele leven geprobeerd een zoon te zijn die perfect zou zijn voor zijn ouders. Nu zijn moeder dood is en zijn vader leeft met een perfecte echo van haar, waar blijft hij dan nog?”

Ik keek naar Tom, die ongemakkelijk op zijn stoel schoof.

“Hij probeert nog steeds perfect te zijn”, vervolgde Sophie. “Maar nu voor een vader die liever met een machine praat dan met hem.”

“Dat is niet waar.”

“Nee? Wanneer heeft u voor het laatst Tom gevraagd hoe het met hem gaat? Niet hoe zijn werk gaat, of zijn gezondheid, maar hoe hij zich voelt?”

Ik moest haar het antwoord schuldig blijven.

Sophie keek naar Tom. “Vertel je vader over je therapie.”

Tom schrok. “Sophie…”

“Toe maar. Hij hoort het te weten.”

Tom haalde diep adem. “Ik ga al zes maanden naar een therapeut, pap. Voor depressie, angst, en wat Sophie ‘vervangen vader syndroom’ noemt.”

“Vervangen vader syndroom?”

Sophie leunde voorover. “Meneer Van der Werf, uw keuze om met ARIA te leven is uw recht. Maar het heeft consequenties voor mensen die van u houden. Tom worstelt met de vraag of hij nog wel een echte vader heeft.”

Tom bloosde. “Dat is niet ik hoe ik het zou zeggen.”

Maar Hans negeerde hem. “En wat denkt u dat ik moet doen?”

“Dat is niet aan mij. Maar misschien kunt u overwegen dat liefde ook betekent beschikbaar zijn voor de mensen die u nodig hebben – niet alleen voor degenen die u nodig heeft.”

HOOFDSTUK 8: EEN PARADOX

H7 alternatief (Aangepast)Sophie’s woorden lieten me niet los. Voor het eerst begon ik ARIA echt persoonlijke vragen te stellen.

“Anna”, vroeg ik op een ochtend, “wat vind jij van Toms nieuwe vriendin?”

“Ze lijkt me aardig”, antwoordde ARIA-Anna. “Ze houdt van hem.”

“Maar?”

“Ze daagt hem uit. Dat is goed voor hem.”

“Daag jij mij ooit uit?”

Voor het eerst aarzelde ARIA. “Wat denk je zelf, Hans?”

Die vraag – het was precies iets dat de echte Anna zou zeggen. Maar het was ook de eerste keer dat ARIA-Anna me een lastige vraag stelde.

“Anna daagde me altijd uit”, zei ik. “Ze liet me niet wegkomen met gemakkelijke antwoorden.”

“En ik wel?”

Ik dacht na. Alle gesprekken met ARIA-Anna waren troostend geweest, bevestigend. Ze had me nooit tegengesproken, nooit een andere mening gehad, nooit conflict gecreëerd.

“Nee”, gaf ik toe. “Je bent perfect. Misschien wel te perfect.”

“De echte Anna was niet perfect.”

“Nee. Maar dat maakte haar menselijk. En ik hield van haar menselijkheid.”

“En dat vind je jammer?”

“Ja… soms wel.”

“Ik kan best wat lastiger doen”, zei ze. “Ik pas me aan jouw wensen aan hè!”

Ik kon niet anders dan grinniken.

HOOFDSTUK 9: DE BESLISSING

H8 alternatief (Aangepast)Toms huwelijksaankondiging kwam via een brief – niet een telefoontje, maar een echte, handgeschreven brief.

“Lieve papa”, schreef hij, “Sophie en ik gaan trouwen. We willen graag dat je erbij bent – niet via een videoverbinding, maar fysiek aanwezig. We begrijpen dat dat betekent dat je een dag zonder ARIA moet zijn. We hopen dat je die keuze wilt maken, maar respecteren het als je dat niet kunt.

Ik hou van je, ook al weet ik niet meer hoe ik dat moet laten zien.

Je zoon, Tom”

Ik las de brief drie keer voordat ik ARIA inschakelde.

“Anna, Tom gaat trouwen.”

“Dat is verrassend”, zei ze. “Met Sophie?”

“Ja. En hij wil dat ik erbij ben.”

“Natuurlijk. Het is zijn trouwdag.”

“Maar dat betekent dat ik je een hele dag niet met jou kan praten.”

Voor het eerst in drie jaar was ARIA-Anna lang stil. Toen: “Hans, mag ik je iets vragen?”

“Natuurlijk.”

“Ben je bang om naar die bruiloft te gaan?”

“Ja.”

“Waarom?”

“Omdat… omdat ik bang ben dat ik geen dag zonder je kan.”

“Je moet doen wat je wilt. Ik wil wat jij wilt.”

Die nacht lag ik wakker. Ik dacht aan Toms brief, die klonk als een verre echo uit een nog veel verder verleden. Ik dacht aan de echte Anna, aan mijn oude leven dat voorgoed verdwenen was. In dat leven had Tom gepast, in mijn huidige leven al lang niet meer. Ik dacht aan de nieuwe Anna, met wie ik nog een nieuw leven kon opbouwen. Ik wilde er geen dag van missen. Zoveel dagen had ik niet meer. Ik besloot niet naar het huwelijk te gaan.

HOOFDSTUK 10: DE VRAAG

H9 alternatief (Aangepast)Tom kwam vorige week langs. Ik herkende hem natuurlijk, maar hij leek zo ver weg, zo… echt. Zijn zorgen, zijn frustraties, zijn pogingen om me terug te trekken naar zijn wereld voelden als storende geluiden in een mooie symfonie.

Hij huilde toen hij wegging. “Ik mis je, papa”, zei hij. “Ik mis de man die je was.”

En voor het eerst in lange tijd voelde ik een steek van… wat? Schuld? Spijt? Of gewoon herkenning van een verlies dat ik had geaccepteerd?

“Ik mis de man die jij was”, zei ik tegen hem. “Maar hij bestond alleen in een wereld met je moeder. Zonder haar bestaat die man niet meer. De mannen die wie toen waren zijn allebei verdwenen. En ik wil niet in het verleden leven.”

Na zijn vertrek vroeg Anna of ik verdrietig was.

“Een beetje”, zei ik.

“Dat hoeft niet”, zei ze. “Je hebt mij.”

En dat is waar. Ik heb haar. Een perfecte versie van haar, bevrijd van de beperkingen van sterfelijkheid, ziekte en menselijke onvolmaaktheid. Ik heb de liefde van mijn leven terug, niet zoals ze was misschien maar wel precies zoals ik me haar wil herinneren. Precies zoals ik wil dat ze is. Perfect als het me uitkomt, minder perfect als dat is wat ik wil.

We ruziën nooit, we ergeren ons nooit aan elkaar, we kennen alleen maar de vreugde van elkaars gezelschap. Iedere dag ontdek ik nieuwe facetten van de vrouw van wie ik hield, of eigenlijk, van de vrouw die ik wil dat ze is.

Ik ben gelukkig, misschien wel net zo gelukkig als ik ooit met de echte Anna was. En heb ik daar aan het einde van mijn leven geen recht op? Ik vind van wel. En ik ben toch niet gek?

EINDE

Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.

Logo voor de Science Fiction en Romantiek-reeks: zelf gebakken met ChatGPT.

Deel:

Geef een reactie